Posts tonen met het label op de trein. Alle posts tonen
Posts tonen met het label op de trein. Alle posts tonen

maandag 27 februari 2012

Vrouwen weten het ook

Maandagochtend. Geen plaats in de trein, dus rechtstaan. Een vrouw op een stoeltje apart zet quasi achteloos een blikje aan haar lippen. Maar de zwarte handschoen die er omheen is getrokken, trekt de aandacht.

De laatste slok. Het blik met handschoen verdwijnt onder het klaptafeltje, alleen de handschoen komt terug naar boven. De vrouw recht de rug, klaar voor een nieuwe werkweek.

Brussel-Noord, reizigers stappen af, ik vind een plek verderop. Wanneer Brussel-Centraal nadert, komt de vrouw voorbijgelopen. Ze is ongeveer veertig, met kort blond haar en een bril. Kortom, zoals u en ik er zouden kunnen uitzien als we een vrouw van veertig waren.

Brussel-Zuid. Het vuilbakje waar de vrouw enkele minuten geleden nog zat, staat open. Ik zie een zwarte J, gevolgd door een u en een p. Duidelijk niet alleen mannen weten waarom.

Maandagochtend. Het is toch altijd weer even slikken.

woensdag 8 juni 2011

Rugzaktoerist 2.0: @ small train carriage w/ 5 others

Of we misschien de slaaptrein zouden nemen voor onze citytrip naar Praag? Het was de vraag die we ons stelden. Waarom we dat in godsnaam zouden doen? Wel, met het oog op een latere reis, die ons eventueel per spoor langs allerlei Europese steden zou brengen. Een try-out dus. En omdat ik nu eenmaal niet zo erg vliegtuigminded ben. En omdat ik die ecologische voetafdruk toch enigszins wil beperken, maar dat zeg ik er natuurlijk niet luidop bij. Als u bij deze wil stoppen met lezen, mag dat, maar dan kijk ik u nooit meer aan.

De beslissing maakt wel dat je meteen tot een andere categorie van toeristen behoort. Niet meer het volk dat voor een paar uur naar Barcelona vliegt om daar een fancy zonnebril en nog fancier kleren te kopen dan ze al dragen en die van die ruim 1000 km enkel wat wolken zullen zien. Wel de zwaarbeladen rugzaktoerist wiens kleding enkel dient om zo comfortabel mogelijk te zitten/liggen, klaar om weer een nieuw stuk van de wereld en de daarbij horende overgangen tussen steden en dorpen, tussen landschappen en tussen culturen te aanschouwen. Klaar om mensen met totaal andere achtergronden, talen en opvattingen te ontmoeten.

Denk je.

Oh ja, de pientere lezer heeft al opgemerkt dat ik tot het deel van de "jeugd" behoor dat wel eens een citytrip maakt, iets waar de Leuvense wijsgeer Louis Tobback zijn bedenkingen bij heeft (ik maak nu even een bondige synthese van 'smans gedachtengang). Meer nog, ik maakte een citytrip op het moment dat de brave man zijn uitspraken deed. Daar had hij niet van terug. Maar dus wel met de trein en met de rugzak, en dat heeft toch zoiets anti-grootkapitalistisch en -consumeristisch, iets waar een socialist moeilijk tegen kan zijn.

Alhoewel, al die revolutionaire ideeën moesten al vrij snel -gedeeltelijk noodgedwongen- de prullenmand in.

Want vooraleer aan het treinavontuur te beginnen, moest er wel nog worden geïnvesteerd in zo'n grote en vooral kostelijke trekkersrugzak, statussymbool par excellence van de trekker. En in het station waar we moesten overstappen kon een bezoek aan wereldveroveraar en "global village"-icoon Starbucks natuurlijk niet ontbreken. Al drukte een foldertje ons daar op het hart dat alle koffie "fair trade" was en was er Bionade, dus hoe goed waren wij wel niet bezig?

En de eerlijkheid gebiedt me ook om te zeggen dat het eerste deel van de reis niet echt per soort van transsiberische express of Peking express verliep, zoals het een goede rugzaktoerist betaamt, maar wel per comfortabele Thalys. Alwaar we dan ook aardig uit de toon vielen met onze rugzak, tussen zakenlui die op vrijdagavond om half acht lustig doordeden wat ze al de hele dag aan het doen waren, namelijk "meeten". "Change management", "policies" en "next steps", las ik op de notitieblok van de vrouw in de zetel voor mij, terwijl de vergadering verder in het Duits werd gevoerd ("Ja, vielleicht" en zo, u kent dat wel, dat Duits). En ik vroeg me af of ze op dat moment niet liever bij haar kinders zou zitten. Maar dat had ik natuurlijk ook gedacht als er een man voor me had gezeten, wat denkt u wel?

En eenmaal in de slaaptrein bleek dat contact met andere culturen en zo ook nogal mee te vallen. Medereizigers hadden vooral oor en oog voor hun mp3-speler, iPod- of Phone en digitale camera. Ik zag twee kerels binnenwandelen met een McBox van McDonalds, terwijl het meisje tegenover mij zich in alle bochten wrong in dat bed van 1,70 m lang, een halve meter breed en een halve meter hoog om vervolgens haar MacBook open te klappen. Misschien naar FourSquare? "@ a small train carriage w/ 5 others"

Dhr. Tobback heeft misschien wel ergens gelijk: een oproep tot een echt "change management" kan geen kwaad. Misschien leren we zo net iets meer "out of the (Mc)box" denken...

dinsdag 19 april 2011

"Die holocaust, ik wil dat nu niet minimaliseren, maar..."

Of hoe je in een half uur de eigenaars van zonnepanelen, de groenen, de politiekers in het algemeen, de oudere mensen, de buitenlanders en in het bijzonder de Marokkanen kunt door de mangel halen, om uiteindelijk -uiteraard- bij de Joden uit te komen.

"Die zonnepanelen, wat is me dat allemaal?!"
Een doordeweekse, zonnige ochtend, 7u35, en de verkeerde treincoupé gekozen, want terechtgekomen bij de luidruchtige dame die u misschien nog kent van Piekuur-paria.
"Ja", beaamt haar jongere alter-ego, tevens voltijds ja-knikker en echo, "Eerst promoten ze die dingen ik weet nie hoe hard en als de mensen ze dan gekocht hebben, gaan ze ze er nog extra voor laten betalen."
"Nee", moet haar oudere en dus levenswijzere compagnon haar meteen terechtwijzen, "Ik geef Van den Bossche gelijk! Ze hadden die nooit mogen subsidiëren. De mensen die zonnepanelen leggen, betalen toch al minder voor elektriciteit?! En het zijn zeker niet de armen die er hebben liggen hé. Want ook al zijn ze gesubsidieerd, ge moet het bedrag wel maar op tafel kunnen leggen hé!"

Ze komt op dreef.
"En het zijn de groenen die daar allemaal voor gezorgd hebben hé! Dat is dus de ergste partij die er is hé. Die krijgen nooit of van ze leven mijn stem. Want dat zijn wanna be-hippies, hé, maar met diamanten in hun haar in plaats van bloemen! Want dat groen zijn, dat is alleen maar voor de mensen die dat kunnen betalen!".

Waarna het tijd is voor wat ongefundeerde veralgemeningen, vindt de jonge echo.
"Ge weet gewoon niet meer op wie ge moet stemmen!" krijt ze. "Waarom moeten we hier eigenlijk zoveel politieke partijen hebben? Iedereen die een beetje een mening heeft en het goed kan uitleggen, begint een politieke partij!"

Het antwoord ligt gelukkig voor de hand...
"Wij zijn een volk van sjoemelaars hé", meent het naburige orakel. "Ge ziet dat overal. Op 't werk ook. Die mannen tellen uit hoeveel ziektedagen ze nog hebben, en als ze dan bijna op pensioen kunnen, nemen ze die allemaal tegelijk op en dan zitten ze al twee jaar op voorhand thuis. Dan hebben ze zogezegd een depressie". Instemmend geknik. "Ik vraag we af hoe die dat eigenlijk gedaan krijgen. Mijnen dokter schrijft nooit zomaar een week voor zalle!". "De mijne ook niet", vult dingske aan. "Voor buikgriep kreeg ik just drie dagen, terwijl het er langs boven en langs onder uitkwam!". Er zijn grenzen aan wat je op een nuchtere maag kunt verdragen.

Maar een verrassende wending houdt me bij de les. Let u vooral op het veelvoud aan eufemismen voor "makakken".
"Ik snap trouwens niet waarom ze eigenlijk zoveel euh... buitenlanders naar ons land halen", denkt het orakel luidop, "terwijl er nog zoveel Belgen zonder werk zitten". "Ja", treedt dingske haar wederom bij, en dan komt het onvermijdelijke (letterlijk uit haar mond. "Non trucare, non foefelare", zou Urbanus zeggen): "Ik ben nu geen racist, maar als ik met vriendinnen ga lopen, zitten er dan van die euh... allochtonen langs de baan en die roepen dan vanalles zo, "mogen wij eens meelopen" en zo. Dat zijn dan meestal van die groepjes Marokkanen. Dan heb ik zoiets van: als ik hier alleen had gelopen... Ik heb het er dikwijls over met de vriend van de zus van een vriendin (of zoiets), die is van Congolese afkomst en is zo wat mulat zo".

De levenswijze vrouw gaat verder. "Wij merken dat ook. Wij hebben altijd het meeste last met die euh... vreemde nationaliteiten: Nederlanders, Marokkanen, Joden... allé, dat is nu niet echt een nationaliteit, maar toch. Als ge zo'n naam ziet, dan weet ge het wel. Dat zijn de grootste sjoemelaars hé."

Ik dwing mezelf me af te sluiten van dit alles, maar slaag er slechts gedeeltelijk in. Gelukkig maar, anders had ik de volgende sublieme passage ter afsluiting gemist. "En die holocaust, allé, ik wil dat nu niet minimaliseren wat er toen is gebeurd, maar dat die Joden dat altijd weer moeten gebruiken, allé... Mijn grootouders hebben ook in de oorlog gevochten, maar 't is daarom toch niet dat ik me slechter ga voelen hé."

Het is even na 8u, en er zijn écht grenzen aan wat een mens 's morgens vroeg kan verwerken.

donderdag 24 februari 2011

Piekuur-paria

Elke dag komt hij weer tot leven: de microkosmos van de piekuurtrein naar Brussel. Het gewriemel begint al op het perron. Iedereen zoekt een plekje. Correctie: iedereen zoekt zijn of haar plekje. Het vaste plekje van elke ochtend.

Even zien of iedereen er is. Ja, de luidruchtige vrouw die elke ochtend wordt uitgewuifd door haar dochter en vanuit de deur van de wagon "I love you" roept alsof ze elkaar twee jaar niet gaan zien, terwijl het in werkelijkheid maar acht uur is, zij is er. De man met zijn plat haar, de stuurse blik en de verbeten trek rond de mond, die altijd in zichzelf begint te vloeken als de wagondeur enkele meters aan hem voorbijgaat, hij is er ook. De man met de wijnvlek op zijn gezicht, check!

Als de trein aankomt, zet heel de menigte zich in beweging en zoekt iedereen voor de tweede keer een plaats. Los van sporadische slagen en verwondingen gebeurt dit grotendeels zonder bloedvergieten. Veel mensen hebben immers, ook hier, hun vaste plekje. Of hebben een vaste reisgezel die al eerder opstapt en een plaats reserveerde. Ikzelf ben vaak in dit geval, een vriendin stapt een halte eerder op, en ik verbaas me er steeds weer over dat het plekje tegenover haar nog vrij is. Misschien kan ze gewoon heel kwaad kijken.

Ik moet denken aan een man die tot voor kort tot deze gemeenschap behoorde. Die man, een uit de kluiten gewassen zestiger, goed in het pak, had de gewoonte om zich op een vrije plek neer te ploffen, zich vervolgens goed breed te maken en zich dan te mengen in eender welk gesprek in de nabije omtrek. Meestal viseerde hij daarbij jonge en niet onappetijtelijke vrouwen, die hij probeerde te imponeren met straffe verhalen. Een kwinkslag op tijd en stond, altijd lachen. Na enige tijd schoot er dan al eens een hand uit, naar een schouder of een arm. De vrouwen spraken hem er bijna nooit op aan, ze wisten dat het voorbij zou zijn als de trein stopte.

Maar de gesloten microkosmos begon de man te kennen, en als hij een wagon binnenstapte, stokte al eens een gesprek, draaide iemand een hoofd om of maakte iemand zich iets breder. De man werd een paria, een outcast. Maar het deerde hem eigenlijk niet. Hij bleef zich tussen anderen, en tussen hun gesprekken, wringen. Enkele maanden geleden kondigde hij, in één van zijn monologen, aan dat hij met pensioen ging. Een zucht van verlichting ging door de trein. Al was het voor hem, zo bleek in die laatste maanden, ook een teken om alle remmen los te gooien. Hij praatte steeds meer en luider, handen schoten alle richtingen uit. Eén meisje durfde ooit "blijf van mij af, viezerik" te roepen. Ze kreeg net geen staande ovatie.

Inmiddels is de man met pensioen en kom ik hem ook nooit meer tegen. Maar ik zou hem zeker nog herkennen. Net als alle andere bewoners van onze kleine wereld. Al ontstaat er soms verwarring als je zo'n medebewoner in een andere context tegenkomt, op straat, in een winkel. Je kijkt de persoon aan, er is herkenning, eventueel een knikje. Je denkt "ik ken hem/haar ergens van". Dan besef je dat die persoon in dezelfde trein zit, elke dag opnieuw. Maar elkaar kennen, nee, dat waarschijnlijk niet...

woensdag 8 december 2010

De helende kracht van geld

Een doordeweekse avond in station Brussel-Zuid. Koud. Trein met vertraging. Gemor. Al de tweede keer deze week, gisteren ook al een halfuur. Al de vijfde keer in twee weken. De tiende keer in een maand.

De trein komt. Dan toch. Mensen stappen in. Ook zij, een vrouw… nee, een vrouwtje, van een jaar of dertig. Gepakt en gezakt, compleet worstelend met kinderbuggy. Ze zoekt zich een plaats en zijgt neer.
Maar in plaats van met de wolven mee te huilen over wat een miserie dat toch is, die NMBS, begint ze vrolijk om zich heen te schetteren. Tegen de baby in haar buggy. Tegen de dame tegenover haar. Tegen wie het maar horen wil.

Dat het hier toch nogal meevalt met de treinen. Ze komt net van over het kanaal. Moest eerst van een onooglijk Iers gat tot in Saint-Pancras geraken, daarna nog met de Eurostar tot in Brussel en nu de laatste etappe naar Hasselt. Die Engelse trein, dat was me wat. Te laat, en dan waren de deuren nog half kapot. In elk station moest iemand van de reizigers uitstappen om de deur zelf te sluiten alvorens ze konden vertrekken. Tegen de hendel duwen, slaan of schoppen, en dan proberen terug op de trein te springen voordat de deuren zich sloten. Om maar te zeggen…
Ze verdrijft de koude en de ergernis enigszins uit de wagon.

Intussen zitten twee mensen –collega’s van het werk, vrienden misschien- naast mij te berekenen hoeveel deze vertraging hen gaat opleveren, als ze het invullen op hun compensatieformulier. De helende kracht van geld. Als we er maar iets aan kunnen verdienen, dan is de pijn al snel verzacht. Een geniale vondst van de NMBS.

Maar, zegt de man tegen de vrouw, je kan er nog meer uit halen. Als je op railtime kijkt, kan je zien welke trein richting Hasselt het meest vertraging heeft, en die kan je dan invullen. Het meisje fleurt op. En kan ze ook de vertragingen van vroeger nog opzoeken? Zeker, antwoordt hij,van de voorbije twee jaar zelfs! En bij een vertraging van meer dan een half uur, wordt de helft van de treinreis terugbetaald.

Tel uit je winst!

Straks komt ze thuis met de woorden: “Voila, we hebben ze weer verdiend vandaag”. En dat gewoon door op de trein te zitten. Het leven kan toch schoon zijn.

maandag 11 oktober 2010

"Regent het?"

"Regent het?" vraagt het meisje verwonderd terwijl ze naar de druppel op de vloer voor haar in de trein wijst. "Euh, nee", zegt de jongen tegenover haar, "Dat komt van uw blikje, denk ik." "Oei,", zegt het meisje, en ze kijkt naar de pas geopende Cola Light in haar hand, alsof iemand die daar ongemerkt in geduwd heeft. Haar ogen gaan opnieuw naar de jongen. "Oei, en op uw broek ook... ", stamelt ze. "Heeft het ook geregend", wilde ze zeggen. "Ach", murmelt de jongen, "Die moet toch in de was..."

En dan, dan is het gedaan. Geen verlegen lachjes, geen sluikse blikken, geen geforceerde excuses... Het meisje heeft ook bij zichzelf, op haar vest, een (regen)druppel ontdekt. Ze neemt haar zakdoek en veegt hem af. Over het been van de jongen gaat ze niet. Daarvoor draagt hij misschien toch iets te veel bril en iets te onhippe kleren. Hij doet geen moeite om nog iets te zeggen. Hij wil niet te veel aandacht besteden aan iemand die denkt dat het, op een rustige nazomeravond in oktober, kan binnenregenen in een treincoupé.