Of hoe je in een half uur de eigenaars van zonnepanelen, de groenen, de politiekers in het algemeen, de oudere mensen, de buitenlanders en in het bijzonder de Marokkanen kunt door de mangel halen, om uiteindelijk -uiteraard- bij de Joden uit te komen.
"Die zonnepanelen, wat is me dat allemaal?!"
Een doordeweekse, zonnige ochtend, 7u35, en de verkeerde treincoupé gekozen, want terechtgekomen bij de luidruchtige dame die u misschien nog kent van Piekuur-paria.
"Ja", beaamt haar jongere alter-ego, tevens voltijds ja-knikker en echo, "Eerst promoten ze die dingen ik weet nie hoe hard en als de mensen ze dan gekocht hebben, gaan ze ze er nog extra voor laten betalen."
"Nee", moet haar oudere en dus levenswijzere compagnon haar meteen terechtwijzen, "Ik geef Van den Bossche gelijk! Ze hadden die nooit mogen subsidiëren. De mensen die zonnepanelen leggen, betalen toch al minder voor elektriciteit?! En het zijn zeker niet de armen die er hebben liggen hé. Want ook al zijn ze gesubsidieerd, ge moet het bedrag wel maar op tafel kunnen leggen hé!"
Ze komt op dreef.
"En het zijn de groenen die daar allemaal voor gezorgd hebben hé! Dat is dus de ergste partij die er is hé. Die krijgen nooit of van ze leven mijn stem. Want dat zijn wanna be-hippies, hé, maar met diamanten in hun haar in plaats van bloemen! Want dat groen zijn, dat is alleen maar voor de mensen die dat kunnen betalen!".
Waarna het tijd is voor wat ongefundeerde veralgemeningen, vindt de jonge echo.
"Ge weet gewoon niet meer op wie ge moet stemmen!" krijt ze. "Waarom moeten we hier eigenlijk zoveel politieke partijen hebben? Iedereen die een beetje een mening heeft en het goed kan uitleggen, begint een politieke partij!"
Het antwoord ligt gelukkig voor de hand...
"Wij zijn een volk van sjoemelaars hé", meent het naburige orakel. "Ge ziet dat overal. Op 't werk ook. Die mannen tellen uit hoeveel ziektedagen ze nog hebben, en als ze dan bijna op pensioen kunnen, nemen ze die allemaal tegelijk op en dan zitten ze al twee jaar op voorhand thuis. Dan hebben ze zogezegd een depressie". Instemmend geknik. "Ik vraag we af hoe die dat eigenlijk gedaan krijgen. Mijnen dokter schrijft nooit zomaar een week voor zalle!". "De mijne ook niet", vult dingske aan. "Voor buikgriep kreeg ik just drie dagen, terwijl het er langs boven en langs onder uitkwam!". Er zijn grenzen aan wat je op een nuchtere maag kunt verdragen.
Maar een verrassende wending houdt me bij de les. Let u vooral op het veelvoud aan eufemismen voor "makakken".
"Ik snap trouwens niet waarom ze eigenlijk zoveel euh... buitenlanders naar ons land halen", denkt het orakel luidop, "terwijl er nog zoveel Belgen zonder werk zitten". "Ja", treedt dingske haar wederom bij, en dan komt het onvermijdelijke (letterlijk uit haar mond. "Non trucare, non foefelare", zou Urbanus zeggen): "Ik ben nu geen racist, maar als ik met vriendinnen ga lopen, zitten er dan van die euh... allochtonen langs de baan en die roepen dan vanalles zo, "mogen wij eens meelopen" en zo. Dat zijn dan meestal van die groepjes Marokkanen. Dan heb ik zoiets van: als ik hier alleen had gelopen... Ik heb het er dikwijls over met de vriend van de zus van een vriendin (of zoiets), die is van Congolese afkomst en is zo wat mulat zo".
De levenswijze vrouw gaat verder. "Wij merken dat ook. Wij hebben altijd het meeste last met die euh... vreemde nationaliteiten: Nederlanders, Marokkanen, Joden... allé, dat is nu niet echt een nationaliteit, maar toch. Als ge zo'n naam ziet, dan weet ge het wel. Dat zijn de grootste sjoemelaars hé."
Ik dwing mezelf me af te sluiten van dit alles, maar slaag er slechts gedeeltelijk in. Gelukkig maar, anders had ik de volgende sublieme passage ter afsluiting gemist. "En die holocaust, allé, ik wil dat nu niet minimaliseren wat er toen is gebeurd, maar dat die Joden dat altijd weer moeten gebruiken, allé... Mijn grootouders hebben ook in de oorlog gevochten, maar 't is daarom toch niet dat ik me slechter ga voelen hé."
Het is even na 8u, en er zijn écht grenzen aan wat een mens 's morgens vroeg kan verwerken.
dinsdag 19 april 2011
woensdag 13 april 2011
De kaap van de 15° C
Soms wordt de fictie onherroepelijk ingehaald door de feiten. Er was een tijd dat de christelijke leer ons het één en ander oplegde en verbood. Niet vloeken, vis eten op vrijdag, en stemmen op de CD&V. De CVP, toendertijd, of nog vroeger de Katholieke Partij. Zelfs vestimentair had ons geloof wat in de pap te brokken. Dat we vóór Pasen geen korte broek of rok mochten dragen, bijvoorbeeld. Iets wat uiteraard minutieus werd opgevolgd. Na de verrijzenis van de Heer kwamen de armen en benen stukje bij beetje in al hun witheid tevoorschijn, zodat ze tegen de zomer ongeveer ontbloot waren.
Wat een verschil met vandaag de dag. Los van enige klimaatopwarming wordt er hoe dan ook geen rekening meer gehouden met de christelijke geplogenheden. Niet wat het stemgedrag betreft (u mag voor uzelf uitmaken of dat een goede zaak is), noch op het vlak van klederdracht. De minste zonnestraal, de minste aankondiging van Frank of Sabine dat er een streepje zon aankomt of dat de temperaturen "stijgen tot 15 °C", is voldoende om alle remmen los en alle kleren uit te gooien. Wat betreft die 15°C: u weet wel, diezelfde 15°C waarbij we in oktober zeggen "dat het nu toch wel duidelijk frisser aan het worden is".
Let er maar eens op - en u moet er echt geen moeite voor doen: een streep zon en in het straatbeeld maakt een overvloed aan donker en lang textiel meteen plaats voor het lichtere en kortere werk. Waar in de maanden oktober tot maart vroeger het alleenrecht op het dragen van korte broek voorbehouden was voor de jongens van de plaatselijke jeugdbeweging, zie je nu al ver voor de meteoro... dinge lente mannen in short en "marcelleke" en vrouwen in broekjes waarmee Kim Geybels nog niet in de Senaat durft te komen en topjes met de nadruk op "jes" en daarom dus des te meer "top". Alsof het de laatste zon is die er zal zijn, wat op zich natuurlijk een aan te moedigen levensvisie is.
Allemaal de schuld van de klimaatsverandering, of course. Volgens sommigen een "nieuwe godsdienst", die in dit geval een oude het nakijken heeft gegeven.
In verband met die globale verwarming wil ik u twee filmpjes uit de VS niet onthouden.
en
Het eerste filmpje wordt aangekondigd als "een parodie op een overheidsfilmpje", maar moet vooral dringend worden onderzocht door de commissie kindermisbruik. Het tweede filmpje is absoluut geen parodie, maar net daarom in al de ontwapenende eenvoud van de spreekster een toonbeeld van democratie van het Amerikaanse systeem -namelijk dat ook minder bedeelde mensen aan het woord komen. Michele Bachmann is een chouchou van de Tea Party, een "ultraconservatieve strekking" die zo veel mogelijk individuele vrijheid wil voor de mens, en als die vrijheid in botsing komt met die van iemand anders, dan moet ze maar worden afgedwongen met het pistool dat iedereen standaard onder z'n hoofdkussen heeft liggen. Als u Bachmann goegelt, komt u automatische terecht bij "crazy", "balloon head" en "historical blunder". Dat ze "de nieuwe Sarah Palin" wordt genoemd, zal u dan ook nauwelijks verbazen.
Geen toeval natuurlijk dat het om twee Amerikaanse filmpjes gaat. Als er ooit een ecotribunaal komt waar alle misdadigers tegen het klimaat terechtstaan -natuurlijk voorgezeten door Pakistanen, Congolezen, Indonësiërs en andere Papoeanen die hun velden zagen onderlopen of uitdrogen, hun groene longen zagen wegkappen, hun eilanden zagen zinken en hun huizen zagen wegblazen- zullen mensen als deze er als eerste voor gesleept worden alvorens er met pek en veren besmeurd buiten geleid te worden. Gevolgd door ongeveer 90% van de andere Amerikanen. Tegen dat u en ik aan de beurt zijn, zijn we dus al een tijd verder...
Wat een verschil met vandaag de dag. Los van enige klimaatopwarming wordt er hoe dan ook geen rekening meer gehouden met de christelijke geplogenheden. Niet wat het stemgedrag betreft (u mag voor uzelf uitmaken of dat een goede zaak is), noch op het vlak van klederdracht. De minste zonnestraal, de minste aankondiging van Frank of Sabine dat er een streepje zon aankomt of dat de temperaturen "stijgen tot 15 °C", is voldoende om alle remmen los en alle kleren uit te gooien. Wat betreft die 15°C: u weet wel, diezelfde 15°C waarbij we in oktober zeggen "dat het nu toch wel duidelijk frisser aan het worden is".
Let er maar eens op - en u moet er echt geen moeite voor doen: een streep zon en in het straatbeeld maakt een overvloed aan donker en lang textiel meteen plaats voor het lichtere en kortere werk. Waar in de maanden oktober tot maart vroeger het alleenrecht op het dragen van korte broek voorbehouden was voor de jongens van de plaatselijke jeugdbeweging, zie je nu al ver voor de meteoro... dinge lente mannen in short en "marcelleke" en vrouwen in broekjes waarmee Kim Geybels nog niet in de Senaat durft te komen en topjes met de nadruk op "jes" en daarom dus des te meer "top". Alsof het de laatste zon is die er zal zijn, wat op zich natuurlijk een aan te moedigen levensvisie is.
Allemaal de schuld van de klimaatsverandering, of course. Volgens sommigen een "nieuwe godsdienst", die in dit geval een oude het nakijken heeft gegeven.
In verband met die globale verwarming wil ik u twee filmpjes uit de VS niet onthouden.
en
Het eerste filmpje wordt aangekondigd als "een parodie op een overheidsfilmpje", maar moet vooral dringend worden onderzocht door de commissie kindermisbruik. Het tweede filmpje is absoluut geen parodie, maar net daarom in al de ontwapenende eenvoud van de spreekster een toonbeeld van democratie van het Amerikaanse systeem -namelijk dat ook minder bedeelde mensen aan het woord komen. Michele Bachmann is een chouchou van de Tea Party, een "ultraconservatieve strekking" die zo veel mogelijk individuele vrijheid wil voor de mens, en als die vrijheid in botsing komt met die van iemand anders, dan moet ze maar worden afgedwongen met het pistool dat iedereen standaard onder z'n hoofdkussen heeft liggen. Als u Bachmann goegelt, komt u automatische terecht bij "crazy", "balloon head" en "historical blunder". Dat ze "de nieuwe Sarah Palin" wordt genoemd, zal u dan ook nauwelijks verbazen.
Geen toeval natuurlijk dat het om twee Amerikaanse filmpjes gaat. Als er ooit een ecotribunaal komt waar alle misdadigers tegen het klimaat terechtstaan -natuurlijk voorgezeten door Pakistanen, Congolezen, Indonësiërs en andere Papoeanen die hun velden zagen onderlopen of uitdrogen, hun groene longen zagen wegkappen, hun eilanden zagen zinken en hun huizen zagen wegblazen- zullen mensen als deze er als eerste voor gesleept worden alvorens er met pek en veren besmeurd buiten geleid te worden. Gevolgd door ongeveer 90% van de andere Amerikanen. Tegen dat u en ik aan de beurt zijn, zijn we dus al een tijd verder...
woensdag 16 maart 2011
Over-koken
Naar het schijnt loopt er sinds deze week weer een nieuw programma met Peter Goossens, onze Vlaamse Gordon Ramsay, op tv. Daarmee versterkt hij de tsunami (hit me, google!) van kookprogramma's die we sinds enkele jaren op ons bord krijgen: de dagelijkse wedervaren van Jeroen en van Piet, met daarnaast ook nog de kookavonturen van de onbekende Vlaming in "Komen eten" en dan spreek ik nog niet over de hobbykoks van Vlaanderen, de zoektocht naar de beste bakker, alle programma's op Vitaya en de zender "Njam!" die volledig draait rond de culinaire cultuur met een grote K.
En dan vergeten we nog het feit dat een revolutie in ons land een "frietrevolutie" heet, dat onze Vlaamsche held BDW een nog grotere held is omdat hij nog altijd naar zijn frituur "'t Draakske" gaat en dat we echt élke gelegenheid aangrijpen om ons vol te steken.
Het is gewoon te veel geworden. Er wordt geen maat meer gehouden, en al dat gastronomisch gedoe werkt zelfvernietigend. Tegenwoordig kun je immers niet meer gewoon op restaurant gaan zonder dat je de mond vol moet hebben van de cuisson van je steak en de textuur van je saus. Je mag geen glas wijn meer aan je lippen zetten zonder dat je hem hebt laten "walsen" en "ademen" en zonder dat je iets moet zeggen over de vrijgekomen tanines, de korte dan wel lange afdronk en de houtsmaak (ja, de houtsmaak).
Kookworkshops worden gegeven als kado, kookcursussen boomen, je moet minstens één keer per maand een etentje geven en zeker als man ben je niet meer compleet als je op dit vlak niks in de pap te brokken hebt. Schort aan, koksmuts op en "aan em" met de bieslook, pijpajuintjes, bospaddestoelen, panchetta, risotto en uiteraard de zongedroogde tomaatjes (geen idee eigenlijk of daarvan iets te maken is)!
Nu, ik zou met dit alles geen enkel probleem hebben, echt niet, als het daarbij bleef. Maar nee, nu hebben de culi-nazi's (ik heb deze week op Facebook, in verband met het algemeen rookverbod in de horeca ergens "die klote antirooknazi's" zien staan, dus ik vind het hier minstens evenveel op zijn plaats) ook het laatste symbool van mannelijkheid binnen de gastronomie aangeslagen: het bier!
Ik heb nog een tijd gekend dat je op café ging om een pintje te drinken en dat vervolgens een bepaalde hoeveelheid goudgeel vocht in een recht glas met ribbels werd getapt. Je dronk het glas leeg, en het proces herhaalde zich, totdat je aardig in de wind was. Als het bier zelf niet echt smaakte, was dat een reden te meer om er vaart achter te zetten zodat de smaakpapillen niet meer wisten of ze vanvoor of vanachter leefden.
Maar tegenwoordig wordt bier geschonken in bolle of hoge glazen met een voet, wordt er vervolgens gekeken of het gaat om een klare, dan wel troebele variant, waarna je moet bepalen of de "neus" bitter of zoet is door de jouwe enkele centimeters in het schuim te steken. Vervolgens moet je een intense slok nemen, het bier degoutant lang in je mond houden en verklaren of de smaak "moutig", "hoppig" of "fruitig" is. Maar meestal staat dat wel gewoon op het etiket van het flesje.
Uiteraard allemaal de schuld van Tournee Generale, het programma op één waarin die lange smalle Brit en die korte West-Vlaming met zijn rare bril zonodig heel het Belgische bierwezen in kaart moeten brengen, overigens met óns belastinggeld. Met succes, het dient gezegd, en Hopus, wat een ontdekking! Ook al waagt dit bier het om niet één, maar twee glazen aan te bevelen om het goedje te drinken.
En het mag dan al een goede zaak zijn dat koken en lekker eten steeds meer "des volks" wordt, en dat gastronomisch elitarisme langzaam richting de uitgang wordt geduwd, toch is daar weer die allesbepalende dwang en verplichting tot "genieten". Hedonisme ten top, après nous le déluge, met de fanfare op kop het ravijn in! Of zoiets dergelijks... Geen enkel idee of dit iets met elkaar te maken heeft, maar het klinkt wel. Terwijl de kindjes in Afrika nog steeds honger lijden, en de geur van verschaald bier toch ook iets heeft...
En dan vergeten we nog het feit dat een revolutie in ons land een "frietrevolutie" heet, dat onze Vlaamsche held BDW een nog grotere held is omdat hij nog altijd naar zijn frituur "'t Draakske" gaat en dat we echt élke gelegenheid aangrijpen om ons vol te steken.
Het is gewoon te veel geworden. Er wordt geen maat meer gehouden, en al dat gastronomisch gedoe werkt zelfvernietigend. Tegenwoordig kun je immers niet meer gewoon op restaurant gaan zonder dat je de mond vol moet hebben van de cuisson van je steak en de textuur van je saus. Je mag geen glas wijn meer aan je lippen zetten zonder dat je hem hebt laten "walsen" en "ademen" en zonder dat je iets moet zeggen over de vrijgekomen tanines, de korte dan wel lange afdronk en de houtsmaak (ja, de houtsmaak).
Kookworkshops worden gegeven als kado, kookcursussen boomen, je moet minstens één keer per maand een etentje geven en zeker als man ben je niet meer compleet als je op dit vlak niks in de pap te brokken hebt. Schort aan, koksmuts op en "aan em" met de bieslook, pijpajuintjes, bospaddestoelen, panchetta, risotto en uiteraard de zongedroogde tomaatjes (geen idee eigenlijk of daarvan iets te maken is)!
Nu, ik zou met dit alles geen enkel probleem hebben, echt niet, als het daarbij bleef. Maar nee, nu hebben de culi-nazi's (ik heb deze week op Facebook, in verband met het algemeen rookverbod in de horeca ergens "die klote antirooknazi's" zien staan, dus ik vind het hier minstens evenveel op zijn plaats) ook het laatste symbool van mannelijkheid binnen de gastronomie aangeslagen: het bier!
Ik heb nog een tijd gekend dat je op café ging om een pintje te drinken en dat vervolgens een bepaalde hoeveelheid goudgeel vocht in een recht glas met ribbels werd getapt. Je dronk het glas leeg, en het proces herhaalde zich, totdat je aardig in de wind was. Als het bier zelf niet echt smaakte, was dat een reden te meer om er vaart achter te zetten zodat de smaakpapillen niet meer wisten of ze vanvoor of vanachter leefden.
Maar tegenwoordig wordt bier geschonken in bolle of hoge glazen met een voet, wordt er vervolgens gekeken of het gaat om een klare, dan wel troebele variant, waarna je moet bepalen of de "neus" bitter of zoet is door de jouwe enkele centimeters in het schuim te steken. Vervolgens moet je een intense slok nemen, het bier degoutant lang in je mond houden en verklaren of de smaak "moutig", "hoppig" of "fruitig" is. Maar meestal staat dat wel gewoon op het etiket van het flesje.
Uiteraard allemaal de schuld van Tournee Generale, het programma op één waarin die lange smalle Brit en die korte West-Vlaming met zijn rare bril zonodig heel het Belgische bierwezen in kaart moeten brengen, overigens met óns belastinggeld. Met succes, het dient gezegd, en Hopus, wat een ontdekking! Ook al waagt dit bier het om niet één, maar twee glazen aan te bevelen om het goedje te drinken.
En het mag dan al een goede zaak zijn dat koken en lekker eten steeds meer "des volks" wordt, en dat gastronomisch elitarisme langzaam richting de uitgang wordt geduwd, toch is daar weer die allesbepalende dwang en verplichting tot "genieten". Hedonisme ten top, après nous le déluge, met de fanfare op kop het ravijn in! Of zoiets dergelijks... Geen enkel idee of dit iets met elkaar te maken heeft, maar het klinkt wel. Terwijl de kindjes in Afrika nog steeds honger lijden, en de geur van verschaald bier toch ook iets heeft...
donderdag 24 februari 2011
Piekuur-paria
Elke dag komt hij weer tot leven: de microkosmos van de piekuurtrein naar Brussel. Het gewriemel begint al op het perron. Iedereen zoekt een plekje. Correctie: iedereen zoekt zijn of haar plekje. Het vaste plekje van elke ochtend.
Even zien of iedereen er is. Ja, de luidruchtige vrouw die elke ochtend wordt uitgewuifd door haar dochter en vanuit de deur van de wagon "I love you" roept alsof ze elkaar twee jaar niet gaan zien, terwijl het in werkelijkheid maar acht uur is, zij is er. De man met zijn plat haar, de stuurse blik en de verbeten trek rond de mond, die altijd in zichzelf begint te vloeken als de wagondeur enkele meters aan hem voorbijgaat, hij is er ook. De man met de wijnvlek op zijn gezicht, check!
Als de trein aankomt, zet heel de menigte zich in beweging en zoekt iedereen voor de tweede keer een plaats. Los van sporadische slagen en verwondingen gebeurt dit grotendeels zonder bloedvergieten. Veel mensen hebben immers, ook hier, hun vaste plekje. Of hebben een vaste reisgezel die al eerder opstapt en een plaats reserveerde. Ikzelf ben vaak in dit geval, een vriendin stapt een halte eerder op, en ik verbaas me er steeds weer over dat het plekje tegenover haar nog vrij is. Misschien kan ze gewoon heel kwaad kijken.
Ik moet denken aan een man die tot voor kort tot deze gemeenschap behoorde. Die man, een uit de kluiten gewassen zestiger, goed in het pak, had de gewoonte om zich op een vrije plek neer te ploffen, zich vervolgens goed breed te maken en zich dan te mengen in eender welk gesprek in de nabije omtrek. Meestal viseerde hij daarbij jonge en niet onappetijtelijke vrouwen, die hij probeerde te imponeren met straffe verhalen. Een kwinkslag op tijd en stond, altijd lachen. Na enige tijd schoot er dan al eens een hand uit, naar een schouder of een arm. De vrouwen spraken hem er bijna nooit op aan, ze wisten dat het voorbij zou zijn als de trein stopte.
Maar de gesloten microkosmos begon de man te kennen, en als hij een wagon binnenstapte, stokte al eens een gesprek, draaide iemand een hoofd om of maakte iemand zich iets breder. De man werd een paria, een outcast. Maar het deerde hem eigenlijk niet. Hij bleef zich tussen anderen, en tussen hun gesprekken, wringen. Enkele maanden geleden kondigde hij, in één van zijn monologen, aan dat hij met pensioen ging. Een zucht van verlichting ging door de trein. Al was het voor hem, zo bleek in die laatste maanden, ook een teken om alle remmen los te gooien. Hij praatte steeds meer en luider, handen schoten alle richtingen uit. Eén meisje durfde ooit "blijf van mij af, viezerik" te roepen. Ze kreeg net geen staande ovatie.
Inmiddels is de man met pensioen en kom ik hem ook nooit meer tegen. Maar ik zou hem zeker nog herkennen. Net als alle andere bewoners van onze kleine wereld. Al ontstaat er soms verwarring als je zo'n medebewoner in een andere context tegenkomt, op straat, in een winkel. Je kijkt de persoon aan, er is herkenning, eventueel een knikje. Je denkt "ik ken hem/haar ergens van". Dan besef je dat die persoon in dezelfde trein zit, elke dag opnieuw. Maar elkaar kennen, nee, dat waarschijnlijk niet...
Even zien of iedereen er is. Ja, de luidruchtige vrouw die elke ochtend wordt uitgewuifd door haar dochter en vanuit de deur van de wagon "I love you" roept alsof ze elkaar twee jaar niet gaan zien, terwijl het in werkelijkheid maar acht uur is, zij is er. De man met zijn plat haar, de stuurse blik en de verbeten trek rond de mond, die altijd in zichzelf begint te vloeken als de wagondeur enkele meters aan hem voorbijgaat, hij is er ook. De man met de wijnvlek op zijn gezicht, check!
Als de trein aankomt, zet heel de menigte zich in beweging en zoekt iedereen voor de tweede keer een plaats. Los van sporadische slagen en verwondingen gebeurt dit grotendeels zonder bloedvergieten. Veel mensen hebben immers, ook hier, hun vaste plekje. Of hebben een vaste reisgezel die al eerder opstapt en een plaats reserveerde. Ikzelf ben vaak in dit geval, een vriendin stapt een halte eerder op, en ik verbaas me er steeds weer over dat het plekje tegenover haar nog vrij is. Misschien kan ze gewoon heel kwaad kijken.
Ik moet denken aan een man die tot voor kort tot deze gemeenschap behoorde. Die man, een uit de kluiten gewassen zestiger, goed in het pak, had de gewoonte om zich op een vrije plek neer te ploffen, zich vervolgens goed breed te maken en zich dan te mengen in eender welk gesprek in de nabije omtrek. Meestal viseerde hij daarbij jonge en niet onappetijtelijke vrouwen, die hij probeerde te imponeren met straffe verhalen. Een kwinkslag op tijd en stond, altijd lachen. Na enige tijd schoot er dan al eens een hand uit, naar een schouder of een arm. De vrouwen spraken hem er bijna nooit op aan, ze wisten dat het voorbij zou zijn als de trein stopte.
Maar de gesloten microkosmos begon de man te kennen, en als hij een wagon binnenstapte, stokte al eens een gesprek, draaide iemand een hoofd om of maakte iemand zich iets breder. De man werd een paria, een outcast. Maar het deerde hem eigenlijk niet. Hij bleef zich tussen anderen, en tussen hun gesprekken, wringen. Enkele maanden geleden kondigde hij, in één van zijn monologen, aan dat hij met pensioen ging. Een zucht van verlichting ging door de trein. Al was het voor hem, zo bleek in die laatste maanden, ook een teken om alle remmen los te gooien. Hij praatte steeds meer en luider, handen schoten alle richtingen uit. Eén meisje durfde ooit "blijf van mij af, viezerik" te roepen. Ze kreeg net geen staande ovatie.
Inmiddels is de man met pensioen en kom ik hem ook nooit meer tegen. Maar ik zou hem zeker nog herkennen. Net als alle andere bewoners van onze kleine wereld. Al ontstaat er soms verwarring als je zo'n medebewoner in een andere context tegenkomt, op straat, in een winkel. Je kijkt de persoon aan, er is herkenning, eventueel een knikje. Je denkt "ik ken hem/haar ergens van". Dan besef je dat die persoon in dezelfde trein zit, elke dag opnieuw. Maar elkaar kennen, nee, dat waarschijnlijk niet...
woensdag 16 februari 2011
De Electrabelgacom-plot
Het was vrijdag 15 oktober 2010. Vier vrouwen en een man schoven hun voeten onder tafel in restaurant d'Urville in Torhout. Ze hadden een plaats in een achterafzaaltje gekregen, rustig en verwijderd van al te nieuwsgierige blikken.
Hilde Crevits, die het gezelschap had bijeengebracht, beet de spits af. "Ik ga het licht uitdoen", zei ze zonder omwegen. Haar gehoor keek haar niet-begrijpend aan. "Verklaar je nader, Hilde", zei de vrouw tegenover de minister van Openbare Werken en Mobiliteit. "Langs de autosnelwegen", vervolgde de West-Vlaamse, "Ik ga de lichten langs de autosnelwegen doven. Vanaf volgend jaar al. En ik ga het morgen bekendmaken. Een nieuwsarme zaterdag, goed voor voldoende airplay."
De vrouw tegenover haar hoorde het in Keulen donderen. "De lichten uitdoen, Hilde? En wij dan?! Wat met onze kerncentrales?", stootte ze uit, waarmee ze Doel-de op Electrabel, het bedrijf waarvan ze CEO was. "Sorry Sophie", zei Hilde, "maar het werd nog eens tijd voor een groene maatregel. Ik moet me op dat vlak ook wat profileren. En de lichten uitdoen leek me de meest voor de hand liggende optie." Sophie Dutordoir knikte, maar zette meteen de tegenaanval in.
"Ik eis compensatie", zei ze stellig. "Onze centrales zijn niet zomaar stil te leggen..." Ze onderbrak even voor de carpaccio die werd geserveerd. "Die moeten blijven bollen!", siste ze erachteraan.
Hilde maakte een sussend gebaar. "Alle begrip, Sophie. En daarom heb ik ook Didier uitgenodigd", wees ze naar de man die rechts van haar zat. Die voelde zich duidelijk niet op zijn gemak in het verder uitsluitend vrouwelijke gezelschap, maar vermande zich. "Mogelijk kunnen wij jullie uit de nood helpen", sprak hij plechtig. De Electrabel-topvrouw keek hem met enige argwaan aan. "Hoe gaat Belgacom ons helpen?" vroeg ze. "Hahaa, we doen de truc met den decoder", zei Didier Bellens met de vinger in de lucht, in een poging om de goede luim er een beetje in te krijgen, wat niet lukte.
"Ik zal het uitleggen, Sophie", onderbrak de derde vrouw in het gezelschap, gekleed in een weinig verhullende rode jurk, de Belgacom-man. "Je weet dat wie de digitale tv van Belgacom wil ontvangen, een decoder nodig heeft." Sophie knikte. De hese stem van de magere socialiste bracht haar enigszins in vervoering. "Nu, aan de gebruiker wordt ook altijd gezegd dat hij die decoder moet laten aanstaan, omdat Belgacom de hele dag door zogenoemde updates doorstuurt." Sophie knikte nog eens. "Maar iedereen weet dat dat flauwekul is. Daarom waren we van plan om een campagne te starten om de mensen aan te sporen om die decoder gedurende de dag en de nacht uit te zetten, om energie te besparen. Maar," ze pauzeerde even, "daar zien we nu van af." Dutordoir knikte tevreden. "Ik zal nog wel eens iets doen rond zonneboilers of warmtepompen of zo. We moeten straks onze agenda's maar eens samenleggen over wie wanneer in de media gaat komen", richtte de minister van Energie zich tot haar collega's.
Ze boog zich weer naar Sophie. "En we zullen nog meer doen. Didier hier", ze wees naar de man tegenover haar, die bezig was aan zijn tweede bord minestrone, "zal ervoor zorgen dat de gebruiker expliciet wordt afgeraden om die decoder uit te zetten, is het niet Didier?". De man knikte bedeesd. "We zullen op onze Infochannel een duidelijke waarschuwing zetten dat de mensen het ding moeten laten aanstaan", bracht hij uit. "En we verspreiden wat "urban legends" over kapotte tv's nadat iemand z'n decoder had uitgezet. Zoiets werkt altijd." Sophie stak goedkeurend haar duim op. Ettelijke honderdduizenden decoders die permanent waren aangesloten, daar was wel een kerncentrale voor nodig. Misschien kon ze zelfs aanspraak maken op meer...
"Maar...", kwam Hilde tussenbeide, "we gaan dat wel niet kunnen blijven volhouden. Na verloop van tijd gaat iedereen door hebben dat dit pure volksverlakkerij is. De mensen zijn dom, maar niet zó dom." Iedereen rond de tafel, behalve Didier, die een beetje indoezelde na zijn derde glas wijn, knikte. "Maar gelukkig hebben we ook daarvoor al een oplossing. En daarom heb ik Ingrid uitgenodigd." De ietwat forser gebouwde Limburgse glimlachte minzaam en nam voor het eerst die avond het woord.
"Ja, het zit zo", stak de minister van Innovatie van wal, "We lopen dan wel al een paar jaar achter wat betreft de elektrische auto, maar we gaan er toch maar eens in investeren. Binnenkort begin ik met een proefproject in Limburg!". "Dit ter promotie van Vlaanderen als een logistieke hub en een groen stedengewest", citeerde Freya letterlijk uit het VIA-plan. "En dat is goed nieuws voor jullie" zei Hilde, zich richtend tot Sophie. "Al gaan we er natuurlijk wel bij moeten zeggen dat die auto's eigenlijk op groene stroom moeten rijden, maar we zullen er niet te veel nadruk op leggen. En jullie bieden toch ook groene stroom aan, niet, Sophie?". "Goh, groene stroom, 't is te zeggen...", mompelde de Electrabel-del, die werd gered door het Franse duifje dat net werd geserveerd.
"In geval van nood", zei Ingrid Lieten, die intussen haar pet van minister van Media had opgezet -zo een oude van Radio 2 met een blauwe klep, eentje die haar niet echt stond-, "halen we de campagne van het Nucleair Forum nog eens van onder het stof om kernenergie als een alternatief aan te prijzen. We zijn toch met de VRT aan het onderhandelen over een nieuwe beheersovereenkomst. Voor een beetje extra geld zullen ze zeker wel wat meer zendtijd overhebben". Dutordoir verslikte zich. "Onze propagandacampagne? Ligt dat er niet al te vingerdik op? Ik heb al nooit begrepen dat de mensen daar intrapten...". "Ach Sophie, vergeet niet: de mensen zijn niet dom, maar je kan hen wel veel wijsmaken", zei Freya met een knipoog. "Dat is waar", beaamde de CEO. "Daar klinken we op", zei Hilde, blij dat er toch nog ergens een politiek akkoord kon worden gevormd. De glazen gingen tegen elkaar. "Vlaanderen in Actie", scandeerden Freya en Hilde. "Et pour les Wallons la même chose", riep Sophie. "Ziggezagge ziggezagge", probeerde Ingrid. "Hoi hoi hoi", stamelde Didier, alvorens helemaal in een diepe roes weg te zakken.
Hilde Crevits, die het gezelschap had bijeengebracht, beet de spits af. "Ik ga het licht uitdoen", zei ze zonder omwegen. Haar gehoor keek haar niet-begrijpend aan. "Verklaar je nader, Hilde", zei de vrouw tegenover de minister van Openbare Werken en Mobiliteit. "Langs de autosnelwegen", vervolgde de West-Vlaamse, "Ik ga de lichten langs de autosnelwegen doven. Vanaf volgend jaar al. En ik ga het morgen bekendmaken. Een nieuwsarme zaterdag, goed voor voldoende airplay."
De vrouw tegenover haar hoorde het in Keulen donderen. "De lichten uitdoen, Hilde? En wij dan?! Wat met onze kerncentrales?", stootte ze uit, waarmee ze Doel-de op Electrabel, het bedrijf waarvan ze CEO was. "Sorry Sophie", zei Hilde, "maar het werd nog eens tijd voor een groene maatregel. Ik moet me op dat vlak ook wat profileren. En de lichten uitdoen leek me de meest voor de hand liggende optie." Sophie Dutordoir knikte, maar zette meteen de tegenaanval in.
"Ik eis compensatie", zei ze stellig. "Onze centrales zijn niet zomaar stil te leggen..." Ze onderbrak even voor de carpaccio die werd geserveerd. "Die moeten blijven bollen!", siste ze erachteraan.
Hilde maakte een sussend gebaar. "Alle begrip, Sophie. En daarom heb ik ook Didier uitgenodigd", wees ze naar de man die rechts van haar zat. Die voelde zich duidelijk niet op zijn gemak in het verder uitsluitend vrouwelijke gezelschap, maar vermande zich. "Mogelijk kunnen wij jullie uit de nood helpen", sprak hij plechtig. De Electrabel-topvrouw keek hem met enige argwaan aan. "Hoe gaat Belgacom ons helpen?" vroeg ze. "Hahaa, we doen de truc met den decoder", zei Didier Bellens met de vinger in de lucht, in een poging om de goede luim er een beetje in te krijgen, wat niet lukte.
"Ik zal het uitleggen, Sophie", onderbrak de derde vrouw in het gezelschap, gekleed in een weinig verhullende rode jurk, de Belgacom-man. "Je weet dat wie de digitale tv van Belgacom wil ontvangen, een decoder nodig heeft." Sophie knikte. De hese stem van de magere socialiste bracht haar enigszins in vervoering. "Nu, aan de gebruiker wordt ook altijd gezegd dat hij die decoder moet laten aanstaan, omdat Belgacom de hele dag door zogenoemde updates doorstuurt." Sophie knikte nog eens. "Maar iedereen weet dat dat flauwekul is. Daarom waren we van plan om een campagne te starten om de mensen aan te sporen om die decoder gedurende de dag en de nacht uit te zetten, om energie te besparen. Maar," ze pauzeerde even, "daar zien we nu van af." Dutordoir knikte tevreden. "Ik zal nog wel eens iets doen rond zonneboilers of warmtepompen of zo. We moeten straks onze agenda's maar eens samenleggen over wie wanneer in de media gaat komen", richtte de minister van Energie zich tot haar collega's.
Ze boog zich weer naar Sophie. "En we zullen nog meer doen. Didier hier", ze wees naar de man tegenover haar, die bezig was aan zijn tweede bord minestrone, "zal ervoor zorgen dat de gebruiker expliciet wordt afgeraden om die decoder uit te zetten, is het niet Didier?". De man knikte bedeesd. "We zullen op onze Infochannel een duidelijke waarschuwing zetten dat de mensen het ding moeten laten aanstaan", bracht hij uit. "En we verspreiden wat "urban legends" over kapotte tv's nadat iemand z'n decoder had uitgezet. Zoiets werkt altijd." Sophie stak goedkeurend haar duim op. Ettelijke honderdduizenden decoders die permanent waren aangesloten, daar was wel een kerncentrale voor nodig. Misschien kon ze zelfs aanspraak maken op meer...
"Maar...", kwam Hilde tussenbeide, "we gaan dat wel niet kunnen blijven volhouden. Na verloop van tijd gaat iedereen door hebben dat dit pure volksverlakkerij is. De mensen zijn dom, maar niet zó dom." Iedereen rond de tafel, behalve Didier, die een beetje indoezelde na zijn derde glas wijn, knikte. "Maar gelukkig hebben we ook daarvoor al een oplossing. En daarom heb ik Ingrid uitgenodigd." De ietwat forser gebouwde Limburgse glimlachte minzaam en nam voor het eerst die avond het woord.
"Ja, het zit zo", stak de minister van Innovatie van wal, "We lopen dan wel al een paar jaar achter wat betreft de elektrische auto, maar we gaan er toch maar eens in investeren. Binnenkort begin ik met een proefproject in Limburg!". "Dit ter promotie van Vlaanderen als een logistieke hub en een groen stedengewest", citeerde Freya letterlijk uit het VIA-plan. "En dat is goed nieuws voor jullie" zei Hilde, zich richtend tot Sophie. "Al gaan we er natuurlijk wel bij moeten zeggen dat die auto's eigenlijk op groene stroom moeten rijden, maar we zullen er niet te veel nadruk op leggen. En jullie bieden toch ook groene stroom aan, niet, Sophie?". "Goh, groene stroom, 't is te zeggen...", mompelde de Electrabel-del, die werd gered door het Franse duifje dat net werd geserveerd.
"In geval van nood", zei Ingrid Lieten, die intussen haar pet van minister van Media had opgezet -zo een oude van Radio 2 met een blauwe klep, eentje die haar niet echt stond-, "halen we de campagne van het Nucleair Forum nog eens van onder het stof om kernenergie als een alternatief aan te prijzen. We zijn toch met de VRT aan het onderhandelen over een nieuwe beheersovereenkomst. Voor een beetje extra geld zullen ze zeker wel wat meer zendtijd overhebben". Dutordoir verslikte zich. "Onze propagandacampagne? Ligt dat er niet al te vingerdik op? Ik heb al nooit begrepen dat de mensen daar intrapten...". "Ach Sophie, vergeet niet: de mensen zijn niet dom, maar je kan hen wel veel wijsmaken", zei Freya met een knipoog. "Dat is waar", beaamde de CEO. "Daar klinken we op", zei Hilde, blij dat er toch nog ergens een politiek akkoord kon worden gevormd. De glazen gingen tegen elkaar. "Vlaanderen in Actie", scandeerden Freya en Hilde. "Et pour les Wallons la même chose", riep Sophie. "Ziggezagge ziggezagge", probeerde Ingrid. "Hoi hoi hoi", stamelde Didier, alvorens helemaal in een diepe roes weg te zakken.
dinsdag 8 februari 2011
Hybrid
"Ge ziet toch nogal iet", het is een overpeinzing die vaak wordt gemaakt, soms te pas, soms te onpas. Maar ik wil er dit relaas toch mee beginnen.
Onlangs liep ik door de straten van een niet nader genoemd Limburgs dorp. Mijn oog viel op een blinkende Porsche Cayenne 4x4. Blinkend, ja. Ongetwijfeld kwam die pas van de carwash na talloze offroad-avonturen langsheen modderige sloten en grillige hellingen, want dat de wagen alleen wordt gebruikt om naar de Delhaize en de bakker, en op zondag naar familie te gaan, nee, dat weigerde ik te geloven.
Ik liep langs de wagen en zag dat er een logo op de zijkant stond. Ik stopte en knipperde even met mijn ogen. Ik moest het verkeerd gezien hebben, verblind geweest zijn door de winterzon. Ik las opnieuw het woord op het logo. Nee, het stond er werkelijk: hybrid.
Het was druk die dag in de straten, dus ik probeerde mijn gezicht in de plooi te houden en liep door alsof er niets was gebeurd. Maar binnenin stelde ik me bepaalde vragen. Een hybride 4x4. Dat moet toch een vergissing zijn? Of misschien was het een grapje, was het logo er op geplakt, zoals je soms een Mercedes-ster op een Lada ziet... Nee, want de net-van-de-carwash-Porsche straalde een zekere serieux uit. Dus was het echt de bedoeling om een "milieuvriendelijke 4x4" te maken.
Maar dat klopt toch niet? Als 4x4-rijder kan dat toch niet in overeenstemming zijn met je overtuiging? Want wat doe je als je een 4x4 koopt? Je maakt een statement. Je zegt: "Ik ben een *********** *** en ik vervuil zoveel ik wil." Als je een hybride 4x4 rijdt, dan breng je nuance aan in dit statement, maak je het minder sterk. Het is eigenlijk alsof je het Amazonewoud te lijf gaat met een kettingzaag op zonne-energie, of iemand z'n kop inklopt met een bat uit FSC-hout. Je maakt iets kapot, maar doet dit wel ecologisch verantwoord...
Ik wil zeker niet beweren dat 4x4's moeten worden verboden. Absoluut niet, ik zou niet durven. Wat ik wel voorstel is dat de eigenaar van deze hybride 4x4 drie uur lang wordt vastgebonden met zijn of haar neus in de rokende hybride uitlaatpijp van zijn of haar favoriete speeltje. Waarna hij of zij wordt gedwongen om het metalen monster tot de laatste bougie te verorberen. Waarna het geheel van mens en wagen wordt binnengebracht ter recyclage, om zo nog snel de bijbehorende premie op te strijken. Zo verdienen we er nog iets aan. Dit lijkt me niet meer dan billijk.
Onlangs liep ik door de straten van een niet nader genoemd Limburgs dorp. Mijn oog viel op een blinkende Porsche Cayenne 4x4. Blinkend, ja. Ongetwijfeld kwam die pas van de carwash na talloze offroad-avonturen langsheen modderige sloten en grillige hellingen, want dat de wagen alleen wordt gebruikt om naar de Delhaize en de bakker, en op zondag naar familie te gaan, nee, dat weigerde ik te geloven.
Ik liep langs de wagen en zag dat er een logo op de zijkant stond. Ik stopte en knipperde even met mijn ogen. Ik moest het verkeerd gezien hebben, verblind geweest zijn door de winterzon. Ik las opnieuw het woord op het logo. Nee, het stond er werkelijk: hybrid.
Het was druk die dag in de straten, dus ik probeerde mijn gezicht in de plooi te houden en liep door alsof er niets was gebeurd. Maar binnenin stelde ik me bepaalde vragen. Een hybride 4x4. Dat moet toch een vergissing zijn? Of misschien was het een grapje, was het logo er op geplakt, zoals je soms een Mercedes-ster op een Lada ziet... Nee, want de net-van-de-carwash-Porsche straalde een zekere serieux uit. Dus was het echt de bedoeling om een "milieuvriendelijke 4x4" te maken.
Maar dat klopt toch niet? Als 4x4-rijder kan dat toch niet in overeenstemming zijn met je overtuiging? Want wat doe je als je een 4x4 koopt? Je maakt een statement. Je zegt: "Ik ben een *********** *** en ik vervuil zoveel ik wil." Als je een hybride 4x4 rijdt, dan breng je nuance aan in dit statement, maak je het minder sterk. Het is eigenlijk alsof je het Amazonewoud te lijf gaat met een kettingzaag op zonne-energie, of iemand z'n kop inklopt met een bat uit FSC-hout. Je maakt iets kapot, maar doet dit wel ecologisch verantwoord...
Ik wil zeker niet beweren dat 4x4's moeten worden verboden. Absoluut niet, ik zou niet durven. Wat ik wel voorstel is dat de eigenaar van deze hybride 4x4 drie uur lang wordt vastgebonden met zijn of haar neus in de rokende hybride uitlaatpijp van zijn of haar favoriete speeltje. Waarna hij of zij wordt gedwongen om het metalen monster tot de laatste bougie te verorberen. Waarna het geheel van mens en wagen wordt binnengebracht ter recyclage, om zo nog snel de bijbehorende premie op te strijken. Zo verdienen we er nog iets aan. Dit lijkt me niet meer dan billijk.
donderdag 27 januari 2011
Moede gij
Ik moest, zoals iedereen wel eens om de zoveel jaar, een nieuwe identiteitskaart gaan afhalen, een nieuwe pas. Bericht van de gemeente gehad, met daarin de PUK- en de PIN-code. Op naar de dienst bevolking dus: oude identiteitskaart afgeven, PUK-code ingeven, PIN-code, en klaar is Kees.
Naast mij zat een man bij wie het iets minder vlot ging. Een man van vreemde komaf, Oost-Europees of zo. Hij had een papier voor zich liggen, maar zocht driftig in zijn portefeuille naar iets anders. Hij werd "geholpen" door een vrouw van om en bij de 60.
"Neeje", zei zij, zich bedienend van de universele taal van het Noord-Limburgs, "da papier moete wij nie hemmen." "Papier!", herhaalde hij, wijzend naar het verfrommelde exemplaar dat voor hem lag. "Neeje", zei ze nog eens, "een ander papier. Da hebde gij toen gekregen en da moede gij nu afgeven." Hij keek op en schudde het hoofd. "Nie... niet begrepen." "Gij hebt toen een ander papier gekregen en da moede nu afgeven!" herhaalde ze, luider dit keer. Maar ik denk niet dat dat het probleem was...
De man raakte de wanhoop nabij. En zij bleef volharden. "Als gij da papier nu nie bij hebt, dan moede da thuis maar eens zoeken en dan zoude later moeten terugkomen", was haar ongetwijfeld erg goed bedoelde raad. Hij schudde zijn hoofd, maar besefte dat een nieuwe "niet begrepen" weinig soelaas zou bieden. Hij stond recht en keerde onverrichterzake naar huis terug.
Of een vrouw die voor de gemeente werkt helemaal geen Engels kan, vraag je je dan af. Ook al is ze 60 jaar of ouder. Ze moet toch ooit naar Engelstalige feuilletons gekeken hebben: de Bold en de Beautiful, Dallas... Bonanza of zo?
En ja, ik heb niet echt iets gedaan om de man verder te helpen. Nochtans had dat wel moeten lukken, ook al is mijn Engels nogal "with hair on it". "Then must you later come back with that other paper", dat moet zo ongeveer de meest verstaanbare vertaling zijn van "dan moede gij later terugkomen met dat andere papier". Maar ik hielp dus niet. Ik troost me met de gedachte dat hij nu misschien beseft dat hij een landstaal moet leren. Temeer omdat de volgende keer waarschijnlijk wel weer iemand naast hem zal zitten die hem niet uit de nood helpt...
Naast mij zat een man bij wie het iets minder vlot ging. Een man van vreemde komaf, Oost-Europees of zo. Hij had een papier voor zich liggen, maar zocht driftig in zijn portefeuille naar iets anders. Hij werd "geholpen" door een vrouw van om en bij de 60.
"Neeje", zei zij, zich bedienend van de universele taal van het Noord-Limburgs, "da papier moete wij nie hemmen." "Papier!", herhaalde hij, wijzend naar het verfrommelde exemplaar dat voor hem lag. "Neeje", zei ze nog eens, "een ander papier. Da hebde gij toen gekregen en da moede gij nu afgeven." Hij keek op en schudde het hoofd. "Nie... niet begrepen." "Gij hebt toen een ander papier gekregen en da moede nu afgeven!" herhaalde ze, luider dit keer. Maar ik denk niet dat dat het probleem was...
De man raakte de wanhoop nabij. En zij bleef volharden. "Als gij da papier nu nie bij hebt, dan moede da thuis maar eens zoeken en dan zoude later moeten terugkomen", was haar ongetwijfeld erg goed bedoelde raad. Hij schudde zijn hoofd, maar besefte dat een nieuwe "niet begrepen" weinig soelaas zou bieden. Hij stond recht en keerde onverrichterzake naar huis terug.
Of een vrouw die voor de gemeente werkt helemaal geen Engels kan, vraag je je dan af. Ook al is ze 60 jaar of ouder. Ze moet toch ooit naar Engelstalige feuilletons gekeken hebben: de Bold en de Beautiful, Dallas... Bonanza of zo?
En ja, ik heb niet echt iets gedaan om de man verder te helpen. Nochtans had dat wel moeten lukken, ook al is mijn Engels nogal "with hair on it". "Then must you later come back with that other paper", dat moet zo ongeveer de meest verstaanbare vertaling zijn van "dan moede gij later terugkomen met dat andere papier". Maar ik hielp dus niet. Ik troost me met de gedachte dat hij nu misschien beseft dat hij een landstaal moet leren. Temeer omdat de volgende keer waarschijnlijk wel weer iemand naast hem zal zitten die hem niet uit de nood helpt...
Abonneren op:
Posts (Atom)







