dinsdag 20 maart 2012

Confessies van een communicatiewetenschapper

"Iets in de media doen", dat moet zo ongeveer de meest concrete ambitie geweest zijn, op mijn achttiende levensjaar, inmiddels een eeuwigheid en drie dagen geleden. En aangezien de kans dat ik het tot Miss België zou schoppen miniem tot onbestaande was, tenzij ik me tot de plastisch chirurg van Lesley-Ann Poppe zou wenden (en dan nog), oordeelde ik dat een studie communicatiewetenschappen de kortste weg naar die ambitie was. Tom Lenaerts had zich immers al geout als communicatiewetenschapper, en die deed toch "iets in de media".

En een hele tijd heb ik gedacht dat dat ook de juiste keuze was. Maar na ettelijke jaren begonnen er toch barsten te komen in dat geloof. Want de media, die moeten het per definitie óver iets hebben. En als jij het dan hebt over die media, sta je dan niet wat ver van de realiteit? En hoe kon deze functie precies bijdragen aan de Groei, het Bruto Nationale Product, de Grote Sprong Voorwaarts waaraan toch alles wordt afgemeten? Had ik niet beter een vak geleerd?
Ik dacht terug aan de conversaties met een oudtante of -nonkel die, nadat ze voor het vierde familiefeest op rij had gevraagd wat ik nu eigenlijk studeerde en ik daarop had geantwoord "communicatiewetenschappen", vroeg "wat ge daar dan precies mee kunt doen". En aan het feit dat ik dan steevast iets mompelde over "de gazet", om dan toch maar weer over te schakelen op "den grooten oorlog".

Maar recent draag ik de titel van master in the communication sciences weer met trots, welhaast als een geuzennaam, heb ik het diploma van onder het stof gehaald en hangt het kleinood omrand door een vergulden lijst boven mijn schouw. Omdat ik vrees dat er na verloop van tijd niet veel communicatiewetenschappers meer bij zullen komen, en dat dit ras uiteindelijk zal uitsterven.

Want het belangrijkste criterium van een opleiding vandaag de dag is de job die er later mee zal kunnen worden uitgeoefend, en of die job wel nodig zal zijn. Knelpuntberoepen worden opgelijst, en voorlopig is "communicatiewetenschapper" daar nog niet bij. En nieuwe generaties worden al van kleinsbeen af in de richting van die "echt nodige beroepen" gestimuleerd.

En daarom vrees ik dat men alles zal aangrijpen om de kinderen in juiste, de meest rendabele richting te sturen. Dat over de kleine Milan die iets te handig is met de Duplo, meteen zal worden geconcludeerd "dat het overduidelijk een ingenieur is". Dat een slecht gearticuleerd "nog honger" van Noortje verkeerdelijk wordt verstaan als "your honour" en dat er meteen wordt geknikt dat het "zeker een advocate zal zijn". Dat als Fien zich na "de grote kaka" omdraait en iets te enthousiast in haar eigen excrementiën begint te dabben, dat dan al even enthousiast wordt gekraaid "dat er een loodgietster in de familie zit!". En dat voor de kleine Jefke-Ali, als hij het speelgeld van anderen afpakt om er zelf allerlei rare fratsen mee uit te halen, met de glimlach wordt geconstateerd "dat het ongetwijfeld een beurstrader zal worden".

Nu, zeker drie van de vier bovenstaande beroepen hebben absoluut hun waarde in deze maatschappij, maar mijn vrees is dat er over een twintigtal jaren alleen nog maar ingenieurs, advocaten, economisten en beurstraders zullen zijn, mensen die iets concreets maken of toch alleszins hun diensten voor veel geld verkopen. En dat er geen plaats meer zal zijn voor beroepsgroepen die het één en ander vanuit een ander perspectief gadeslaan. Al is dit natuurlijk ook geen pleidooi voor een overtal aan Etiennen Vermeersch of Hugo Campsen, dat zou misschien van het goede te veel zijn.

Ook Guillaume Van der Stighelen gaf onlangs, met zijn oproep om allemaal aan het ondernemen te slaan, aan dat het allemaal about the economy is, stupid! Geen slecht woord over ondernemers, absoluut niet, maar daarmee wordt toch altijd bedoeld "ondernemen om je eigen kost te verdienen". Terwijl ik ook heel wat onderneem, maar daar nooit voor word betaald.

De geesten die nu pleiten voor een grotere rendabiliteit van het onderwijs, zijn doorgaans zij die erg op hun vrijheid gesteld zijn. Ik stel voor dat iedereen van die vrijheid mag genieten, ook bij de studiekeuze. Anders wordt "communicatiewetenschapper" nog écht een knelpuntberoep, en dat is misschien toch te veel eer...

maandag 27 februari 2012

Vrouwen weten het ook

Maandagochtend. Geen plaats in de trein, dus rechtstaan. Een vrouw op een stoeltje apart zet quasi achteloos een blikje aan haar lippen. Maar de zwarte handschoen die er omheen is getrokken, trekt de aandacht.

De laatste slok. Het blik met handschoen verdwijnt onder het klaptafeltje, alleen de handschoen komt terug naar boven. De vrouw recht de rug, klaar voor een nieuwe werkweek.

Brussel-Noord, reizigers stappen af, ik vind een plek verderop. Wanneer Brussel-Centraal nadert, komt de vrouw voorbijgelopen. Ze is ongeveer veertig, met kort blond haar en een bril. Kortom, zoals u en ik er zouden kunnen uitzien als we een vrouw van veertig waren.

Brussel-Zuid. Het vuilbakje waar de vrouw enkele minuten geleden nog zat, staat open. Ik zie een zwarte J, gevolgd door een u en een p. Duidelijk niet alleen mannen weten waarom.

Maandagochtend. Het is toch altijd weer even slikken.

donderdag 9 februari 2012

Velden, vier rijstroken, en de kerk in het midden

De 't Hasseltkiezel in Bree, het zegt u hoogstwaarschijnlijk niets, maar (om Wim Sonneveld verder te citeren), het is waar ik (bijna) geboren ben. Als het u wel iets zegt, dan bent u een soort ontdekkingsreiziger, genre Dixie Dansercour of Michiel Hendryckx, of was u verdwaald. Of bent u in alle onwetendheid naar 't Hasselt gereden in plaats van naar Hasselt, in de veronderstelling "dat dat toch wel hetzelfde zou zijn". Maar u heeft zich de trip waarschijnlijk niet beklaagd. Of wel. Heel erg misschien.

De 't Hasseltkiezel is een gedrocht waarmee ons Vlaamse wegennet nogal ruimschoots gezegend is. Een strook asfalt van vijftien meter breed die landbouwgrond meedogenloos doorklieft, en dat voor de luttele bestuurders die van de ene nauwelijks bebouwde kom naar de andere iets meer bebouwde kom moeten, al doe ik Kim Clijsters-ville daarmee toch misschien wat oneer aan. Een reliek uit een tijdperk waarin men dacht dat daarvoor vier rijstroken nodig waren, onder het motto "the more, the merrier". Waarop uiteraard 120 kilometer per uur moest worden gereden. Opzij, opzij, opzij, maak plaats, en snel.

Voor ondergetekende was dit stuk autosnelweg van enkele kilometers in het uiterste noordoosten van Limburg in vroegere tijden het signaal dat hij bijna thuis was na een familieuitstapje. Eenmaal de eenzame kerk voorbij, die ongeveer in het midden tussen de twee kernen en helemaal in het midden tussen de velden stond, wist ik dat het thuisfront lonkte. De kerk van 't Hasselt was dat, en de kerk wás eigenlijk 't Hasselt. Want veel meer was er in geen velden of wegen te bekennen.

Ja, je had die oude, grote hoeve. En een schooltje, dacht ik. En dan de superette (met in het groot "superette"), waarvan ik me jarenlang heb afgevraagd aan wie zij hun waren nu eigenlijk sleten. Van voorbijgaand - excuseer, voorbijrazend- verkeer konden ze moeilijk leven. Ik denk dat ze intussen al wel jaren dicht is.

Als er mensen langs deze veel te brede auto-ader hadden gewoond, ze hadden al lang geprotesteerd tegen de voorbijzoevende vierwielers. Nu was het wachten -om een in populistische middens vaak gebezigde zinsnede te gebruiken- "tot er doden zouden vallen", vooraleer een bevoegde instantie ingreep.

De ongelukken waren dan ook legio. Zo werd de middenberm meer dan eens vakkundig omgeploegd door een snelheidsduivel die de controle over zijn stuur had verloren. De versmalling naar twee rijstroken op het einde, die ook enige vertraging vereiste, werd al eens verkeerd ingeschat. En de tractoren (dat zijn van die grote voertuigen die dienen om velden te bewerken) moesten zich met ware doodsverachting vanuit de zijstraatjes op de weg storten, met het risico dat de aanstormende automobilist de snelheid van de tractor zou over- en de eigen snelheid zou onderschatten. Ook ik zag er menig fietstocht minutenlang onderbroken omdat die ene auto wel nog veraf leek maar toch vervaarlijk snel dichterbij kwam.

Nu gaat de maximumsnelheid er omlaag naar 90 km/u. Nog steeds wat hoog gegrepen voor de gemiddelde tractor, en de automobilist die er zich aan houdt zal misschien wat later thuiskomen, maar zal tenminste thuiskomen. En al snel zal de vraag opduiken waarom er in godsnaam vier rijstroken nodig waren voor dit kilometerslange litteken, en zal men misschien, onder het motto "less is more", tot de conclusie komen dat het ook wat minder mag zijn.

woensdag 18 januari 2012

Generatie B

Je hebt de generatie Y, de youngsters die het in de toekomst misschien met iets minder zullen moeten doen, en je hebt de generatie die sommigen misschien de generatie S zouden noemen, de stakers, die hun oude dag bedreigd zien. Daartussen, zij het meer in de buurt van de Y, bevinden wij ons: de generatie B, van Bouwen & renoveren. De generatie die nog op plichtsbewust sparende mama's en papa's kon terugvallen en daarmee begon aan "hun droom", waar generatie Y nog (lang) niet aan denkt en die de generatie S al heeft afbetaald: Het Eigen Huis.

Wij van de generatie B ontmoeten elkaar op allerlei gelegenheden en hebben dan het "aan het bouwen of renoveren zijn" als raakpunt. "En, hoe is het met de verbouwingen?" is dikwijls het begin van een urenlange boeiende conversatie op nog maar eens een babyborrel. We wisselen ervaringen en tips uit over banken, goochelen met U-waarden en E-peilen en stemmen op elkaar af welke nu de beste raamprofielen zijn, de beste isolatie en het beste systeem voor vloerverwarming. En waar hebt gij uw tegels gekocht? De baksteen in onze maag is heilig, "Ik ga bouwen & renoveren" is onze Bijbel, Batibouw onze hoogmis.

We vinden elkaar op de trein. Na een veel te korte nachtrust omdat we gisteravond nog uren hebben staan te schuren, te pleisteren of elektriciteit hebben gelegd. Of we bellen op weg naar het werk nog snel naar de aannemer om af te spreken wat hij vandaag gaat doen. Of om hem onder z'n voeten te geven voor wat hij gisteren niét heeft gedaan. "Als ik alleen maar aan die werken denk, moet ik toch altijd zo, zo diep zuchten", verwoordde een medereizigster onlangs de gemoedstoestand van ongeveer driekwart van de treinbevolking.

Ook online socialenetwerken we er op los, als generatie B. "Voila, kelderverdieping staat al", "chape is geëgaliseerd" of "muurke is gemetseld" posten we met de regelmaat van de klok -met foto- over de vooruitgang van onze woonst, die we dan in een onbewaakt moment wel eens "ons nestje" durven te noemen.

Maar de generatie B heeft onlangs een zware klap moeten verwerken. Federale besparingsacties kelderden de energiepremies, en veroorzaakten nogal wat slapeloze nachten en herberekeningen van minutieus opgestelde vijfjarenplannen. Al gingen we vrijwel kritiekloos mee in die besparingen. Protesteren doen we niet, dat laten we over aan de generatie Y, of aan de generatie S. Trouwens, wij hebben geen tijd, we zitten met den bouw, remember?! En met onze gezamenlijke meer dan 3000 euro in de maand, kunnen we die driedubbele beglazing uiteindelijk ook zelf financieren. Al weten we niet of onze generatiegenoten, met minder plichtsbewuste of minder gegoede ouders en met minder eigen kansen er ook al bij al zo gemakkelijk geraken. Of blijven zij -om in bouwtermen te blijven- geïsoleerd achter, in een ongeïsoleerd huurhuis?

En we zijn kwaad op de generatie S omdat wij met die besparingen wél onze duit in het zakje doen, en zij dat niet willen door langer te werken. Maar we vragen ons dan niet echt af of ze nog wel kúnnen werken, of ze er lichamelijk nog toe in staat zijn en of ze er de kans toe krijgen. We gaan uit van onze bureaujob, en of we die nu nog 35 of 40 jaar moeten doen, tja... Zoveel zware handenarbeid is er toch niet meer in ons land, die verdwijnt toch naar het buitenland? Behalve... oh ja, in de bouw... Misschien toch eens vragen aan die mannen daarbuiten of zij het zien zitten om een paar jaar langer spouwmuren op te trekken...

PS. Graag foto's van huizen met daarop in gietijzeren letters "Ons nestje" aangebracht, zoals huizen vroeger wel eens "Onze droom" of "Nuestra casa" heetten. Een kamerbrede poster van een willekeurige corpulente politicus met bouwvakkersreet zal uw beloning zijn!

PS2. Na het ter perse gaan brak de heisa uit over de fiscale aftrekbaarheid van het woonkrediet, met de nodige consternatie bij de generatie B tot gevolg. Komen we toch nog op straat?

dinsdag 3 januari 2012

Vragen bij vragen bij Music for life

Gelukkig dat P-Magazine er nog is. Dat dit blad het aandurfde om de goednieuwsshow die Music for life heet heel even ter discussie te stellen. Want die miljoenen euro's die worden opgehaald, komen die wel goed terecht? Blijft niet de helft ergens plakken?!

Voor tekst en uitleg bij dit diepgaande onderzoek konden de mensen van de P een beroep doen op ene Willy Legendre, een man die 20 jaar voor allerlei hulporganisaties zou hebben gewerkt, en een man van wie menig politicus op het vlak van populisme nog een en ander kan leren. "Als Music for life het eindbedrag gewoon dumpt op de rekening van het Rode Kruis, houden ze de mensen voor de gek!", foetert Willy. Zeer zeker, want het Rode Kruis, daarvan is algemeen geweten dat het zo maffieus en obscuur is als een doordeweekse transactie in Palermo. Daarnaast is Willy een man die, naast door zijn toepasselijke doch ietwat wansmakelijke beeldspraak ("Vervang diarree door malaria of aids en de mensen slikken dat ook"), opvalt door zijn eenvoudige, maar daarom niet minder geniale bedenkingen: "Als je de totale liefdadigheidssector neemt, dan gaat het over miljarden! Mil-jar-den, en toch zijn er nog overal problemen!". Tuurlijk Willy, en om de droogte in de hoorn van Afrika op te lossen zullen we anders gewoon het water dat hier te veel uit de hemel valt naar ginder pompen!

Vreemd toch, hoe bij elke ramp (een aardbeving, een tsunami, hongersnood)onze aanvankelijke bereidwilligheid om de slachtoffers te steunen na een tijd altijd omslaat in scepticisme over de bestemming van onze bijdrage. Al zijn we vaak terecht kritisch: de regimes in de landen die getroffen worden zijn vaak niet helemaal democratisch verkozen en gebruiken niet altijd even democratische middelen om te vergaren wat zij vinden dat hen toekomt. Het is bovendien onze plicht om kritisch te zijn en zaken in vraag te stellen.

Maar waarom zijn we wel kritisch als we eens 5 euro (ofwel vanaf 40 euro, want dan wordt het fiscaal aftrekbaar!) neertellen voor een goed doel, waarbij de bestemming van het geld niet helemaal duidelijk is, maar zijn we op andere momenten, als we evenveel of zelfs veel meer geld uitgeven, veel minder sceptisch? Zo betalen we soms slechts enkele euro's voor kleding, maar stellen we ons daar pas vragen bij als we daadwerkelijk worden geconfronteerd met de omstandigheden achter die kleding, zoals Peeters & Pichal onlangs demonstreerden. En we tellen gemakkelijk 100, 200, 300 euro of nog meer neer voor een smartphone, en wanneer die één of anderhalf jaar later stuk is of "gedateerd" blijkt, doen we dat gewoon zonder morren opnieuw. Zelfs als we weten dat de fabrikanten deze toestellen, die op zich gemakkelijk ettelijke jaren mee zouden kunnen gaan, zodanig programmeren dat ze er na een bepaalde tijd de brui aan geven, halen we amper de schouders op. Terwijl er hier geen sprake is van enige onzekerheid of ons geld wel goed is besteed: we weten 100 % zeker dat we in het zak worden gezet waar we bij staan.

Dan had Vlaanderen met Music for life al eens een actie waar het echt gemeend warm voor liep, moet er nog altijd iemand komen zeuren "of dat geld eigenlijk wel goed besteed is". Alsof € 2,40 voor een boekske waarvan we de inhoud ook zelf hadden kunnen verzinnen, en waarvan u de prentjes, als liefhebber van halfnaakte deernes en blitse bolides, met indien gewenst veel meer of minder om het lijf ook gemakkelijk op tinternet kunt vinden, zo goed besteed is.

vrijdag 16 december 2011

Achtergrond van een bakfietsgeneratie

Vroeger waren mensen op hun dertigste op hun hoogtepunt, klaar om de wereld te veroveren. Vandaag de dag hebben dertigers pas een gezin, en beginnen ze soms vreemde dingen te doen. Ze beginnen allereerst al halftijds te werken om tijd te maken voor de "kids", steken die "kids" vervolgens in een bakfiets, gaan zelf kleren (of zelfs decoratie!) breien of naaien of tweedehands kleren kopen, beginnen hun eigen groenten te verbouwen, slaan aan het "letsen" of volgen allerlei kook- en andere cursussen die hun sociaal leven nog een beetje meer overhoop gooien.

De vraag is dan, waarom laten deze mensen (waartoe ik, voor alle duidelijkheid, (nog) niet behoor) hun veelbelovende carrière zomaar schieten, zeggen ze "nee" tegen het geld en de sociale status, om zich op zichzelf en hun naaste omgeving te keren? Welke trauma's spelen mee, en hoe moet dit voor volgende generaties worden voorkomen?

Misschien zijn er wel objectieve redenen. Wie eind jaren 70, begin jaren 80 is geboren, pakweg het jaar 1979, heeft immers al behoorlijk wat meegemaakt in zijn of haar leven. Volgt u even mee.

Je wordt geboren, en de oliecrisis breekt uit. Je ouders hebben het niet gemakkelijk, maar kopen je toch maar een fiets voor je eerste communie.
Terwijl je daarmee je eerste rondjes maakt, schiet een bende schorremorrie een hoop levens aan flarden bij de Delhaize.

Als je 7 bent, ontploft een groot gebouw in Rusland, en opeens eten jullie geen sla, prei of spinazie meer. Maar dat laatste vind je niet zo erg. En de gevolgen van die ontploffing vallen nog wel mee, de weerman Pien heeft het gezegd! Maar datzelfde jaar zie je je vader toch nog wenen (voor de allereerste keer, mannen wenen immers niet) en dat is wanneer een kerel in Mexico gans alleen tegen een stilliggende bal mag trappen (een pienaltie, of zoiets) en daarna als een dolle begint rond te lopen. Nadien is er ook nog een grote bijeenkomst op de Grote Markt in Brussel, en die ene met z'n onnozele blonde krullekes die veel show verkoopt.

Als je 10 jaar bent, beginnen ze in Duitsland een muur af te breken, en daar is precies veel volk voor nodig. Mensen kruipen op de muur en zijn blij. En dan is er die oude man met die grappige vlek op zijn hoofd, die precies belangrijk is, want hij komt veel op de televisie. Er is iets met een ijzeren gordijn, en dat vind je vreemd want gordijnen zijn toch van stof? Je ouders zeggen dat de wereld gaat veranderen en dat de columnisten (of zoiets) nu nooit meer aan de macht zullen komen. Ze vinden dat precies jammer en kijken naar foto's van "mei 68" of zoiets.

Ondertussen zijn er ook veel nieuwe programma's op de tv gekomen, met veel kleur en zo. Precies interessant, want je vader en moeder kijken nu veel meer naar de televisie en veel minder naar mekaar... of naar jou!

Op je elfde breekt er een oorlog uit, in Koeweit. Ver weg alleszins, want er is veel woestijn. Saddam Hoessein heeft dat land binnengevallen, voor olie of zoiets, en de Amerikanen moeten gaan helpen. 's Nachts is er veel vuurwerk en er zijn vooral veel branden. Op school speel je "Zoek het vijfde zwijn: Saddam Hoessein!" en je houdt een spreekbeurt over tanks en scudraketten.

Op je vijftiende zie je je vader toch nog eens wenen, weeral bij de voetbal, als Philippe Albert tegen "dollanders" scoort.

Op je zeventiende staat het land op z'n kop omdat ze meisjes hebben ontdekt bij Marc Dutroux. Je protesteert mee tegen het "spaghetti-arrest" tegen de verwijdering van onderzoeksrechter Connerotte. Eigenlijk vooral omdat je dan een voormiddag geen school hebt. Op je pentium 486 schrijf je een stukje voor de schoolkrant om je gevoelens te kanaliseren.

Je gaat vier jaar studeren, en als je afgestudeerd bent, en je ligt in september 2001 welverdiend in de zetel, zie je plots een vliegtuig zich in een wolkenkrabber boren en de wereld veranderen. Er komen gevallen met Joe Van Holsbeeck, Hans Van Themsche, er wordt geschoten op scholen en overal zo'n beetje.

Een jonge dertiger heeft de computer zien evolueren van pentium tot ipad, heeft de eerste en de tweede wereldoorlog zeker niet, maar toch nog heel wat andere oorlogjes zeker wél meegemaakt, deed z'n eerste impulsen op in de grauwe jaren 80 en zag de wereld (delen van de wereld alleszins) dan langzaamaan welvarender worden, maar ziet nu alles rondom hem weer iets minder langzaam ineenstorten. En hij/zij heeft de volledige teloorgang van de Rode Duivels kunnen meemaken. Is het dan niet logisch dat hij zich nu, nu hij het zelf voor het zeggen heeft, een beetje afkeert van die grote, boze wereld?

woensdag 30 november 2011

Geen reden tot paniek

Een moment van onoplettendheid heet dat dan. In veel gevallen is dat een eufemisme voor onhandigheid. In mijn geval alleszins. Een moment van onoplettend/onhandigheid later lag hij daar, de lamphouder met de spaarlamp erin. Hoe dat zo was gekomen, is een lang verhaal. Onhandigheid met een ladder, het klinkt als uit een slecht feuilleton gegrepen, maar "asi es la vida".

Ware de lamp een gloeilamp geweest, ik was in het donker beland. Niet zo met dit spaar-exemplaar, dat dapper bleef branden. Zou het peertje gewoon nog intact zijn? Kon ik het recht zetten en gewoon verder werken? Dat bleek te optimistisch, want al van ver ontwaardde ik wat deuken in het peervormige omhulsel. En toen ik dichterbij ging, hoorde ik iets kissen...

Mijn hemel, de kwikdampen!! Ik deinsde verschrikt achteruit en hapte naar adem. Gelukkig was ik met isolatie bezig, en kon ik mijn mondmasker snel voorhouden. Op gevaar van eigen leven schakelde ik de lamp uit, om vervolgens naar het raam te spurten, snakkend naar frisse lucht. Intussen voelde ik helse pijnen die ik niemand toewens.

Toen de kwik rond mijn hoofd was verdwenen, vroeg ik me af of ik dat hoofd niet had laten zot maken door allerlei paniekberichten over de schadelijke effecten van dat kwik. Misschien zijn enkele milligram toch niet sito presto levensbedreigend.

En misschien zijn niet alle mannen met baarden terroristen. Misschien was mijn reactie toen ik op een keer het gezelschap van drie van die mannen met baarden kreeg op de trein, ook enigszins overdreven. De mannen heetten duidelijk niet Jan, Pier, Tjoris, laat staan Corneel, en ik begon me meteen af te vragen, niet "of" maar hoe ze de trein zouden opblazen. Een kind van 9/11, zeker?
Toen ze platter Limburgs bleken te praten dan Regi, Stefan Everts en de Bachelor Jeoffrey (hit me, goegel!!) samen, was ik al iets meer op mijn gemak. Al schakelden ze af en toe over op een soort Arabisch, dat was zeker OM HUN VOETEN TE VEGEN AAN ONZE WESTERSE WAARDEN!!

Misschien moet ik ook meer van de soep genieten, en niet telkens als ik een beetje zout proef, denken aan hoe mijn hart het er aan zal begeven en mijn darmen zullen dichtslibben en dergelijke. En dat glas rode wijn per dag, heeft dat eigenlijk nog een heilzame werking? Of was het bier, tegenwoordig? Of moeten we er gewoon af en toe van genieten? En die yoghurt met proto-analfactische intergalactische biotische actieve bifidus, hoe nodig is dat? Want echt lekker is dat toch niet altijd...

Misschien moet ik me minder bang laten maken door onderzoeken, marketing en andere studies "bij 570 personen". Mijn oma is 90 jaar oud geworden en als ik bij haar afkwam met "actieve bifidus", dan keek ze mij eens aan en vroeg ze "en hoe is het nog op het werk?".

En dan zijn er nog de markten! Mijn hemel, de markten! Die krijgen ons zelfs zo panisch dat we een regering gaan maken. Als een moderne Sinterklaas houden ze ons van bovenaf in de gaten, en schrijven in hun dikke, dikke boeken op of we wel de juiste begrotingsmaatregelen nemen. Als we zoet zijn, krijgen we een mooie rating, anders niet. Bangmakerij dus. Misschien moeten we ermee omgaan zoals met de echte Sint: ontmaskeren als een mythe, en er ons uiteindelijk niet veel meer van aantrekken...