dinsdag 2 december 2014

Solidair, maar met wie eigenlijk?

"Wegens de mogelijke black-out in ons omringende gemeenten, zal onze gemeente dit jaar geen kerstverlichting hangen langs de straten". Deze mededeling, min of meer, stond onlangs te lezen in het infoblad van onze gemeente, die zelf gespaard zal blijven van zwartheid dankzij de aanwezigheid van belangrijke industrie.

Geen kerstverlichting dus, om onze buren een zwarte kerstmis te voorkomen. Schoon toch? Kunnen de begrippen solidariteit en naastenliefde beter worden geïllustreerd, in deze periode, dan op deze manier? En uiteraard ben ik voor het besparen van energie. Sinds jaar en dag doe ik er alles aan om het eigen verbruik te beperken, buren of vrienden die erom vragen hier en daar een tip te geven en -vooral- mensen die er niet om vragen zoveel mogelijk gerust te laten, ook al is de verleiding vaak groot.

Met de campagne OffOn is nu ook de overheid op de kar van de energiebesparing gesprongen. Niet droogtrommelen of strijken tijdens de piekuren, en de eenpansgerechten zijn intussen legendarisch. Toch is het een beetje cynisch dat er blijkbaar enkel moet worden bespaard als het echt niet anders kan. Terwijl een dergelijke campagne al veel langer nodig was, tegen minder tastbare maar veel ingrijpendere gevolgen, op langere termijn.

Bovendien vraag ik me af met wie ik eigenlijk solidair ben, als ik mijn gedrag zou aanpassen en mijn gemeente de kerstverlichting zou doven. Met de buurgemeenten, of toch vooral met de regeringen van de voorbije 15 jaar en de nucleaire lobby? De regeringen, die om ter meest verwarring zaaiden over al dan niet uitstappen uit kernenergie, om zo alle mogelijke investeringen in alternatieve energiebronnen te ontmoedigen. De nucleaire lobby, die haar miljarden euro's winst nooit heeft geïnvesteerd in een verbetering van hun infrastructuur en nu, nu ze niet meer onder herstellingen uit kan, opnieuw komt aankloppen bij de overheid voor nog wat extra subsidie.

Maar worden zij, degene die deze black-out hebben mogelijk gemaakt, verantwoordelijk gesteld? Nee, nu de situatie echt precair wordt en de overheid en de energiesector hebben gefaald, nu worden inspanningen verwacht van ons, de burger met de kook, de was en de plas. Minder verbruiken, kerstverlichting uit. Als het effectief tot een black-out komt, zal het onze schuld en onze verantwoordelijkheid zijn. Maar goed, tegenwoordig ziet niemand er blijkbaar graten in om, bij gebrek aan beleid of enige visie de schuld te schuiven in de kleinste schoenen.

Ik zal geen kerstlamp minder laten branden, en ik hoop van u hetzelde (maar als u energie wilt besparen, houd u vooral niet in).

dinsdag 21 januari 2014

Waan

Jaaroverzichten zijn zelden saai (zelfs niet in uitgesteld relais). Vaak zijn ze zelfs erg leerzaam. Ze leren hoe je omgeving, je land, je wereld in de voorbije 365 dagen is veranderd. Of hoe er net niets is veranderd. Ze leren je wie er hot was en wie not was, wat leuk was en wat minder leuk.

Maar in de eerste plaats leren ze je hoe vluchtig alles is. Hoe het grote nieuws van de ene dag in het volgende etmaal al helemaal naar het achterplan is verwezen. De collectieve angst, verontwaardiging, vreugde of ontroering van de ene dag maken de volgende alweer plaats voor andere angst, verontwaardiging, vreugde of ontroering.
2013 was een vrij bewogen jaar, en stond in het teken van afscheid. Met in de eerste plaats Astrid die John gedag zegde en Jan Becaus die het voor bekeken hield, naast enkele onbelangrijkere machtswissels zoals daar zijn aan het Belgische en Nederlandse koningshuis en in het Vaticaan. Hugo Chavez stapte over naar de eeuwige olievelden en Dora Van der Groen mogelijks ook, al lopen de meningen daarover nog uiteen.
2013 stond helaas ook bol van rampen, schandalen, misdaden tegen de mensheid. In Bangladesh vonden meer dan 1000 mensen de dood toen de kledingfabriek waar ze aan het werk waren, instortte. Vooral doordat, toen het gebouw in al zijn voegen was beginnen kraken, hen de toegang naar buiten was geweigerd door bewakingsdiensten.


De verontwaardiging was groot. Dit nooit meer! Het zouden de laatste slachtoffers zijn die vielen voor onze goedkope kleding! Voortaan zouden we als consument aandacht hebben voor de oorsprong ervan, en de fabrikanten buitelden over elkaar heen om aan te kondigen hoe ze de werkomstandigheden in hun fabrieken zouden verbeteren, of om te vertellen hoe ze hun arbeiders nu al als pasja’s in de watten legden.
Inmiddels zijn het alweer solden, en kopen we terug lustig truien, t-shirts, broeken en sjaaltjes tegen “democratische” prijzen. Gezien het leed dat er elders voor wordt geleden, is er echter weinig democratisch aan.
In Syrië stierven honderden mannen, vrouwen en kinderen bij een gasaanval door het Assad-regime. Ook hier was de conclusie eensluidend. Dit nooit meer! Deze daad van agressie verdiende een passend antwoord, gaf wereldleider na wereldleider aan. Maar toen Rusland en China bleven dwarsliggen en Obama zijn publieke opinie niet meekreeg, kroop iedereen terug achter de eigen landsgrenzen om zich bezig te houden met wat écht belangrijk is… it’s the economy, stupid!
Intussen is er dan wel een team van de VN aan de slag om het gifgasarsenaal van Assad weg te werken, maar toch sterven er nog wekelijks honderden mensen in Syrië.
In eigen land was de verontwaardiging over de dood van Jonathan Jacob onmetelijk. Inmiddels zijn we bijna een jaar verder, en lijkt het onwaarschijnlijk dat er ooit iemand schuldig zal worden bevonden voor deze moord. Noch de "bottinekes" Hollywood of Vegas, noch de mensen die op hoger niveau de beslissingen namen.  De zaak was al lang vergeten, als Tom Lanoye er voor De Standaard geen fantastisch kerstessay over had geschreven. En dan nog. Tom Lanoye is een linkse homo, en De Standaard een kwaliteitskrant. Te negeren, dus.
Bangladesh, Syrië, Jonathan Jacob… we zijn er als de kippen bij om onze afschuw voor de gang van zaken uit te… Hé, een kandidate voor Miss België weet niet wanneer de eerste wereldoorlog begon! Lachen! Yolo!
Steeds weer en steeds sneller wordt de ene “waan van de dag” opgevolgd door de andere. Iets wat vandaag de gemoederen verhit en de debatten beheerst, is morgen een stuk van drie of vier lijntjes.
Laat dat misschien een voornemen zijn voor 2014. Dat we morgen eens terugdenken aan wat ons gisteren kwaad of moedeloos maakte. En dat we niet zomaar meesurfen op onophoudelijk aanrollende golven van emoties, maar dat we van een kalme zee al eens gebruik durven maken om achterom te kijken, en terug te denken aan het stormweer dat intussen is gaan liggen. Om te zien of er nu eigenlijk iets veranderd is, of helemaal niet.

donderdag 19 december 2013

Geachte heer Parys, beste Lorin,

Ik schrijf u naar aanleiding van uw meest recente opiniestuk in de economie-katern van De Standaard, waar u tweewekelijks de kans krijgt om uw bespiegelingen omtrent het economische en financiële reilen en zeilen te delen.

Deze laatste bijdrage heeft me immers enigszins verward achtergelaten. Wat u in deze tekst betoogt, en ik probeer een korte samenvatting te geven zonder uw woorden al te zeer te verdraaien, mijnheer Parys, is dat de financiële en economische crisis, waarmee we intussen al ruim vijf jaar te maken hebben, niet zozeer is veroorzaakt door de banken, maar dat we die crisis enkel en alleen aan onszelf te wijten hebben. Aan onszelf en aan onze financiële ongeletterdheid. Wij, de burgers-spaarders, hadden maar beter moeten begrijpen hoe die mastodonten van de financiële kosmos functioneren, en hadden hen dan tijdig een halt moeten toeroepen! Wij zijn te dom, te goedgelovig en te naief geweest, en vooral te veel op geld belust, terwijl de banken eigenlijk liefdadigheidsinstellingen zijn, die zich door onze drang naar meermeermeer in een richting hebben laten duwen die ze helemaal niet wilden! Minderwaardige kredieten, allerlei schimmige beleggingen, roekeloze investeringen... het was allemaal op onze vraag dat deze werden aangegaan. En tja, toen de hele machinerie in gang was gezet, was ze nog moeilijk te stoppen. En als er iemand stokken in de wielen had moeten steken, dan waren wij het wel. Maar dat hebben we dus nagelaten.
 
Is dat zo ongeveer wat u wilde zeggen, mijnheer Parys?
 
Ik schrok er wel wat van, want ik dacht dat intussen toch algemeen werd aangenomen dat de oorzaak van de crisis lag bij de ongebreidelde goklust van de banken, de ontoelaatbare risico’s die steeds weer werden genomen met geld van kleine spaarders zoals u en ik en van de bedrijven om de hoek, de exuberante drang om een steeds groter luchtkasteel te bouwen op een steeds dunnere luchtbel. Maar blijkbaar hebben we ons daar allemaal in vergist. We zagen wel de splinter in de ogen van de banken, maar keken naast de immense balk in het eigen oog.
Het lijkt dan ook niet minder dan gepast om onze excuses aan te bieden aan de hele financiële sector, en daar wil ik gerust mee beginnen. In de eerste plaats aan Fortis en Dexia, die we met z’n allen om zeep hebben geholpen. Aan alle bedrijven die ik op de fles heb doen gaan. Alle mensen in de VS en daarbuiten die ik uit hun huizen heb gezet. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Het spijt me. Echt.
Toch nog even dit, mijnheer Parys: in uw opiniestuk valt u terug op de resultaten van een online test van De Standaard en Rabobank.be en een onderzoek van Argenta bij jongeren. Met andere woorden, u baseert zich voor uw conclusies op enkele honderden of duizenden mensen die tijd hadden om zich tijdens de werkuren of daarbuiten te vermijen met het invullen van een kwisje op het internet, en dit wellicht niet met de grootste ernst. Daar valt u me toch enigszins tegen, want echt representatief kunnen deze resultaten toch niet zijn? Of ligt dit aan het nieuwe zwartgele politieke plunje dat u sinds kort draagt, en aan het feit dat in deze middens de cijfers niet zonodig moeten kloppen, als de boodschap maar een beetje in hun kraam past? Al schopt u verdacht hard tegen de schenen van de modale Vlaem, in plaats van gewoon met de (grond)stroom mee te drijven. Toch nog wat werk aan de winkel dus. Only dead fish follow the stream, het credo van uw ex-ex-partijgenote Anouk De Ridder (of hoe heet ze ook weer?) mag dan al mooi klinken, toch is enig pragmatisme soms niet slecht, toch? Liever een dode, vette vis, dan een levende, magere, niet?
Maar goed, dit zijn slechts kanttekeningen, en wiskunde is blijkbaar gewoon uw sterkste kant niet. Feit is dat uw boodschap klaar en duidelijk is, en dat we voortaan, zoals u Alice Nahon zo mooi citeert, maar eens eerst in het eigen hert moeten kijken, nog even voor het slapengaan en voordat we allerlei loze beschuldigingen de wereld in sturen. Ik stel ook voor dat we met z'n allen cursussen automechaniek gaan volgen, zodat we, wanneer we een auto hebben gekocht, deze zelf ook eerst aan een grondig nazicht kunnen onderwerpen alvorens ermee op de baan te gaan. Zo voorkomen we dat er ergens een defect opduikt, wat we als gebruiker zelf hadden moeten zien.
Geachte heer Parys, ik kijk uit naar uw volgende columns, en wens u veel succes toe tijdens de moeder aller verkiezingen. U bent er duidelijk klaar voor.
Met vriendelijke groeten

vrijdag 13 december 2013

Over stilstaan en achteruitgaan

In september 2013 stond er in totaal meer dan 8000 kilometer file op de Belgische wegen. Dat is zo’n 2000 kilometer meer dan in dezelfde maand in 2012. Nooit bumperden de Belgen zoveel als dit (bijna voorbije) jaar, nooit stonden ze zo veel zij aan zij op de wegen rond Antwerpen en Brussel. Ook hier in 't dorp werden records verbroken, met op 14 november maar liefst 500 meter file tussen de kerk en het naftstation. Men spreekt er nu nog van.

Dat er ettelijke records sneuvelden, dat zeg overigens niet ik alleen, maar dat zeggen ook allerlei nieuwsberichten. En gevoelsmatig klopt dit ook: mensen die ik van nabij volg, kloegen het voorbije najaar meer dan ooit over files, aanschuiven en ongevallen. De tijd die zij onnuttig besteedden, steeg daardoor drastisch, tijd voor iets anders – als die er al was – slonk zienderogen. Dat er in allerlei media nooit meer aandacht werd geschonken aan de hoe’s, de waarom’s van en de oplossingen voor al deze transportperikelen, toont de precairiariteit (of zoiets) van de situatie nig wat meer aan.

Ikzelf bleef enigszins gespaard van auto- en fileleed. Die auto is inmiddels goed twee jaar de deur uit, en vervangen door fiets-bus-trein-autovaniemandanders. En op zich lukt dat wonderwel, dank u. Al heb ook ik onder de dichtslibbende wegen te lijden: mijn bus is ’s morgens niet altijd op tijd voor mijn trein, en ’s avonds niet altijd op tijd op mij op te pikken. Maar hoort u mij daarover klagen? Nee (zo luid vloek ik dan immers ook weer niet).

Vanuit mijn positie als (moreel superieure, uiteraard) niet-autobezitter kijk ik met grote ogen naar hoe er in ons dichtslibbende België, en vooral Vlaanderen, wordt omgegaan met het transportprobleem. Want die problemen, en de aandacht ervoor, dateren natuurlijk niet van vandaag, en al langer wordt er gezocht naar oplossingen “op lange termijn” zoals dat dan heet.



 
Maar het debat en het beleid op het gebied van mobiliteit tonen in ons immer tegendraadse en surrealistische landje een nooit geziene tegenstrijdigheid. Want hoe meer er door allerlei specia- en journalisten wordt verwezen naar de goede transportvoorbeelden uit allerlei buitenlanden, hoe meer er reportages worden gemaakt over Freiburg, Kopenhagen, Amsterdam, Nantes en noem maar op, hoe meer er gesproken wordt over carpoolen, fietssnelwegen, autodelen, thuiswerken, autovrije en autoluwe stadsdelen en dies meer, hoe meer gehandicapten aanklagen dat ze niet op een bus of een trein geraken, tenzij ze dat veertien dagen op voorhand met een achttienvoudig formulier aanvragen, des te meer lijkt er in dit land te worden geïnvesteerd in verbredingen van autoringen, het aanleggen van spits- en andere stroken, aanpassingen van allerlei rijwegen, des te meer worden stadscentra terug opengesteld voor de vierwieler, met extra parkings erbovenop, des te meer bedrijfswagens komen er in het verkeer en des te minder elektrische wagens, des te meer wordt er bespaard op busvervoer en des te trager rijden de treinen.

En ik weet het wel: er zijn aanpassingen nodig aan het wegennet, en net als u zie ik inderdaad steeds meer auto’s met een deuk in het plafond van die keer dat ze met lange nonkel Jef "in den otto" over onze wegen hotsten en botsten, en ook ik heb al eens op de achtbaansvakken rond Amsterdam gereden, waar het allemaal zo vlot lijkt te gaan.

Maar, om even op Amsterdam in te pikken, de investeringen daarvoor zijn inmiddels al wel enkele jaren geleden gedaan (naast allerlei park & rides rond de stad, met treinverbinding naar het centrum, overigens). Als wij die nu gaan doen (ja, ook jij, belastingbetaler zijnde), en met de verbreding van de ring lijken ze er effectief te komen, lopen of rijden we –letterlijk- nog maar eens twintig jaar achter. En wanneer wordt er een gelijkaardige hoeveelheid geld in bussen, treins, metro’s en trams gepompt? Ha nee, want die rijden leeg rond! Die honderdduizenden auto’s ook, mijnheer, op de bestuurder na. Maar dat is niet te vergelijken zeker?

Allerlei goede bedoelingen, dappere beleidsintenties en dure beloftes ten spijt is de auto nog steeds Keizer, Koning, Admiraal, want dat we hem almaar meer, voor kortere afstanden en op de meest bizarre moment gebruiken, is toch heel normaal? Het is de maatstaf waaraan alles wat met mobiliteit te maken heeft, wordt afgemeten, en als voor de auto alles in orde is, dan zullen we ook eens kijken naar bussen en treinen en zo. Maar het kan wel zijn dat daarvoor dan iets minder geld overschiet natuurlijk, en dat we wat moeten knippen in het aanbod… Ik ben de –tigste die het zegt, maar als het busaanbod verschraalt en nauwelijks aan de behoeften voldoet, zal het wel logisch zijn dat er (zogezegd) niemand gebruik van maakt zeker?

Over tien, twintig jaar, zal men over België spreken als dat ene, kleine landje dat dapper weerstand bood aan de nieuwe mobiliteit, zullen toeristen zich op allerlei bruggen verdringen om de laatste monsterfiles in Europa te aanschouwen en zullen we als één groot asfalten Bokrijk worden beschouwd. Mij om het even, zo lang ik er maar niet met de bus in sta.

woensdag 21 augustus 2013

Geen Belgen meer

“In die nationale ploeg, daar spelen toch bijna geen Belgen meer”, verkondigde iemand onlangs, temidden een groepje waar ik ook deel van uitmaakte. “Sire, il n’y a pas de Belges”. Jules Destrée zei het al, een hele tijd geleden.
 
Maar deze man had het duidelijk mis, want in de nationale ploeg voetballen alleen maar Belgen natuurlijk. Axel Witsel bijvoorbeeld, Belg met roots in Martinique. Mirallas: Belg met Spaans bloed. Chadli en Fellaini: Belgen met wortels in Marokko. Benteke, Lukaku en Kompany: Belgen van Congolese afkomst. Dembele: Belg met roots in Mali. En dan vergeet ik Bakkali, De Camargo en tal van anderen.
 
Allemaal Belgen dus. Hoogstwaarschijnlijk was het ook niet naar Jules Destrée dat de man wilde verwijzen met zijn uitspraak. Wat hij wellicht bedoelde, was dat er –volgens hem- weinig “echte” Belgen meer meespelen. Blanke Belgen, blanc-bleu-Belge, met namen als Vertonghen, Vermaelen, Simons, Mermans, Ceulemans, Vanderlinden en Vandenbergh. Jacky Peeters. De dappersten aller Galliërs, dat soort. Die “anderen”, daar voelde hij zich toch niet helemaal (of helemaal niet) mee verwant. “Den Scifo” vroeger, dat ging nog. Weber en Strupar, die spraken zo grappig! “Geloekkig” en zo, haha! Maar nu “ze” met zo veel zijn, amai, dat komt toch wel wat bedreigend over…
 
Een echte Belg, wat is dat eigenlijk? Is het niet stilaan hopeloos achterhaald om te denken in termen van echte en on-echte Belgen? Als je in wereldsteden als pakweg New York rondloopt, dan bekruipt je alleszins niet de drang om te achterhalen wie de “echte” Amerikaan nu eigenlijk is. Mensen van allerhande afkomst lopen er door elkaar. Niemand heeft de bovenhand, iedereen is Amerikaan. En ja, de VS zijn natuurlijk wel het typevoorbeeld van een mengelmoes van culturen, al zal de redneck op het Texaanse platteland daar misschien wel zijn mening over hebben. Dan toch liever de New Yorkse smeltkroes dan dat platteland.
 
Maar blijkbaar hebben sommige mensen daar nog steeds behoefte aan. Om op zoek te gaan naar “echte” Belgen. Echte Belgen (of is het criterium nog strikter en moet het gaan om Nederlandstalige Belgen?) die ze dan ook vaak iets hoger inschatten dan niet-echte Belgen. Ook al zijn ze in niets meer te onderscheiden van “ons” behalve in hun huidskleur. Dat grappige accent, dat is al lang weg.
 
Maar racisme, nee, dat bestaat niet. Of hoogstens bestaat het “wellicht wel”. En dan nog is het een relatief begrip. En hoe meer we erover praten, hoe meer we het in stand houden!... Gelukkig waren er afgelopen weekend de wijze woorden van mevrouw Liesbeth Homans om alles in een juist perspectief te plaatsen. Als Belgen met een andere afkomst of niet-Belgen racisme ondervinden (ik definieer racisme nog even: haat omwille van louter objectieve kenmerken als huidskleur, waar een mens dus niets aan kan doen), dan moeten ze allereerst niet komen schreien (“er is ook omgekeerd racisme”) of dan komt het omdat hij (steevast een hij) gewoon een crimineel is. En laten we vooral niet overdrijven: “jullie doen alsof het een gruwel is, een misdaad tegen de menselijkheid”. Allez, alsof we nog eens geen mensen meer mogen uitsluiten omdat ze een ander kleurtje hebben?! Waar zijn we dan nog mee bezig!? Mag een mens nog íets hebben in z’n leven misschien?!!
 
Eén miljoen Vlaams Blok-kiezers, die moet je verdienen. Dag in, dag uit.
 
Post scriptum: Is dit N-VA bashing? Moet iets negatiefs over niet-Belgen of Belgen met een vreemd afkomst dan maar onder de mat worden geveegd? Zijn alle Belgen (of beter nog, alle Vlamingen) racisten? Drie keer nee. Ten eerste: de woorden van la Homans staan zwart op wit, en daags na het verschijnen van het artikel verkondigde ze bovendien (trots) dat ze niet op haar uitspraken terugkwam. Ten tweede: problemen met mensen van vreemde afkomst mogen gerust worden aangekaart. Het Maghrebijns joch dat ik in de Mechelse binnenstad eens “hoer!” hoorde roepen tegen een meisje dat volgens hem te kortgerokt rondliep, is een voorbeeld van omgekeerd racisme dat helaas voorvalt in buurten met een grote concentratie van (kansarme) vreemdelingen. Maar de slinger is wel in de verkeerde richting doorgeslagen. Dat problemen met migratie mogen worden aangekaart, is geen vrijbrief om over te schakelen op gratuit racisme, en daarop komt het “aan de kaak stellen van problemen” wel al te vaak neer. En nee, niet elke Vlaming is een racist. Maar het komt wel nog al te vaak voor, meer dan we denken, en dat moet eruit.

woensdag 7 augustus 2013

Boek-delen

De zomer is er weer maar eens in geslaagd om tot over de helft te geraken zonder dat we het in de mot hadden, de vlinderteldag zit erop en de dagen lengen. Kortom, tijd om een tussenstand te maken van alle boeken die u deze zomer al hebt gelezen en wat u eigenlijk had willen lezen.

Want dat is de zomervakantie toch wel altijd, behalve de tijd dat u al instagrammend van terrasje naar terrasje moet hoppen: de tijd om die stapel boeken die u door het jaar heen hebt verzameld, weg te werken. Een goeie Aspe, Vijftig tinten grijs, Mankell of toch maar Saskia De Coster: in juli en augustus moeten ze eraan. Hopelijk toch. Desnoods legt u het werk na honderd pagina's weg onder het motto "Toch niets voor mij" of liever nog "Zijn/haar schrijfstijl staat me niet aan". Zo bent u er natuurlijk snel door.

Nu, een boek is zoals een ex-lief: de problemen beginnen als het uit is. Eenmaal je de laatste pagina hebt omgeslagen en je weet met welk moordwapen de butler het gedaan heeft of welke levenswijsheid het hoofdpersonage aan zijn of haar avontuur moest overhouden, belandt dit steevast ergens in een boekenrek, om er niet snel meer uit te komen. Logisch, waarom zou u er nog naar omkijken als u toch weet "how it all ends"? Maar zo neemt een boek dit niet op: zoals het u in dat rek de rug toekeert, heeft het toch iets triestig. Zij aan zij met, maar ook geperst tussen lotgenoten.

Vandaar, waarom laat u uw boeken niet eens wat vaker uit, haalt u ze niet eens een keer extra van stal? Een boek vraagt er, eenmaal door uzelf uitgelezen, immers om om te worden doorgegeven, liefst met uw eigen mening, uw bedenkingen en de vragen die u er aan overhoudt. Deel ze uit, smijt ze in het rond, maak lijstjes op het internet met uw eigen beoordeling! Zei Multatuli al dat hij gelezen wilde worden (ik ben echt kei-belezen!), dan vragen uw boeken het zeker. Loods uw volgende bezoek (dat kan lezen, welteverstaan) dus niet alleen zomaar voorbij die indrukwekkende boekenwand, maar laat hen ook kiezen uit uw privé-bibliotheek. En vraag op uw beurt ook aan bekenden of u de topexemplaren uit hun collectie eens mag bewonderen. Zoals ik vroeg aan een topcollega, die me vervolgens met een stapel Deunse en Zweudse leutereuteur door de vakantie loodste.

Als we toch steeds meer dingen met mekaar moeten gaan delen, dan kunnen we er maar beter meteen mee beginnen. Boeken lenen zich daar uitstekend toe. Ervaringen met boeken ook. U kunt uw omgeving geweldige momenten bezorgen en ontgoochelingen besparen, door die ene fantastische, euh, Aspe aan te prijzen en dat gedrocht van een werk af te raden. En u hebt achteraf iets om over te praten.

Zelf kan ik u helpen met een verkorte versie van Das Kapital van Marx, Identiteit van Paul Verhaeghe en "Het verdriet van Vlaanderen", maar ook met de Da Vinci Code, "De schaduw van de wind" en "Blinker en de bakfietsbioscoop". En nog vanalles ertussen. Kom gerust zelf eens een kijkje nemen. En laat me achteraf vooral weten wat u ervan vond.

Kapitaal: "My money back, please"

Staat u op het punt te beginnen aan het boek "Kapitaal" van John Lanchester? Misschien bent u hiernaartoe gegoogled om eens te lezen wat anderen ervan denken, voordat u er zelf in stort? Een wijze raad: doe het niet. Tenzij u alle andere boeken op aarde al hebt gelezen. Want het leven is te kort om slechte boeken te lezen. En dit. Is. Een. Slecht. Boek. Volgens mij althans. Maar daarover later meer.

De achterflap van het boek belooft nochtans veel goeds. Opdat u zich een beetje kunt inleven, schrijf ik hem deels over: "Wat van jou is, wordt van ons" - die onheilspellende mededeling ploft opeens op de deurmat van de huizen van de Zuid-Londense Pepys Road "..."Er verschijnen mysterieuze graffiti, auto's worden bekrast, op een website verschijnen dreigende filmpkes. Zullen de huizenprijzen eronder lijden? Zitten de moslims erachter, of de makelaars? Er ontstaat paniek, de bewoners komen in opstand en de autoriteiten staan voor een raadsel. Kapitaal is het briljante verhaal van een straat aan de vooravond van de crisis..." Etcetera. Hoera, een roman over gewone mensen, maar dan in het kader van de financiële crisis! Ik verheug me op een genadeloze analyse van het hele kapitalistische systeem, van het roekeloze gesjacher in de City, geillustreerd met schrijnende verhalen over hoe mensen in de armoede worden geduwd door hongerige geldwolven! Want u weet intussen, als u diegene bent die mijn blog leest: als het gaat om een kritische kijk op het kapitalisme, count me in!

Maar eerst gaan we nog even naar Pepys Road, zoals aangekondigd, waar we kennismaken met de oude Petunia, met winkelier Ahmed, met bankier Roger en zijn vrouw Arabella, met Poolse bouwvakker Zbigniew, parkeerwachter Quentina en met voetbalmakelaar Mike en zijn pupil Freddy. Die leven allemaal een vrij alledaags, Londens leventje, maar voor Lanchester is dit toch voldoende om hen en dat leven uitvoerig te beschrijven. Petunia die ziek wordt. Roger die naar zijn werk gaat. Zbigniew die krijgt af te rekenen met het fenomeen "de vrouw", Ahmed die problemen heeft met zijn broers en zijn moeder op bezoek krijgt uit het verre Pakistan, Quentina die verliefd wordt, voetballer Freddy die scoort... Alle verhalen spelen zich voor je ogen af, los van elkaar, maar telkens als je weer één van de korte passages hebt gelezen, denk je vooral: "Euh, ja... En??"

En dat hele "wat van jou is, wordt van ons"-gedoe, vraagt u zich intussen al een regel of ettelijk af? Goh ja, er belanden kaartjes in de bussen van de bewoners waarop ze, onder die onheilspellende slogan, een foto van hun eigen huis zien. En honderd pagina's later wordt er graffiti aangebracht op een huis. En nog eens honderd pagina's later worden er dode vogels in briefomslagen bezorgd... Alsof Lanchester zich bij het schrijven van tijd tot tijd voor het hoofd sloeg en dacht: "Juist, dàt was de rode draad in mijn verhaal!", om er vervolgens enkele regels aan te wijden.

Maar een algehele mobilisatie van de straat, mensen in paniek en diepgravende onderzoeken over deze pesterijen, daar moet ik hebben overheen gelezen. Tenzij de mensen in Zuid-Londen hun paniek vertolken door een kaartje op te nemen, te denken "hé, wat is dit?" en het vervolgens terug te leggen, dat kan natuurlijk ook. Ik ben nog nooit in Zuid-Londen geweest.

Inmiddels kabbelt het leven van de personages die u intussen allemaal zo goed kent verder. En ergens blijf je wachten tot alle verhaallijnen “Love actually”-gewijs (oei, is het “not done” om deze film als referentie te gebruiken?) naar elkaar toelopen en in elkaar overgaan, maar als de overlappingen na 400 pagina’s beperkt blijven tot Zbigniew die bij de Younts en in het huis van de inmiddels overleden Petunia (verklap ik nu te veel? Sorry!) werkt en Roger die toevallig onder de paraplu van moeder Kamal terechtkomt, dan weet je: dit wordt niks. Maar stoppen doe je dan natuurlijk ook niet meer.

En dan opeens is daar, als een bliksemflits bij een heldere Zuid-Londense hemel: De Plot, De Ontknoping. Geniaal! Onverwacht! Verrassend! Zeker omdat je tweehonderd pagina's moet terugbladeren om te weten te komen welke rol de dader nu ook alweer speelde in het hele verhaal. Een minuscule rol, zo blijkt. Geen grote protestbeweging tegen het kapitalisme. Geen moslimterrorisme. Niets.

"Kapitaal” is zijn geld niet waard. Had ik het niet cadeau gekregen (net daarom voelde ik me verplicht om het volledig uit te lezen) zou ik de veel te laat van ons ontnomen Margaret Thatcher (om binnen het kapitalisme te blijven) parafraseren met haar “I want my money back”. Al ligt het wellicht ook aan de erbarmelijke vertaling naar het Nederlands die de twee vertalers hebben afgeleverd. Dat het in het Hollands-Nederlands is, tot daaraan toe, maar kan je “not amused” niet net iets vlotter vertalen dan “niet geamuseerd”, en is "well, good luck with that” in het Nederlands echt “Wel, veel geluk daarmee”? En hebben ze daar boven de Moerdijk nu echt geen ander woord om iets negatiefs aan te duiden dan “beroerd”? Hij voelde zich beroerd. Zij zag er beroerd uit. Het resultaat was beroerd. Het weer was beroerd… Je werd er zelf na een tijdje… onpasselijk van. Nu ja, geen beter woord om de vertaling te beschrijven, dat is zeker.

Maar goed, wellicht ben ik gewoon te dom om alle ingenieuze verbanden te zien die Lanchester doorheen zijn verhaal weeft, om te zien hoe hij toch tussen de lijnen door een vlijmscherpe analyse van het hele systeem maakt en kritiek geeft, om zijn levenslessen te begrijpen. Het moet wel, waarom zou iemand anders dit boek anders omschrijven als een "grootse contemporaine roman", "magistraal" of "dé Engelse roman over deze tijd". Al is niet iedereen even enthousiast.

Nu, als u het boek alsnog in het Nederlands wil lezen, geef dan zeker een sein. U krijgt het gratis en voor niets, samen met een dode vogel en een postkaartje met de gevel van uw huis erop, toegestuurd!