dinsdag 26 februari 2013

Undercover: naar het Repair Café

Nooit van een Repair Café gehoord? Geen paniek! Het fenomeen is redelijk recent en is zo simpel als één en één twee is, namelijk een openbare gelegenheid (café) waar u uw defecte toestellen kunt (laten) herstellen (repair, dat is Engels). Herstellen, dat is zo jaren zeventig, hoor ik u denken. Dat was het ook, maar crisissen en het besef dat alles eindig is, niet in het minst ons geld, doen vaak op het eerste zicht waanzinnige ideëen ontstaan. En die wegwerpmaatschappij, dat is het toch ook niet helemaal, toch?

Hoe werkt dat nu, een Repair Café? In het kort: u neemt uw defecte lamp, kapotte verlengkabel of verstoorde deurbel onder de arm en gaat op café, alwaar u oog in oog komt te staan met een legioen(tje) handige Harry's die hun knowhow aanwenden om het ding te herstellen of hun gereedschap en bijhorend advies ter beschikking stellen opdat u zelf aan de slag kunt.

Maar wie nu denkt snel even die slecht synchroniserende smartphone binnen te gooien, om hem vijf minuten later terug te krijgen, aan lichtsnelheid werkend én met dat krasje ook nog eens uit het scherm gehaald? Die zullen we moeten teleurstellen. Om dit te bekomen, stuurt u het best een voorgefrankeerde gele briefkaart naar de betreffende producent met daarin de vraag of ze a.u.b. (wees beleefd!) hun toestellen niet zo willen bouwen dat ze na twee jaar automatisch het loodje moeten leggen. Maar voor echt herstelbare herstellingen? Ja hoor, naar het herstelcafé!

De Repair Cafés zijn overal ter wereld, en zelfs in Vlaanderen, aan een opmars bezig, vooral in steden dan. Antwerpen, Brussel, Leuven ... Het is op die laatste locatie dat dit verhaal zich afspeelt. Een broodrooster werd vakkundig onklaar gemaakt, of was het misschien al, en wij van "Asi es la vida" naar het Stuk (kan de naam van een locatie toepasselijker zijn?) om eens te ontdekken hoe dat nu eigenlijk feitelijk marcheert, zo'n café. En om te zien of dat stiekem geen dekmantel is voor communistische, antikapitalistische denkoefeningen.

Quod non. Het Stuk is een café, en die koude donderdag werd een groot deel van de gelegenheid ingenomen door studenten die bij het woord "communisme" toch vooral aan hun plechtige communie terugdachten, en die hoogstens even verbaasd keken naar de tafels waar de Harry's al hun herstelgereedschap hadden uitgestald, alvorens zich weer over hun (nog) niet defecte MacBook te buigen.

Onze broodrooster kreeg het volgnummer 119 opgeplakt, en dan was het wachten op een vrije Harry om het defecte toestel terug onder de levenden te krijgen. Maar "onze wachtrijen waren langer dan normaal", en de afdeling elektrische toestellen overbevraagd, en het was wachten totdat iemand van de afdeling "lijmen en plakken", die al enige tijd niets meer te lijmen, laat staan te plakken had, zich bereid toonde om eens naar onze patiënt te kijken. Onze Harry droeg de naam Franky en boog zich met een voluntarisme waar Guy Verhofstadt nog een puntje aan kon zuigen over onze bruudruuster. Toen hij het gezelschap kreeg van een tweede Harry, genaamd Pieter, leek het slechts een kwestie van tijd vooraleer de geroosterde sneetjes brood weer uit ons toestel zouden schieten als vrouwonvriendelijke taal uit een doorsnee Silvio Berlusconi.

Even leek een slinkse poging van de fabrikant om indringers uit het toestel te houden (schroeven met een "driehoekskop") roet in het eten te gooien (een driehoeksschroevendraaier behoort blijkbaar niet tot de standaard uitrusting van een hersteller, zelfs niet die van een gevorderde), maar wat goede wil, doorzetting en een platte schroevendraaier brachten redding. De dissectie van het toestel voltrok zich voor onze ogen, en al snel bleef van het collectors item enkel een metalen karkas over.

De hoop werd groter naarmate de tijd vorderde en er van het toestel minder overbleef. Misschien daarom dat de finale diagnose toch bijzonder hard aankwam: "een doorgebrande verwarmingsspiraal". Zonder verwarmingsspiraal geen geblakerde boterhammen, dat beseften we. Klaar voor de schroothoop, dit collectors item. Of toch niet? "Zet er wat bloemen in", luidde het advies van een aanwezige die onze lotgevallen van nabij had gadegeslagen. "Bloemen?! Gij vangt ze zeker? Wat is dat hier, Woodstock?", was het eerste dat bij ons opkwam, maar in de plaats daarvan knikten we en zeiden we "Ah ja, misschien moeten we dat maar doen". Belandt het ding uiteindelijk in de allesvernietiger of op de vensterbank? U leest het hier...

woensdag 30 januari 2013

Ten oorloch!

"Wdj?" "Kga is na sgool, strax trug". Zie hier een willekeurige digitale conversatie, zoals die dagelijks kan plaatsvinden. Niet in Zuid-Afrika of een ander schiereiland in de Stille Oceaan, maar in ons eigen Vlaanderenlandje. Waar men nauwelijks Nederlands praat, Raymond van het Groenewoud wist het al. Dat het over "sgool" gaat, duidt erop dat hier jongeren aan het woord zijn, maar ook volwassenen laten zich in hun geschreven gesprekken al lang niet meer hinderen door een gebrek aan elementaire grammaticakennis, en gebruiken bijvoorbeeld de maanden "mei" en "juli" net zo goed vrolijk als voornaamwoorden.

Sociale media en mail hebben, we kunnen er niet onderuit, ervoor gezorgd dat onze taal de laatste jaren een evolutie is ondergaan. Weet-ik-veel-welke chatapp is vaak in de plaats gekomen van de mondelinge conversatie, maar om niet aan snelheid te moeten inboeten, is dat enigszins ten koste van de correctheid gegaan. En als er op school al nauwelijks nog aandacht wordt besteed aan de dt-regels, waarom zouden we dat dan in onze vrije tijd doen? Schrijven wordt fonetisch, onder het motto "Als we mekander maar verstaan". En aangezien er tot op heden nog geen grote betogingen tegen dit fenomeen zijn gehouden, lijken we daar wel vrede mee te nemen.

Maar hoe slaat die ogenschijnlijke onverschilligheid om in een collectieve kramp als er van buitenaf invloed wordt uitgeoefend op onze taal? Als er dreigt een sprankeltje Frans, Engels, of wat mij betreft Swahili binnen te sluipen? Of als onze taal niet zou worden gerespecteerd? Dan staan we opeens op de barricaden. Is onze premier niet vlot tweetalig, terwijl we zelf niet verder komen dan "Fanfreluche est une poupée"? Kaakslag! Pek en veren voor de man! Staan er "vreemde" woorden op een bus? "Ten oorlog!" Een Engelse term die in een tekst of presentatie is gesukkeld bij gebrek aan alternatief? "Waarom moet dat altijd in tengels? Wijlle hemme dao toch ok e woord veur?"(Niet dat ik hier een pleidooi tegen het dialect wil voeren, verre van ... Iemand al een Nederlandse term voor "hashtag" bedacht trouwens?) Een verdwaald "Hommes" of "Femmes" op het watercloset in een Vlaamse zeep? Dan is er gelukkig een (sinds kort niet-racistische) politieke stroming die zich middels een parlementaire vraag (!) uitdrukkelijk verzet tegen deze vreemde overheersing. Het was ooit anders.

Zeker op het internet wordt onze moedertaal duchtig verdedigd. Trieste getuige daarvan de online bende rabauwen die vonden dat ze een meisje dat één (1) jaar in België was en zich niet in het Nederlands kon voorstellen bij "The voice van Vlaanderen" allerlei liefs mochten toefluisteren via Twitter (lekker anoniem, hehe). We vragen dat mensen van vreemde origine (of een ander woord daarvoor, maar dat verschijnt pas als u dit stuk na 22u leest) binnen de kortste keren de taal onder de knie krijgen die wijzelf al lang niet meer spreken, laat staan schrijven. Want ja, we ventileren ons ongenoegen, we bedrijven onze vrijheid van meningsuiting meestal in een taal die minder lijkt op echt Nederlands dan het vergeten dialect van een stam uit Papoea-Nieuw Guinea. Maar dat is detailkritiek: het doel heiligt de middelen, wie zei dat ook weer, Astrid Bryan? Een leuk spelletje trouwens: op een willekeurige nieuwswebsite uit de reeks digitaal uitgebraakte letters en (als we geluk hebben) bestaande woorden de eigenlijke boodschap van de "schrijver" afleiden. Uren spelplezier gegarandeerd, zeker hier!

We besteden steeds minder aandacht aan hoe we de taal gebruiken en zien er geen graten in dat hij verschraalt. Maar als iemand van buitenaf zich ermee gaat moeien, is het opeens "onze taal". We verwaarlozen het huis compleet, maar iemand anders die er een likje verf aan wil geven, schieten we van ons erf. We denken dat we het allemaal wel beter weten en kunnen. Vanuit een soort superioriteitsgevoel, en dat (hier komt ie!!) is toch écht wel zó jaren dertig.

woensdag 2 januari 2013

Een kerstverhaal (zonder happy end)

"En, goed nieuwjaar gevierd?", vroeg hij over het gangpad van de bus heen. De vrouw tot wie de vraag gericht was, maar die dat niet meteen door had, antwoordde pas na enkele seconden. "Goh, ik was alleen thuis, dus ik ben om half tien gaan slapen", zei ze met een ondertoon van wie-zijde-gij-en-waarom-praat-ge-tegen-mij-ik-zit-alleen-toevallig-samen-met-u-op-de-bus. "Ik was ook alleen, bij mij was het half elf, denk ik", zei hij op zijn beurt. "Op onze leeftijd moet dat gefeest allemaal niet meer hé".

Maar daar bleef het bij. Geen verdere toenadering. Al fluisterde ze hem aan de volgende halte, waar ze net als ik moest uitstappen, nog snel "Het beste, hé" toe. Solidariteit in eenzaamheid. Ik wilde iets zeggen in de trant van "Het beste voor hem, dat zijt gij! Vind elkaar!", maar had al lang door dat er, in tegenstelling tot wat de crappy kerstfilms die zich dezer dagen op het kleine scherm verdringen ons voorspiegelen, meer dan één beeldovergang nodig is om twee eenzame onbekenden van op de bus samen aan een gezellige kersttafel te krijgen.

De vrouw was intussen al weer lang verdwenen, opgeslokt door de menigte die geen menigte was, want er was geen kat op straat omdat iedereen voor tv zat te kijken welk slaatje Jeroen Meus aanraadde om de indigestie te bezweren die hij ons zelf had aangepraat. Ik moest nog snel wat inkopen doen, en liep door straten waar zelfs de overgebleven kerstverlichting geen schijn van vrolijkheid kon ophouden. Maar mij wachtte tenminste nog een warme thuis. De vrouw zou wellicht in een koud huis aankomen, met in het beste geval uitzicht op een avond voor de buis waar er misschien zelfs af en toe iets op te zien was. De man was, na de verdere busreis, wellicht hetzelfde lot beschoren.

Hoe verteren eenzame mensen de kerstdagen? Hoe houden ze zich staande als overal rondom hen een sfeer van opgeklopte vrolijkheid en vrede wordt gecreëerd? Als ze de tv niet kunnen aanzetten zonder murw te worden geslagen door jingle bells, en hen te pas en te onpas een "holly holly christmas" wordt gewenst? Als er hoop en al eens gelachen kan worden met de eindejaarsconference van Geert Hoste, en dan nog? Als ze zelfs geen winkel kunnen aandoen omdat ze al te zeer zouden opvallen tussen de karren gevuld met cava, aperitiefhapjes, zalm, pommes duchesse en mascarpone? In het allerbeste geval worden ze door goed bedoelende mensen uitgenodigd op een kerstdiner, als de obligatoire eenzame, of wordt er voor "hen" iets georganiseerd, maar is de confrontatie met de harde realiteit en het vooruitzicht op een nieuw jaar in eenzaamheid nadien des te harder. Klaar voor de emotionele slachtbank.

Geen happy end, dit kerstverhaal, maar wel een moraal: behandel elke vriend, elk familielid alsof het je laatste is. En kijk minder naar crappy kerstfilms.

dinsdag 11 december 2012

De poen van uw pensioen

Dat ons wettelijk pensioen geen vetpot zal zijn, en dat we daarom toch maar beter zelf nog de nodige appeltjes voor de dorst achter de hand konden houden. Zo klonk het tijdens de infosessie over een "groepsverzekering". U kent dat wel, de tweede pijler van het pensioenstelsel en zo, naast dus dat magere wettelijke pensioen en uw eigen pensioensparen. Hoe, u kent dat niet? Korte samenvatting: als u na uw pensioen (dat naar schatting en afgaande op hoe we nu bezig zijn op uw 93ste zal vallen, en als u die leeftijd niet haalt, wordt u in een kunstmatige coma gehouden tot u die leeftijd hebt bereikt) niet aan de bedelstaf wilt geraken, zet u het best nu 50 % of zoiets van uw loon opzij. Tegen dat u mag stoppen met werken hebt u dan iets van een honderdtachtigmiljoen euro gespaard, waarvan na luttele belastingheffing (tegen dan een kleine 160 % om de miljarden te vinden die de gevolgen van de klimaatopwarming moeten tegengaan) en rekening houdend met de inflatie nog juist 83 euro per jaar overblijft om af en toe een pateeke te gaan eten en de Dag Allemaal te kopen. Het kan zijn dat ik overdrijf.

De vraag is natuurlijk wat u met uw geld zou doen als u niet zou sparen voor later. Ik heb het dan over de gevallen waarin er nog geld over is aan het einde van de maand, niet de gevallen waarin er nog maand over is aan het einde van het geld, een situatie waarin helaas steeds meer mensen verzeild geraken. Op de bank brengt het niks meer op, en beleggen is in veel gevallen volstrekt onethisch, dus daar doen we per definitie niet aan mee, toch?
Gelukkig zou de groepsverzekering een gegarandeerde rendement hebben. Percentages vlogen door de zaal als waren het flamingo's die opgejaagd werden door een woeste baviaan. Laatst gezien, en u zag het ongetwijfeld met mij, op zo'n natuurdocumentaire: roze langbeenvogels die zij aan zij, vredig dobberend op het water de meest prachtige geometrieën vormen, totdat zo'n vervaarlijk heerschap de spreekwoordelijke hond in het kegelspel komt spelen, een einde maakt aan geometrie en rust, en de flamingo's op hun stelten een aanloop moeten nemen over het water om te kunnen opstijgen en te ontsnappen. Een prachtig waterwandelnummertje dat Jezus hen zelfs in zijn beste dagen niet zou hebben nagedaan. En altijd was er wel een vogel die net genoeg werd gehinderd door opstijgende soortgenoten, of die minder goed te been/stelt was en die uiteindelijk niet kon ontsnappen aan de grijpgrage klauwen van de aapachtige. Resultaat: een tevreden baviaan met vrolijk bengelende flamingo-organen uit zijn muil... Enfin, waar waren we?

Percentages dus, gegarandeerd rendement door de staat en zo. Nu, ik hoorde het allemaal graag, maar op dit moment zijn een groep individuen, lijdend aan ernstige kwalen als navelstaarderitis, betweteritis (nee, niet ik) en separatitis, bezig om dit land op te splitsen (ik begrijp als ik u hiermee overval, deze beweging krijgt immers erg weinig aandacht in de pers). Dus wat er over X aantal jaar nog al dan niet door deze natie kan worden gegarandeerd, daar hebben we toch nog een beetje het raden naar.
Ander mogelijk obstakel, zo bleek, was dat we met alsmaar minder werkenden zijn. Zijn er voor elke gepensioneerde nu nog vijf werkenden, dan zal dat over ettelijke decennia nog slechts één werkende per man/vrouw op rust zijn. Je zal dan als gepensioneerde maar de pech hebben dat die werkende die voor jou moet instaan net een onderbetaalde poetsvrouw, zorgbegeleider of landbouwer is. Of net "weggesaneerd" is bij een multinational.
Eigenlijk zou ik wel willen weten voor wie ik op dit moment precies mijn nikkel aan het afdraaien ben. Is dat voor een kloeke negentigjarige die ons in den oorlog nog te vuur en te zwaard heeft beschermd tegen den Duits, of verdwijnt de poen van mijn pensioen in de pocket van Mohammed? Indien die laatste hier vijftig jaar geleden is neergestreken om in onze mijnen te werken, dan (en in veel andere gevallen ook) mag hij het trouwens gerust hebben, mijn poen. Dat hij er maar deugd van heeft! Maar wel niet gebruiken om mujahedin-terrorismescholen te sponsoren in Pakistan hé! Euh, ik bedoel...

De vermelding van het bevolkingsprobleem kon aanzien worden als een algemene oproep tot een grotere promiscuïteit, maar daaraan kunnen we geen gevolg geven, aangezien we sinds vorige week weten dat seks "voor dieren" is, aldus Pieter Embrechts in de nieuwe één-serie "Wolven". Prachtige frase, al was er naar verluidt nood aan een niet te negeren batterij goed gericht artilleriegeschut, een dreigement dat hij een debat tussen Mia Doornaert en Etienne Vermeersch zou moeten modereren én dat hij een integrale aflevering van zijn "Man over woord" zou moeten wijden aan de Antwerpse tussentaal met als centrale gasten Axel Daeseleire en Axl Peleman om de heer Embrechts deze woorden te laten voortbrengen. Voorlopig blijven dit echter onbevestigde geruchten. Bovendien, niet alleen is seks voor dieren, als we ons nu massaal zouden gaan voortplanten, dan zou dat misschien wel een goede zaak zijn voor ons pensioen, maar onze planeet zou enkel maar meer onder het gewicht gaan kreunen, valt te vrezen.

Uiteindelijk blijft de vraag hoeveel je gaat sparen voor je pensioen een beetje een luxeprobleem. En ik worstelde even met het feit dat er mede-mensen zijn die nog geen pensioenpijler hebben om aan hun gat te krabben. Tot er plots de deus ex machina opdook die al die overpeinzingen teniet deed en zorgde voor berusting: wie heeft het eigenlijk nog over pensioenen, als over een week de wereld vergaat?

vrijdag 19 oktober 2012

Geachte heer De Wever, beste Bart,

Mag ik u om te beginnen feliciteren met uw riante verkiezingsoverwinning van afgelopen zondag en de verovering van het Antwerpse stadhuis, inmiddels, na maanden berichtgeving over de navelstaarderij in de havenstad wel bij iedereen bekend als "'t schoon verdiep"? Niet dat ik dit met volle goesting doe, maar beleefdheid is iets wat ik hoog in het vaandel draag.

Het is nu al enkele dagen geleden dat u de raid op het stadhuis welhaast letterlijk beëindigde, met een echte mars door Antwerpen als kers op de taart. "Het geklak van laarzen weergalmde terug door de straten", gnurfde de linkse intelligentsia. Nazi-vergelijkingen, ze worden te pas en te onpas gebruikt als argumenten even moeilijk te vinden zijn. Toch had u zelf enigszins in de hand gewerkt dat die vergelijkingen zouden worden gemaakt, door eerder op de avond, in zaal De Zuiderkroon, ongemeen en onverwacht agressief te roepen dat uw partij "de grootste van 't stad" was. Met Liesbeth Homans als een soort Eva Braun naast u.

Wellicht was die onverwachte uithaal een explosie van opgekropte stress, frustratie, ergernis vanwege het constante gevecht van één tegen allen, vermoeidheid ook en dan nog dat verrekte dieet. Het is u vergeven. En later gaf u ook toe dat de slinger misschien te zeer is doorgeslagen naar een verzuurde Bart. Misschien is een lachsessie op tijd en stond op 't schoon verdiep geen overbodige luxe. Vergeet dan zeker Eva Homans niet uit te nodigen. Enige joligheid zou haar imago deugd doen, zodat ook zij minder zuur voor de dag komt. Of kunnen die mondhoeken gewoon niet (meer) naar boven?

Ook de arrogantie die u uitstraalde tijdens het debat op verkiezingsavond, ook dat is nieuw. Maar wellicht was dit niet meer dan menselijk, voor iemand die tussenin door een uitzinnige menigte vergezeld was op zijn tocht door Antwerpen, om vervolgens als een messias te worden onthaald op het stadhuis en te worden toegejuicht bij een verschijning op het balkon, als de paus in zijn beste dagen. Habemus majorum!

Uw "état de grace", mijnheer De Wever, is voorlopig nog zo immens, dat alles wordt vergeven, ook dat u live in het tv-journaal en in prime time een onwetende geluidstechnicus uitscheldt voor "fucking idioot" (want dat zei u wel degelijk). Dit leidde natuurlijk tot hoongelach op sociale media waar links de boventoon voert. Maar uw ruime achterban nam het daar al snel voor u op. "Hij zegt gewoon wat hij denkt", was een verbijsterende repliek. Ik weet dat u niet achter die levenswijze staat, maar door zo overduidelijk te "zeggen wat u denkt" en u niet enigszins te beheersen, geeft u wel aan uw ruime achterban het signaal dat zij ook niet echt meer op hun woorden moeten letten en draagt u ongewild bij tot een verwildering van de zeden. Iets dat niet echt in lijn is met uw "normen en waarden"-discours, zou je zo zeggen. Maar alleen als je van slechte wil bent, uiteraard...
Ach, zelfs als zou blijken dat u de voorbije jaren voor miljarden had gefraudeerd, dan nog zou de uitleg "dat het moest omwille van de Franstalige belastingregering" bij veel mensen op een instemmend geknik en een opgestoken duim worden onthaald. Enkel een ontmaskering als kinderverkrachter of moordenaar van oude vrouwtjes kan enige deuk in uw imago veroorzaken, lijkt me. En dan nog...

Maar, geachte heer De Wever, u bent vooralsnog geen kinderverkrachter of moordenaar, en een nazi bent u ook niet. Daarvoor bent u te intelligent en hebt u voldoende kennis van de geschiedenis (maar het is wel leuk om te zien of iemand iets dergelijks zou goegelen). En ik geloof ook dat u oprecht blij bent dat u zichzelf de doodgraver van het Vlaams Belang mag noemen. Al hebt u ettelijke ratten die dat zinkende schip als eerste hebben verlaten, het moet nogmaals gezegd, wel een mooi onderdak aangeboden. Eens racist, altijd racist, grondige screening of niet. Je wordt ook niet van de ene dag op de andere homo, als je anders altijd achter de vrouwtjes zat.

Nu, na de emoties van een bewogen verkiezingsdag, toch enkele vragen aan uw adres. Met deze verkiezingen hebben afdelingen van uw partij zich over heel Vlaanderen verankerd. Omdat een partij nooit zo goed de "grondstroom" in Vlaanderen had gecapteerd, zo werd vooraf al gezegd. Maar wat is dat precies, die grondstroom? Het was altijd nogal vaag, maar als ik moet afgaan op hoe uw afdelingen campagne voerden, wordt het me stilaan duidelijk. Wat zij doen, mijnheer De Wever, en ik weet niet in hoeverre dat op uw aanwijzingen is, is overal het onbehagen, het ongenoegen en de frustratie opvangen en kanaliseren. Kortom, hetgeen Vlaams Belang ook altijd deed. Een omleidingsweg door onze straat en we zien dat extra verkeer toch niet zitten? N-VA biedt een luisterend oor! Overlast van jongeren? N-VA to the rescue! "Ja, madam, 't is nogal iet hé. Nee, da kan echt nie, maar ja, da zaajn die traditionele partijen hé..." Ze luisteren, en beloven de grote oplossing en verandering, zelfs als dat niet binnen de gemeentelijke bevoegdheid ligt. Geluidsschermen om het lawaai van de autostrade weg te houden? Wij regelen dat! Terwijl het eigenlijk een Vlaamse bevoegdheid is...
Het onbehagen moet misschien worden opgevangen, maar eigenlijk doen uw afdelingen niets anders dan de mensen naar de mond praten, hun zin geven. Maar als er tien mensen iets graag willen, terwijl dit tegen het algemeen belang is, moeten die dan meteen hun zin krijgen? Helaas was dat vaak waar het bij "De vragende partij" op deredactie.be, hoe goed en democratisch ook bedoeld, op neerkwam: de ultieme inspraak, maar toch vaak gewoon uit eigenbelang. Ik ken ook wel tien mensen die een Ikea, een treinstation of misschien zelfs een luchthaven in onze landelijke gemeente willen, maar moet dat daarom ook worden beloofd? Politiek is, dacht ik, beslissingen, soms zelfs moedige beslissingen, durven nemen, voor het algemene en soms tegen het particuliere belang. Soms zijn er gewoon geen andere opties dan het verkeer om te leiden als er grote werkzaamheden worden uitgevoerd om een dorpskom aangenamer te maken. En dan moet dat kunnen worden gezegd aan de burger. Maar de N-VA wil vooral vermijden dat het ook maar één burger voor het hoofd stoot. Deze manier van aan politiek doen is niet de mijne.

Het verdere programma van de N-VA voor de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen, dat bleef voor mij grotendeels een onbekende. Er werd geschermd met begrippen als "verbondenheid", "rechten en plichten" en "verantwoordelijkheid". "Als iedereen voor eigen deur veegt, is de hele straat schoon" klonk het dan, rechtstreeks gepikt van de Bond zonder naam. Er werden projecten voorgesteld om met buurten samen het sluikstorten aan te pakken, eventueel met behulp van camera's. Kortom, de burger moet maar zelf voor zijn welzijn zorgen?
En niet dat ik tegen verbondenheid ben, allerminst, maar de verbondenheid die u predikt, gaat dat niet wat veel terug naar de jaren zestig, toen mensen zich verzamelden bij de enige bezitter van een tv in de straat om daar samen naar nonkel Bob te kijken? Het is een verbondenheid die nu, misschien helaas, niet meer bestaat, maar vooral, ze staat haaks op uw ultraliberale, hyperindividualistisch economisch beleid. Voka, uw belangrijkste souffleur van ideeën voor uw economisch beleid (een mens kan immers niet álles zelf doen), vraagt een efficiëntere gemeente qua personeel, de belasting op drijfkracht die wordt afgeschaft, een efficiënt vergunningenbeleid... Kortom, niet zozeer de mensen staan centraal, wel dat ondernemers vooral hun gang kunnen gaan zonder daarvoor te betalen en zonder teveel "regeltjes" ("u wenst een loods te plaatsen in dat bos, mijnheer, ga uw gang!").
Maar die "gewone" mensen moeten, na een (steeds langere, want oh ja, andere belangenverenigingen willen ons langer doen werken voor hetzelfde loon) werkdag, nadat ze de kinderen in bed hebben gestopt en nog wat mantelzorg voor de ouders hebben opgenomen, ook nog wel gaan zorgen dat hun buurt in orde is. "En dat samen met die van hiernaast zeker, die al om zes uur thuis is, zeker?! Den dien heeft toch veel meer tijd om van die dingen te doen?!"
Trouwens, eigenlijk raar dat slechts 60 % van de ondernemers aangaf op uw partij te stemmen. Je zou bijna gek zijn om het niet te doen, als je nauwelijks nog belastingen zou moeten betalen. Maar misschien hebben sommigen toch door dat het dan gaat zoals met de leerkracht vroeger op school die nauwelijks regels hanteerde: veruit het populairst, maar de les eindigde steevast in chaos, en eigenlijk stak je er niks van op.

Geachte heer De Wever, beste Bart, uw partij is democratisch verkozen, we moeten ons daar dus bij neerleggen. Wat de beloofde verandering precies inhoudt, dat zullen we moeten ervaren. Liefst, of misschien liefst niet, vóór 2014. Inmiddels moet u een stad besturen. Draag er zorg voor, ik heb er ettelijke goede vrienden wonen.
Bart, hopelijk wordt Antwerpen niet de stad van Arrogantie of Agressie, maar blijft ze van Allen. Anders smijt ik u persoonlijk met uw klikken en klakken van uw pauselijk balkon af.

woensdag 5 september 2012

Over de "vrije" meningsuiting en iets "moeten" zeggen

Sorry, maar heb ik iets gemist of zo? Ben ik de enige die niet ingelicht is over een wetswijziging? Dat het "zoiets hebben van" inmiddels was uitgeroepen tot nationale sport met medaillekansen, daar was ik nog enigszins van op de hoogte. En dat we geen racisten zijn, uiteraard niet, "maar", dat was intussen ook wel duidelijk. Maar dat er daartussen steeds meer dingen zijn die "moeten gezegd worden", daarvan was ik niet op de hoogte.

"Sorry dat ik het moet zeggen, maar". Als iemand met deze zinsnede begint, dan weet je dat de persoon in kwestie allesbehalve "sorry" is. En hij of zij "moet" ook helemaal niets zeggen. Hij of zij wil gewoon iets zeggen. Iets dat bijzonder negatief is over een bepaalde persoon, meestal. Maar de "sorry" dient als vergoelijking, als pasmunt opdat alles gezegd mag worden. Onder het mom van openheid is dat dan. Vrije meningsuiting en zo. Begrippen die te pas en te onpas worden aangehaald, en waarvan misbruik wordt gemaakt als ware het een mentaal gehandicapt kind in een sportschool vol paters. Begrippen die tot voor enige tijd zorgden voor nog enig onderscheid tussen die "hufterige" Nederlanders en die "bescheiden, genuanceerde" Belgen. Maar die nu een hufterigheid 2.0 over die "stille" Vlamingen hebben doen neerdalen. Bekend of onbekend, vriend of vijand, als er iets aan te merken valt, wordt dat meteen op tafel gegooid. Nadenken over de gevolgen is tijdverlies, empathie is slechts een optie, die meestal staat afgevinkt. Want ja, in deze hier-en-nu-en-wel-nu-onmiddellijk-maatschappij zijn we natuurlijk pas tevreden als we meteen hebben kunnen zeggen wat er op ons hart ligt. Dat we daarbij onze omgeving in puin achterlaten, dat is van geen tel, het feit dat ik, en ik alleen, opgelucht ben, dat is het belangrijkste.

Dat de verplaatsing van ons sociale leven van de echte wereld naar cyberspace hier voor veel tussen zit, daarover mag geen twijfel bestaan. Facebook dient voornamelijk om te laten zien hoe leuk en succesvol en afwisselend dat leven van je is, maar ik wil de mensen niet te eten geven die een real life vriend of vriendin zijn verloren doordat ze op een onbewaakt moment iets online smeten wat ze in dat echte leven nooit ofte nimmer zouden zeggen. En als je wil, kan je zelfs berichten sturen naar iemand waarmee je niet "bevriend" bent, maar waarvan het gezicht of de mening je niet aanstaat. Een scheldmail van een mij onbekend individu (compleet met pseudoniem en al!) die mij niet al te lieve woorden influisterde nadat ik ergens een, naar zijn mening, al te België-vriendelijke post had achtergelaten beschouw ik nog steeds als een hoogtepunt in mijn leven. Op Twitter is het zo mogelijk nog erger. 140 tekens laten absoluut geen ruimte voor nuance, verduidelijking of ironie. Iedereen, van uw moeder tot Ban Ki-Moon, is bereikbaar en zal dus worden bereikt, en dat niet altijd in even fraaie bewoordingen. Al doet iedereen, ook de zogenoemde linkse intelligentsia, hier aan mee, zij het dat die laatste groep wel vaak vooral reageert wanneer bijvoorbeeld @Tanguy_Veys, @Verstrepen of @molnarfrank, individuen die niet van enige intelligentsia kunnen worden verdacht, hun mening nog maar eens te vrij hebben geuit. Maar hé, er stond een smiley achter die tweet waarin ik zei dat die vuile makakken in den boom moesten kruipen, het was om te lachen!

Een algemeen smiley-verbod dringt zich gewoonweg op. Want waren dat aanvankelijk nog symbooltjes om een droge tekst op te leuken met emoties (in mijn tijd heetten ze "emoticons"), dan dienen ze nu vooral om alles wat ervoor staat goed te praten. Een mail met "je werk trekt op niks, maar het kan ermee door ;)" of "amai gij kunt zagen :)" (niet uit eigen ervaring, nog niet) is maar om te plagen, en wie er niet tegen kan, is een seut, uiteraard. Net zoals die vrouwen die er maar tegen moeten kunnen dat ze voor hoer worden uitgemaakt. Sinds wanneer is dat geen compliment meer! :)

En dan heb ik het nog niet over wat wordt uitgebraakt op allerlei fora, met HLN.be op kop. Dat er nooit een dunnere grens is geweest tussen de mens en de bonobo (de variant met het syndroom van Gilles de la Tourette, wel te verstaan) dan daar, dat is intussen wel genoegzaam bekend. Maar erger nog dan wat de lezers er uit hun klavier persen, is het feit dat deze mensen op zulke fora tientallen gelijkgestemden vinden, en zo de indruk krijgen dat de nonsens die ze verkondigen, gewoonweg algemeen gedachtengoed zijn.

En zo is er almaar minder scrupules om ook in het openbaar het nodige venijn in het rond te spuwen. En zo komt het dus dat ik in een etablissement zit, en dat iemand van het personeel meent te moeten verkondigen, en "sorry dat hij het moet zeggen", maar dat het "altijd de Walen zijn die voor overlast zorgen". Dat er Franstaligen aanwezig waren die dit konden horen, was even niet belangrijk. Niemand van de aanwezigen, ook ik niet, reageerde op de hufter, ook al keek iedereen gelukkig veel meer verbouwereerd dan instemmend. Zo ver zitten we dus nog niet in de "smijt het op tafel"-cultuur.
"O tempora, o mores", zou Bart De Wever zeggen. Nu ja, kan het verbazen dat de taal rondom ons verruwt in een maatschappij waarin politiek gezien een compromis als een vuil woord wordt beschouwd, en een politicus wordt verheerlijkt omdat hij "zijn been kan stijfhouden" en vooral zijn eigen grote gelijk blijft verkondigen? "Maar hij spreekt de taal van de gewone man!", wordt er dan gezegd. Nu, vanaf het moment dat politici enkel nog de taal van de man in de straat gaan spreken, dan mogen journaals standaard pas na 22u worden geprogrammeerd en zal Villa Politica quasi volledig moeten worden weggebliept. Laat dat een waarschuwing zijn... of een belofte. Maar beter wordt het er alleszins niet op. :)

donderdag 9 augustus 2012

Geachte heer Van Rycke, beste Frank,

Eerst en vooral wens ik u te feliciteren met het succes van uw boek "In 10 jaar binnen", waarin u tips geeft om -de titel zegt het al- in tien jaar voldoende geld te verzamelen om nadien van de rente te kunnen leven. Ingespeeld op de aanslepende crisis, gepresenteerd als een uitdaging: het had al slecht moeten lopen als dit geen voltreffer zou worden. Maar je moet het toch maar doen.

Ik zag u voor het eerst toen u mocht aanschuiven aan de praattafel van Marcel Vanthilt in zijn gelijknamige villa. U kreeg er de tijd en de ruimte en niet al te veel kritische vragen om uw verhaal te doen, een verhaal waarvoor u zich een licht Hollands accent en een ietwat scheef, spottend lachje had aangemeten, om te tonen hoe u boven de in de klei aanmodderende Vlaming was uitgestegen. Wat u precies zei, dat kan ik me niet meer precies herinneren, u moet me dat vergeven. Mijn aandacht ging vooral naar Robby McEwen, die samen met u te gast was en naast u aan tafel zat. De ex-wielrenner keek tijdens uw uitleg zo veel mogelijk strak voor zich uit en moest al de moeite van de wereld doen om niet op uw van eigenwaan blinkende kop te timmeren als op het stuur van een koersfiets na een verloren eindsprint in de Tour de France. Maar het kan zijn dat ik mijn eigen gevoelens op de Australische Belg projecteerde.


Sindsdien duikt uw hoofd en bijhorende promotalk voor "In 10 jaar binnen" op gezette tijden op in mijn blikveld. De media bieden u een breed platform van waar u uw boodschap kunt verkondigen aan wie het wil horen. Intussen kon ikzelf ook niet aan de verleiding weerstaan, en heb ik uw boek even ter hand genomen in de winkel. Maar toen ik las dat u het boek schreef "omdat u een "winner" wilde zijn, en geen "loser"", belandde het werk alweer snel op de stapel. Wat mij betreft was het ergens anders beland, maar ik ben welopgevoed en er stond iemand naast mij.

De manier waarop u redeneert, mijnheer Van Rycke, past helemaal in wat men binnen het neoliberalisme tegenwoordig meer en meer de "meritocratie" pleegt te noemen. Die -cratie kan kortweg omschreven worden als "you get what you deserve", of "wie hard genoeg werkt, slaagt uiteindelijk wel". Er zullen zeker heel wat mensen zijn die hetzelfde denken als u, maar ik ben niet één van hen. De gescheiden vader of moeder die werk en gezin amper weet te combineren waarschijnlijk ook niet. Of de Belg van allochtone afkomst die nul op het rekest krijgt bij het interimkantoor "omdat hij niet de juiste competenties (nl. een blanke huid) bezit", hij (of zij) wellicht ook niet. Of de afgedankte vijftigplusser. Of de pas afgestudeerde jongere die op zijn vele sollicitaties zelfs geen "sorry, u bent niet weerhouden"-berichtje krijgt. Of de Amerikaanse ouder die drie jobs moet combineren om de hypotheek af te betalen. "Doe je best, God doet de rest", geldt al lang niet meer (voor iedereen).

De aanhangers van deze stroming moeten ergens anders worden gezocht en gevonden. Een (ultra)liberaal partijhoofdkwartier zou goed zijn om te beginnen, maar ook mensen als Cain Ransbottyn zullen er zeker in geloven. Deze ietwat bizarre naam zegt u misschien niets. Ik zou de man graag omschrijven, maar geen enkele omschrijving zou beledigend genoeg zijn. Laat me zeggen dat het gaat om een wandelende luchtbel die zich bepaalde maatschappelijke privileges toe-eigent omdat hij nu eenmaal fortuin heeft gemaakt met een website zonder enige maatschappelijke relevantie. Iemand die met zijn SUV onze wegen onveilig maakt aan 160 of 170 km per uur, en dan, na veel aandringen, hoogstens denkt aan het gevaar dat hij kan betekenen voor de inzittenden in zijn eigen auto. Iemand die de politie omschrijft als "blauwe smurfen", maar te dom is om te begrijpen dat dat een pleonasme is.

Als de heer Ransbottyn dit ooit leest (als hij kan lezen), zal hij ongetwijfeld denken en zeggen dat ik jaloers op hem ben. En u, mijnheer Van Rycke, zult dit misschien ook denken. En u zult misschien opwerpen dat u de auteursrechten die u voor uw boek krijgt aan allerlei projecten voor kansarme kinderen zult besteden, waarvoor uiteraard zeer veel, en echt, respect. Ik kan daarbij zeggen "dat dat wel gemakkelijk is als je binnen bent", maar ja, u had het ook gewoon niet kunnen doen en alles voor uzelf houden.

Misschien dat ook anderen die dit lezen vinden dat ik jaloers ben. Maar voor zover ik weet klopt dat niet. Financieel bengel ik laag, maar ver genoeg boven de armoedegrens om me geen zorgen te moeten maken. Met meer geld zou ik zeker weten wat ik ermee moest aanvangen, maar ik snak er niet naar. Ik zou er alleszins niets van wat ik nu doe (en wat wellicht soms net een belemmering is om meer te verdienen) voor willen opgeven.

En begrijp me niet verkeerd: ik geloof sterk in het concept "hard werken". Maar ik geloof niet dat wie hard werkt, daar ook altijd automatisch voor wordt beloond. En ik geloof zeker niet dat, wie een "loser" (zoals u dat noemt) is, daar zelf voor heeft gekozen. Wie een "loser" blijft, ik reken mezelf daar dan even bij, kiest daar soms wel voor en kan daar perfect gelukkig mee zijn, en dat moet gerespecteerd worden. Ik wens u dat geluk, en een beetje meer wijsheid, ook toe. En veel succes met die projecten voor kansarme kinderen.

Met vriendelijke groeten,