dinsdag 11 augustus 2015

Ode aan Teletekst: waarom pagina 504 (nog even) niet kan worden gemist

Laten we over koetjes, voetbal en de lotto praten. Of toch over voetbal. Sinds enkele weken is de Jupiler Pro League, ook wel bekend als onze vaderlandse voetbalcompetitie, opnieuw op gang gefloten, zoals dat dan heet in voetbaltermen. Week na week verbazen toppers als Jovan Kostovski, Jarno Molenberghs, Rob Schoofs en Goh Bi Cyriac ons wederom met balkunsten die Premier League-sterren enkel op de Playstation durven en kunnen we ons vergapen aan topaffiches als Moeskroen-Waasland-Beveren en STVV-Zulte-Waregem.

Al van kindsbeen af volg ik de voetbalavonturen op de Belgische velden op de voet. Ik was 10, 11 of 12 of zoiets en RWDM, Eendracht Aalst, Harelbeke en Lommel speelden nog (soms) in eerste klasse. Het internet was een verre, boze droom, dus was ik aangewezen op het medium "radio" (zo iets met knoppen en een antenne) voor de uitslagen. Helaas waren de uitslagen van de zaterdagavondmatchen er pas om 22 uur, een tijdstip waarop een (relatief) kleine pagadder als ik destijds al onder zeil moest zijn, en duurde het tot zondagochtend voordat ik kon horen over de doelpunten van Patrick Goots of Remco Torken, de fratsen van Florian Urban en Stijn Vreven en de reddingen van Danny Verlinden. Het nieuws van 8 uur kon ik nog net meepikken voordat we naar de “halfnegenmis” moesten vertrekken. Ontelbare keren heb ik Johan Janssens tot spoed aangezet omdat hij maar bleef doorlullen over oorlogen en schandalen, terwijl hij gewoon over moest gaan tot de belangrijkste bijzaak ter wereld. De meest verlossende woorden die ik op zondag hoorde, waren dan ook, veeleer dan het woord van de Heer, “In de eerste klasse van het voetbal heeft..." .

Later bleek er zoiets te bestaan als Teletekst, een zwart scherm dat achter de televisie zat verborgen en waar heel wat saai nieuws op te lezen stond, maar vooral: waar de voetbalstanden live werden bijgehouden. Opeens moest ik geen nacht meer niet-slapen om te weten wat de Malinwa had gedaan, maar kon ik het scoreverloop gewoon op de voet volgen, op pagina 504, met doelpuntenmakers en al! Joris Van Hout, Joao Elias, Steven Ribus: het dodelijke drietal van de KV! En vrijwel meteen na de match kon je al een wedstrijdverslag lezen, op pagina 507, 508, 509 of nog verder. De stand? 505! Topschutters? 506 uiteraard! Van topwedstrijden of wedstrijden op vrijdagavond kon je zelfs al de opstelling vooraf en de wissels en soms zelfs een verslag minuut-per-minuut lezen. Echt tv-kijken was er al lang niet meer bij, het was wachten op die paar minuten tussen De Kampioenen en het daaropvolgende programma om snel de tussenstanden te checken. Van VTM was er geen sprake thuis, reclameblokken werden node gemist. Toen pagina 599, die ervoor zorgde dat de tussenstanden afwisselend werden getoond in een klein balkje rechtsboven het scherm, werd ontdekt was het helemaal "foutu".

Zelfs toen het internet de boel ging domineren, en je je via honderdvijftigduizend sportsites kon laten bestoken met sms’en telkens er werd gescoord, niet werd gescoord, rood of geel of paars werd gegeven en een blote vent het veld opcrosste, bleef ik zweren bij den TT. Ietsje minder fanatiek misschien, want de zaterdagavonden geraakten ook wel eens gevuld, maar bij thuiskomst was de eerste taak, in zoverre de eventueel benevelde toestand dit toeliet, toch altijd het raadplegen van pagina 504.

Maar dit seizoen was er iets veranderd. Van de openingsmatch waren er geen opstellingen vooraf te lezen, enkel de score en een zuinig verslagje achteraf. De andere matchen kregen zelfs het verslagje niet meer. Ach ja, het is zomer, dacht ik aanvankelijk, de Sporza-mannen liggen nog op de stranden van Lloret de Mar. Maar ook speeldag twee kreeg een minimale hoeveelheid aan Teletekst-aandacht, en ik stuurde ongerust een tweet naar @sporza. Het antwoord was kort (zo gaat dat op den Twitter), maar duidelijk: enkel nog verslagen van topmatchen en de livescores op TT.

Mijn opstandigheidsklier schoot uiteraard meteen in actie! Teletekst, een medium in de fleur van zijn leven, zomaar afbouwen? Het zal wel weer liggen aan de besparingen van onze rechtse regeringen! Hoe moet het nu verder?! Moeten er eerst doden vallen voor deze onrechtvaardige, koude, meedogenloze beslissing zou worden teruggedraaid?! Een sociale media-rel drong zich op! #jesuisTT, #weareTT! We zouden allemaal Teletekst zijn, zoals we al zoveel waren geweest.

Maar vreemd genoeg waren de reacties in mijn omgeving veeleer lauw. Ofwel werd het Belgische voetbal amper gevolgd en kende men er niets van (doorgaans waren dit supporters van Anderlecht), ofwel kon de teloorgang van de teletekst mijn gehoor slechts matig boeien. Pagina 504 deed maar weinig bellen rinkelen. “Teletekst, bestaat dat nog?” was misschien nog de meest gehoorde reactie.

Zou het daadwerkelijk? Is de rol van TT dan toch stilaan uitgespeeld? Hebben de voetbalfans de pagina’s 500 en volgende ingeruild voor de websites en de bijbehorende sms’en? Het lijkt er verdraaid veel op. En het is gebeurd zonder dat ik er erg in had.

The times, they are a changin zeker? Ooit zal ik teletekst moeten loslaten. Mentaal kan het verwerkingsproces al beginnen. Maar tot die tijd zal sporza.be geen extra klant aan mij hebben, op zaterdagavond. Ik blijf trouw aan pagina 504, tot het laatste fluitsignaal.

donderdag 26 februari 2015

Veggie zonder vrees

Arme Alexia Leysen. Hoe vaak zou ze dezer dagen, wanneer ze haar Facebookpagina of haar mailbox opent, niet worden aangesproken met "vegiterroriste" of worden bestempeld als nagel aan de doodskist van onze traditionele, vleesminnende eetcultuur, van op een anoniem profiel of door stoofvlees4ever@hotmail.com? Want de kant is groot dat dat gebeurt. De reden? Alexia is de initiatiefneemster van Dagen zonder vlees.

Wat voorafging: enkele jaren geleden had juffrouw Leysen het idee om een eigentijdse invulling te geven aan de vasten, de veertigdagentijd voor Pasen. Ze wilde een verstervingske doen, zoals dat vroeger heette, en kwam uit bij minder vlees eten. Omwille van de impact die de productie ervajn heeft op ons klimaat. Vanuit een zekere bezorgdheid over de toekomst dus.


Inmiddels zijn we ettelijke jaren verder en is Dagen zonder vlees uitgegroeid tot een echte traditie, een landelijke actie waar BV's en meer dan 40 000 gewone stervelingen zich achter scharen en die een niet aflatende stroom aan vegetarische recepten in onze mailboxen teweegbrengt. Zelfs slagers zijn niet massaal hun vleesmessen wat extra aan het bijslijpen om Alexia IS-gewijs te kielhalen, maar pleiten -althans sommigen- voor minder, maar beter vlees.

Kortom, iedereen tevreden.Toch?

Toch niet.
Blijkbaar is het succes van de actie en de grote media-aandacht die ze krijgt voor sommigen een signaal om zich net af te zetten tegen het hele concept en het tegenovergestelde te doen. Om niet het vlees even en slechts gedeeltelijk achterwege te laten, maar om net extra kilo's spek te laten aanrukken. In die tegenbeweging zijn meerdere groepen te ontwaren. Je hebt enerzijds de klassieke "haters", mannen van 40 en vrouwen tussen de 60 en de 70 die zich verplaatsen in SUV's en dagelijks meerdere kikkers en konijntjes onder hun wielen pletten en gewoon overal "tegen" zijn. Mocht er om de een of andere reden een actie voor een goed doel worden opgezet met een compleet tegenovergestelde opzet, namelijk "dagen met zo veel mogelijk vlees", waarbij de ondergrens ligt op twee sappige koteletten of drie nog van het bloed druipende zwarte pensen per dag, dan zouden zij zich wellicht met graagte veertig dagen tegoed doen aan sla, radijsjes en rammenas. 

Maar daarnaast is er ook een groep die niet per se anti-alles is, maar die zich toch enigszins bedreigd voelt door de actie. Die vindt dat een bepaald soort gedrag wordt opgelegd, dat "geitenwollensokken hen weeral aan het betuttelen zijn" en "dat ze toch zelf wel bepalen wat ze eten of niet zeker". Ze voelen zich geschaad in hun privacy en gaan zich groeperen in Facebook-groepen. Als er een iemand van die "geitenwollensokken" in al zijn enthousiasme misschien een ietsje te ver gaat en ook nog eens Vlaams icoon Jerre Meus op de korrel neemt, is dit natuurlijk koren op hun ... euh, vleesmolen.
En natuurlijk zijn er ook weer degene die het nut van de actie in vraag stellen, en vinden dat de deelnemers aan de actie maar meteen alle klimaat-verantwoordelijkheid op hun frele, tengere want vleesloze schouders moeten dragen. Men begint zich af te vragen waarmee de kranten werden gevuld in jaren-zonder-dagen-zonder-vlees.

Hoeveel eer al die aandacht voor de actie ook is, het is bijzonder jammer dat ook Dagen zonder vlees aanleiding geeft tot polarisering, tot links versus rechts, iets wat vandaag de dag blijkbaar een "must" is. Altijd moet er debat zijn tussen voor en tegen, wat dan uiteindelijk per definitie escaleert in de krochten van Facebook en andere Twitters. 

Het is vooral bijzonder jammer omdat Dagen zonder vlees net helemaal niets oplegt, volledig vrijblijvend is en u dus nog altijd volledig zelf kunt bepalen wat er op uw bord komt. Het gaat om een beetje bewustwording, nadenken over wat we eten, maar zonder verplichting. Wie meedoet en één dag minder vlees eet, prima. Wie meedoet en veertig dagen enkel zeewier eet ... ik zou toch oppassen daarmee. U kunt zelfs lichtjes frauderen, bolletjes groen kleuren als u toch stiekem uw vinger hebt gestoken in het verse gehakt. Niemand zal u erop aanspreken. Zo vrijblijvend is het. Kunnen we dus even alles vergeten en verdergaan onder het motto "eten en laten eten"? En laat het stoofvlees zeker smaken, zondag!

dinsdag 2 december 2014

Solidair, maar met wie eigenlijk?

"Wegens de mogelijke black-out in ons omringende gemeenten, zal onze gemeente dit jaar geen kerstverlichting hangen langs de straten". Deze mededeling, min of meer, stond onlangs te lezen in het infoblad van onze gemeente, die zelf gespaard zal blijven van zwartheid dankzij de aanwezigheid van belangrijke industrie.

Geen kerstverlichting dus, om onze buren een zwarte kerstmis te voorkomen. Schoon toch? Kunnen de begrippen solidariteit en naastenliefde beter worden geïllustreerd, in deze periode, dan op deze manier? En uiteraard ben ik voor het besparen van energie. Sinds jaar en dag doe ik er alles aan om het eigen verbruik te beperken, buren of vrienden die erom vragen hier en daar een tip te geven en -vooral- mensen die er niet om vragen zoveel mogelijk gerust te laten, ook al is de verleiding vaak groot.

Met de campagne OffOn is nu ook de overheid op de kar van de energiebesparing gesprongen. Niet droogtrommelen of strijken tijdens de piekuren, en de eenpansgerechten zijn intussen legendarisch. Toch is het een beetje cynisch dat er blijkbaar enkel moet worden bespaard als het echt niet anders kan. Terwijl een dergelijke campagne al veel langer nodig was, tegen minder tastbare maar veel ingrijpendere gevolgen, op langere termijn.

Bovendien vraag ik me af met wie ik eigenlijk solidair ben, als ik mijn gedrag zou aanpassen en mijn gemeente de kerstverlichting zou doven. Met de buurgemeenten, of toch vooral met de regeringen van de voorbije 15 jaar en de nucleaire lobby? De regeringen, die om ter meest verwarring zaaiden over al dan niet uitstappen uit kernenergie, om zo alle mogelijke investeringen in alternatieve energiebronnen te ontmoedigen. De nucleaire lobby, die haar miljarden euro's winst nooit heeft geïnvesteerd in een verbetering van hun infrastructuur en nu, nu ze niet meer onder herstellingen uit kan, opnieuw komt aankloppen bij de overheid voor nog wat extra subsidie.

Maar worden zij, degene die deze black-out hebben mogelijk gemaakt, verantwoordelijk gesteld? Nee, nu de situatie echt precair wordt en de overheid en de energiesector hebben gefaald, nu worden inspanningen verwacht van ons, de burger met de kook, de was en de plas. Minder verbruiken, kerstverlichting uit. Als het effectief tot een black-out komt, zal het onze schuld en onze verantwoordelijkheid zijn. Maar goed, tegenwoordig ziet niemand er blijkbaar graten in om, bij gebrek aan beleid of enige visie de schuld te schuiven in de kleinste schoenen.

Ik zal geen kerstlamp minder laten branden, en ik hoop van u hetzelde (maar als u energie wilt besparen, houd u vooral niet in).

dinsdag 21 januari 2014

Waan

Jaaroverzichten zijn zelden saai (zelfs niet in uitgesteld relais). Vaak zijn ze zelfs erg leerzaam. Ze leren hoe je omgeving, je land, je wereld in de voorbije 365 dagen is veranderd. Of hoe er net niets is veranderd. Ze leren je wie er hot was en wie not was, wat leuk was en wat minder leuk.

Maar in de eerste plaats leren ze je hoe vluchtig alles is. Hoe het grote nieuws van de ene dag in het volgende etmaal al helemaal naar het achterplan is verwezen. De collectieve angst, verontwaardiging, vreugde of ontroering van de ene dag maken de volgende alweer plaats voor andere angst, verontwaardiging, vreugde of ontroering.
2013 was een vrij bewogen jaar, en stond in het teken van afscheid. Met in de eerste plaats Astrid die John gedag zegde en Jan Becaus die het voor bekeken hield, naast enkele onbelangrijkere machtswissels zoals daar zijn aan het Belgische en Nederlandse koningshuis en in het Vaticaan. Hugo Chavez stapte over naar de eeuwige olievelden en Dora Van der Groen mogelijks ook, al lopen de meningen daarover nog uiteen.
2013 stond helaas ook bol van rampen, schandalen, misdaden tegen de mensheid. In Bangladesh vonden meer dan 1000 mensen de dood toen de kledingfabriek waar ze aan het werk waren, instortte. Vooral doordat, toen het gebouw in al zijn voegen was beginnen kraken, hen de toegang naar buiten was geweigerd door bewakingsdiensten.


De verontwaardiging was groot. Dit nooit meer! Het zouden de laatste slachtoffers zijn die vielen voor onze goedkope kleding! Voortaan zouden we als consument aandacht hebben voor de oorsprong ervan, en de fabrikanten buitelden over elkaar heen om aan te kondigen hoe ze de werkomstandigheden in hun fabrieken zouden verbeteren, of om te vertellen hoe ze hun arbeiders nu al als pasja’s in de watten legden.
Inmiddels zijn het alweer solden, en kopen we terug lustig truien, t-shirts, broeken en sjaaltjes tegen “democratische” prijzen. Gezien het leed dat er elders voor wordt geleden, is er echter weinig democratisch aan.
In Syrië stierven honderden mannen, vrouwen en kinderen bij een gasaanval door het Assad-regime. Ook hier was de conclusie eensluidend. Dit nooit meer! Deze daad van agressie verdiende een passend antwoord, gaf wereldleider na wereldleider aan. Maar toen Rusland en China bleven dwarsliggen en Obama zijn publieke opinie niet meekreeg, kroop iedereen terug achter de eigen landsgrenzen om zich bezig te houden met wat écht belangrijk is… it’s the economy, stupid!
Intussen is er dan wel een team van de VN aan de slag om het gifgasarsenaal van Assad weg te werken, maar toch sterven er nog wekelijks honderden mensen in Syrië.
In eigen land was de verontwaardiging over de dood van Jonathan Jacob onmetelijk. Inmiddels zijn we bijna een jaar verder, en lijkt het onwaarschijnlijk dat er ooit iemand schuldig zal worden bevonden voor deze moord. Noch de "bottinekes" Hollywood of Vegas, noch de mensen die op hoger niveau de beslissingen namen.  De zaak was al lang vergeten, als Tom Lanoye er voor De Standaard geen fantastisch kerstessay over had geschreven. En dan nog. Tom Lanoye is een linkse homo, en De Standaard een kwaliteitskrant. Te negeren, dus.
Bangladesh, Syrië, Jonathan Jacob… we zijn er als de kippen bij om onze afschuw voor de gang van zaken uit te… Hé, een kandidate voor Miss België weet niet wanneer de eerste wereldoorlog begon! Lachen! Yolo!
Steeds weer en steeds sneller wordt de ene “waan van de dag” opgevolgd door de andere. Iets wat vandaag de gemoederen verhit en de debatten beheerst, is morgen een stuk van drie of vier lijntjes.
Laat dat misschien een voornemen zijn voor 2014. Dat we morgen eens terugdenken aan wat ons gisteren kwaad of moedeloos maakte. En dat we niet zomaar meesurfen op onophoudelijk aanrollende golven van emoties, maar dat we van een kalme zee al eens gebruik durven maken om achterom te kijken, en terug te denken aan het stormweer dat intussen is gaan liggen. Om te zien of er nu eigenlijk iets veranderd is, of helemaal niet.

donderdag 19 december 2013

Geachte heer Parys, beste Lorin,

Ik schrijf u naar aanleiding van uw meest recente opiniestuk in de economie-katern van De Standaard, waar u tweewekelijks de kans krijgt om uw bespiegelingen omtrent het economische en financiële reilen en zeilen te delen.

Deze laatste bijdrage heeft me immers enigszins verward achtergelaten. Wat u in deze tekst betoogt, en ik probeer een korte samenvatting te geven zonder uw woorden al te zeer te verdraaien, mijnheer Parys, is dat de financiële en economische crisis, waarmee we intussen al ruim vijf jaar te maken hebben, niet zozeer is veroorzaakt door de banken, maar dat we die crisis enkel en alleen aan onszelf te wijten hebben. Aan onszelf en aan onze financiële ongeletterdheid. Wij, de burgers-spaarders, hadden maar beter moeten begrijpen hoe die mastodonten van de financiële kosmos functioneren, en hadden hen dan tijdig een halt moeten toeroepen! Wij zijn te dom, te goedgelovig en te naief geweest, en vooral te veel op geld belust, terwijl de banken eigenlijk liefdadigheidsinstellingen zijn, die zich door onze drang naar meermeermeer in een richting hebben laten duwen die ze helemaal niet wilden! Minderwaardige kredieten, allerlei schimmige beleggingen, roekeloze investeringen... het was allemaal op onze vraag dat deze werden aangegaan. En tja, toen de hele machinerie in gang was gezet, was ze nog moeilijk te stoppen. En als er iemand stokken in de wielen had moeten steken, dan waren wij het wel. Maar dat hebben we dus nagelaten.
 
Is dat zo ongeveer wat u wilde zeggen, mijnheer Parys?
 
Ik schrok er wel wat van, want ik dacht dat intussen toch algemeen werd aangenomen dat de oorzaak van de crisis lag bij de ongebreidelde goklust van de banken, de ontoelaatbare risico’s die steeds weer werden genomen met geld van kleine spaarders zoals u en ik en van de bedrijven om de hoek, de exuberante drang om een steeds groter luchtkasteel te bouwen op een steeds dunnere luchtbel. Maar blijkbaar hebben we ons daar allemaal in vergist. We zagen wel de splinter in de ogen van de banken, maar keken naast de immense balk in het eigen oog.
Het lijkt dan ook niet minder dan gepast om onze excuses aan te bieden aan de hele financiële sector, en daar wil ik gerust mee beginnen. In de eerste plaats aan Fortis en Dexia, die we met z’n allen om zeep hebben geholpen. Aan alle bedrijven die ik op de fles heb doen gaan. Alle mensen in de VS en daarbuiten die ik uit hun huizen heb gezet. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Het spijt me. Echt.
Toch nog even dit, mijnheer Parys: in uw opiniestuk valt u terug op de resultaten van een online test van De Standaard en Rabobank.be en een onderzoek van Argenta bij jongeren. Met andere woorden, u baseert zich voor uw conclusies op enkele honderden of duizenden mensen die tijd hadden om zich tijdens de werkuren of daarbuiten te vermijen met het invullen van een kwisje op het internet, en dit wellicht niet met de grootste ernst. Daar valt u me toch enigszins tegen, want echt representatief kunnen deze resultaten toch niet zijn? Of ligt dit aan het nieuwe zwartgele politieke plunje dat u sinds kort draagt, en aan het feit dat in deze middens de cijfers niet zonodig moeten kloppen, als de boodschap maar een beetje in hun kraam past? Al schopt u verdacht hard tegen de schenen van de modale Vlaem, in plaats van gewoon met de (grond)stroom mee te drijven. Toch nog wat werk aan de winkel dus. Only dead fish follow the stream, het credo van uw ex-ex-partijgenote Anouk De Ridder (of hoe heet ze ook weer?) mag dan al mooi klinken, toch is enig pragmatisme soms niet slecht, toch? Liever een dode, vette vis, dan een levende, magere, niet?
Maar goed, dit zijn slechts kanttekeningen, en wiskunde is blijkbaar gewoon uw sterkste kant niet. Feit is dat uw boodschap klaar en duidelijk is, en dat we voortaan, zoals u Alice Nahon zo mooi citeert, maar eens eerst in het eigen hert moeten kijken, nog even voor het slapengaan en voordat we allerlei loze beschuldigingen de wereld in sturen. Ik stel ook voor dat we met z'n allen cursussen automechaniek gaan volgen, zodat we, wanneer we een auto hebben gekocht, deze zelf ook eerst aan een grondig nazicht kunnen onderwerpen alvorens ermee op de baan te gaan. Zo voorkomen we dat er ergens een defect opduikt, wat we als gebruiker zelf hadden moeten zien.
Geachte heer Parys, ik kijk uit naar uw volgende columns, en wens u veel succes toe tijdens de moeder aller verkiezingen. U bent er duidelijk klaar voor.
Met vriendelijke groeten

vrijdag 13 december 2013

Over stilstaan en achteruitgaan

In september 2013 stond er in totaal meer dan 8000 kilometer file op de Belgische wegen. Dat is zo’n 2000 kilometer meer dan in dezelfde maand in 2012. Nooit bumperden de Belgen zoveel als dit (bijna voorbije) jaar, nooit stonden ze zo veel zij aan zij op de wegen rond Antwerpen en Brussel. Ook hier in 't dorp werden records verbroken, met op 14 november maar liefst 500 meter file tussen de kerk en het naftstation. Men spreekt er nu nog van.

Dat er ettelijke records sneuvelden, dat zeg overigens niet ik alleen, maar dat zeggen ook allerlei nieuwsberichten. En gevoelsmatig klopt dit ook: mensen die ik van nabij volg, kloegen het voorbije najaar meer dan ooit over files, aanschuiven en ongevallen. De tijd die zij onnuttig besteedden, steeg daardoor drastisch, tijd voor iets anders – als die er al was – slonk zienderogen. Dat er in allerlei media nooit meer aandacht werd geschonken aan de hoe’s, de waarom’s van en de oplossingen voor al deze transportperikelen, toont de precairiariteit (of zoiets) van de situatie nig wat meer aan.

Ikzelf bleef enigszins gespaard van auto- en fileleed. Die auto is inmiddels goed twee jaar de deur uit, en vervangen door fiets-bus-trein-autovaniemandanders. En op zich lukt dat wonderwel, dank u. Al heb ook ik onder de dichtslibbende wegen te lijden: mijn bus is ’s morgens niet altijd op tijd voor mijn trein, en ’s avonds niet altijd op tijd op mij op te pikken. Maar hoort u mij daarover klagen? Nee (zo luid vloek ik dan immers ook weer niet).

Vanuit mijn positie als (moreel superieure, uiteraard) niet-autobezitter kijk ik met grote ogen naar hoe er in ons dichtslibbende België, en vooral Vlaanderen, wordt omgegaan met het transportprobleem. Want die problemen, en de aandacht ervoor, dateren natuurlijk niet van vandaag, en al langer wordt er gezocht naar oplossingen “op lange termijn” zoals dat dan heet.



 
Maar het debat en het beleid op het gebied van mobiliteit tonen in ons immer tegendraadse en surrealistische landje een nooit geziene tegenstrijdigheid. Want hoe meer er door allerlei specia- en journalisten wordt verwezen naar de goede transportvoorbeelden uit allerlei buitenlanden, hoe meer er reportages worden gemaakt over Freiburg, Kopenhagen, Amsterdam, Nantes en noem maar op, hoe meer er gesproken wordt over carpoolen, fietssnelwegen, autodelen, thuiswerken, autovrije en autoluwe stadsdelen en dies meer, hoe meer gehandicapten aanklagen dat ze niet op een bus of een trein geraken, tenzij ze dat veertien dagen op voorhand met een achttienvoudig formulier aanvragen, des te meer lijkt er in dit land te worden geïnvesteerd in verbredingen van autoringen, het aanleggen van spits- en andere stroken, aanpassingen van allerlei rijwegen, des te meer worden stadscentra terug opengesteld voor de vierwieler, met extra parkings erbovenop, des te meer bedrijfswagens komen er in het verkeer en des te minder elektrische wagens, des te meer wordt er bespaard op busvervoer en des te trager rijden de treinen.

En ik weet het wel: er zijn aanpassingen nodig aan het wegennet, en net als u zie ik inderdaad steeds meer auto’s met een deuk in het plafond van die keer dat ze met lange nonkel Jef "in den otto" over onze wegen hotsten en botsten, en ook ik heb al eens op de achtbaansvakken rond Amsterdam gereden, waar het allemaal zo vlot lijkt te gaan.

Maar, om even op Amsterdam in te pikken, de investeringen daarvoor zijn inmiddels al wel enkele jaren geleden gedaan (naast allerlei park & rides rond de stad, met treinverbinding naar het centrum, overigens). Als wij die nu gaan doen (ja, ook jij, belastingbetaler zijnde), en met de verbreding van de ring lijken ze er effectief te komen, lopen of rijden we –letterlijk- nog maar eens twintig jaar achter. En wanneer wordt er een gelijkaardige hoeveelheid geld in bussen, treins, metro’s en trams gepompt? Ha nee, want die rijden leeg rond! Die honderdduizenden auto’s ook, mijnheer, op de bestuurder na. Maar dat is niet te vergelijken zeker?

Allerlei goede bedoelingen, dappere beleidsintenties en dure beloftes ten spijt is de auto nog steeds Keizer, Koning, Admiraal, want dat we hem almaar meer, voor kortere afstanden en op de meest bizarre moment gebruiken, is toch heel normaal? Het is de maatstaf waaraan alles wat met mobiliteit te maken heeft, wordt afgemeten, en als voor de auto alles in orde is, dan zullen we ook eens kijken naar bussen en treinen en zo. Maar het kan wel zijn dat daarvoor dan iets minder geld overschiet natuurlijk, en dat we wat moeten knippen in het aanbod… Ik ben de –tigste die het zegt, maar als het busaanbod verschraalt en nauwelijks aan de behoeften voldoet, zal het wel logisch zijn dat er (zogezegd) niemand gebruik van maakt zeker?

Over tien, twintig jaar, zal men over België spreken als dat ene, kleine landje dat dapper weerstand bood aan de nieuwe mobiliteit, zullen toeristen zich op allerlei bruggen verdringen om de laatste monsterfiles in Europa te aanschouwen en zullen we als één groot asfalten Bokrijk worden beschouwd. Mij om het even, zo lang ik er maar niet met de bus in sta.

woensdag 21 augustus 2013

Geen Belgen meer

“In die nationale ploeg, daar spelen toch bijna geen Belgen meer”, verkondigde iemand onlangs, temidden een groepje waar ik ook deel van uitmaakte. “Sire, il n’y a pas de Belges”. Jules Destrée zei het al, een hele tijd geleden.
 
Maar deze man had het duidelijk mis, want in de nationale ploeg voetballen alleen maar Belgen natuurlijk. Axel Witsel bijvoorbeeld, Belg met roots in Martinique. Mirallas: Belg met Spaans bloed. Chadli en Fellaini: Belgen met wortels in Marokko. Benteke, Lukaku en Kompany: Belgen van Congolese afkomst. Dembele: Belg met roots in Mali. En dan vergeet ik Bakkali, De Camargo en tal van anderen.
 
Allemaal Belgen dus. Hoogstwaarschijnlijk was het ook niet naar Jules Destrée dat de man wilde verwijzen met zijn uitspraak. Wat hij wellicht bedoelde, was dat er –volgens hem- weinig “echte” Belgen meer meespelen. Blanke Belgen, blanc-bleu-Belge, met namen als Vertonghen, Vermaelen, Simons, Mermans, Ceulemans, Vanderlinden en Vandenbergh. Jacky Peeters. De dappersten aller Galliërs, dat soort. Die “anderen”, daar voelde hij zich toch niet helemaal (of helemaal niet) mee verwant. “Den Scifo” vroeger, dat ging nog. Weber en Strupar, die spraken zo grappig! “Geloekkig” en zo, haha! Maar nu “ze” met zo veel zijn, amai, dat komt toch wel wat bedreigend over…
 
Een echte Belg, wat is dat eigenlijk? Is het niet stilaan hopeloos achterhaald om te denken in termen van echte en on-echte Belgen? Als je in wereldsteden als pakweg New York rondloopt, dan bekruipt je alleszins niet de drang om te achterhalen wie de “echte” Amerikaan nu eigenlijk is. Mensen van allerhande afkomst lopen er door elkaar. Niemand heeft de bovenhand, iedereen is Amerikaan. En ja, de VS zijn natuurlijk wel het typevoorbeeld van een mengelmoes van culturen, al zal de redneck op het Texaanse platteland daar misschien wel zijn mening over hebben. Dan toch liever de New Yorkse smeltkroes dan dat platteland.
 
Maar blijkbaar hebben sommige mensen daar nog steeds behoefte aan. Om op zoek te gaan naar “echte” Belgen. Echte Belgen (of is het criterium nog strikter en moet het gaan om Nederlandstalige Belgen?) die ze dan ook vaak iets hoger inschatten dan niet-echte Belgen. Ook al zijn ze in niets meer te onderscheiden van “ons” behalve in hun huidskleur. Dat grappige accent, dat is al lang weg.
 
Maar racisme, nee, dat bestaat niet. Of hoogstens bestaat het “wellicht wel”. En dan nog is het een relatief begrip. En hoe meer we erover praten, hoe meer we het in stand houden!... Gelukkig waren er afgelopen weekend de wijze woorden van mevrouw Liesbeth Homans om alles in een juist perspectief te plaatsen. Als Belgen met een andere afkomst of niet-Belgen racisme ondervinden (ik definieer racisme nog even: haat omwille van louter objectieve kenmerken als huidskleur, waar een mens dus niets aan kan doen), dan moeten ze allereerst niet komen schreien (“er is ook omgekeerd racisme”) of dan komt het omdat hij (steevast een hij) gewoon een crimineel is. En laten we vooral niet overdrijven: “jullie doen alsof het een gruwel is, een misdaad tegen de menselijkheid”. Allez, alsof we nog eens geen mensen meer mogen uitsluiten omdat ze een ander kleurtje hebben?! Waar zijn we dan nog mee bezig!? Mag een mens nog íets hebben in z’n leven misschien?!!
 
Eén miljoen Vlaams Blok-kiezers, die moet je verdienen. Dag in, dag uit.
 
Post scriptum: Is dit N-VA bashing? Moet iets negatiefs over niet-Belgen of Belgen met een vreemd afkomst dan maar onder de mat worden geveegd? Zijn alle Belgen (of beter nog, alle Vlamingen) racisten? Drie keer nee. Ten eerste: de woorden van la Homans staan zwart op wit, en daags na het verschijnen van het artikel verkondigde ze bovendien (trots) dat ze niet op haar uitspraken terugkwam. Ten tweede: problemen met mensen van vreemde afkomst mogen gerust worden aangekaart. Het Maghrebijns joch dat ik in de Mechelse binnenstad eens “hoer!” hoorde roepen tegen een meisje dat volgens hem te kortgerokt rondliep, is een voorbeeld van omgekeerd racisme dat helaas voorvalt in buurten met een grote concentratie van (kansarme) vreemdelingen. Maar de slinger is wel in de verkeerde richting doorgeslagen. Dat problemen met migratie mogen worden aangekaart, is geen vrijbrief om over te schakelen op gratuit racisme, en daarop komt het “aan de kaak stellen van problemen” wel al te vaak neer. En nee, niet elke Vlaming is een racist. Maar het komt wel nog al te vaak voor, meer dan we denken, en dat moet eruit.