donderdag 13 oktober 2016

Waarom de kuisvrouw Aicha heet (en de babe niet)

Afgelopen dinsdag had ik het geluk om nog net het einde van het programma "Jonas & Van Geel" mee te pikken, een talkshow (al heet dat tegenwoordig "late night show" zeker?), waarin - zoals het een talkshow betaamt - een mengelmoes aan gasten het op een gezellig keuvelen zet. Die gasten waren deze keer de genaamden Nathalie Meskens (wist u trouwens dat zij is afgevallen?), het ensemble K3 en de Engelse entertainer Robbie Williams. Het leek een amusante boel, en als afsluiter van het programma mocht de heer Williams nog een van zijn nummers ten berde brengen, daartoe in zijn beste Oxford English aangemaand door gastheer Van Geel.

Maar eerst, zei Van Geel, wilde hij nog wel een selfie nemen met zijn gasten, want een Robbie Williams en K3 krijg je niet elke dag over de vloer. En wat dachten de aanwezigen ervan als ze die selfie "a little bit" zouden "up spicen"? Uiteraard zei niemand "nee", en als was het afgesproken kwamen de "spices" van achter de coulissen aangewaaid. Een koddige tweeling in tutu die blijkbaar nog had deelgenomen aan de "Little big shots"-show van mevrouw Meskens, een levensgrote Pikachu, een paar schattige hondjes, drie babes in zeer weinig verhullende kledij en "laten we er de kuisvrouw ook bij roepen" Aicha de kuisvrouw. Waarop - volgens de VTM persdienst op Twitter - "de coolste selfie ooit" werd getrokken. Het moet zijn dat de woordenboeken daar stoppen bij de N, zodat ze nooit aan "overdrijving" zijn geraakt.

Het zag er een leuke boel uit, maar toch stelde ik me enkele vragen bij dit moment van geluk. Als ik meedeed aan clickbait-internethoererij, ik zou dit titelen als "tien (of minder) dingen die er mis waren aan de "coolste selfie ooit" van Jonas Van Geel", maar ik zal eraan weerstaan. Maar dus...

- Nathalie, Robbie, Marthe, Hanne en Klaasje: het was weer lekker "all white", daar op de sofa van de heer Van Geel. Het moet zijn dat Sven De Ridder ziek was, anders had hij dit clubje ongetwijfeld vervolledigd - het was immers een programma op de VTM. En blijkbaar moest er worden gewacht tot een selfie moest worden "upgespiced" vooraleer er iemand met een andere huidskleur in beeld mocht komen, en dat waren dan de olijke tweeling, Aicha de kuisvrouw (spreek uit "kûsvra") en nog een Aziatisch type waarvan ik niet meer precies weet wat hij deed. Zij mochten opdraven,  Niet dat het een tweede Terzake of De afspraak moet worden, maar misschien is er ook wel iemand van allochtone origine die iets leuks of boeiends te zeggen heeft in de talks? We suggereren maar iets. Zeker de toon waarop Aicha de kûsvra werd geroepen - "Kom Aicha, kom!" - ontlokte zowel aan mij als aan mijn eega een "Komaan, gast!"-reactie. Lekker denigrerend omgaan met de poetsvrouw, geweldig, en een stevig hart onder riem van alle poetsvrouwen- en mannen, of ze Aicha, Marc of Lien heten, die godverdomme het vuile werk voor ons opknappen en daarvoor verhoudingsgewijs nog karig worden beloond ook. Even checken op Twitter leerde echter dat voor de rest niemand onze verontwaardiging deelde, de linkse Twitterati keken blijkbaar naar iets anders of zaten in De Monk in Brussel te overleggen hoe ze de wereld zouden redden.

-Pikachu, een getalenteerde tweeling, hondjes ... een kuisvrouw. Wat hoort er niet in het rijtje thuis? Blijkbaar is iemand die haar beroep uitoefent evenzeer een curiosum als de eerste drie, en zeker als het een allochtone is! Was het een optie dat de kuisvrouw niet Aicha maar Sofie had geheten? Of Sylvia, of Wendy? Wellicht niet, wegens niet zo verdomd hilarisch grappig.

- Waarom hadden de babes een blanke huidskleur (makkelijk vast te stellen aangezien er heel wat huid zichtbaar was) en de kuisvrouw niet (helemaal)? Misschien waren er ook wel knappe allochtone dames die het zagen zitten om zich quasi volledig bloot te geven voor het plezier van enkele mannen (het moet gezegd, het was geen onaangenaam zicht)? Dan kon de kuisvrouw misschien blank zijn? Wellicht was ook dat nooit een optie.

- Waarom moesten daar überhaupt babes komen aanhuppelen, meisjes van amper 18 die zo ongeveer alles toonden op nationale televisie? Al sloot dit waarschijnlijk perfect aan bij de inhoud van de show. Ook al heb ik het niet gezien (ik keek naar Grey's Anatomy), het lijkt me weinig voordehandliggend dat de combinatie Robbie Williams-K3-Jonas Van Geel niet zou resulteren in het over en weer vliegen van lekker slinkse seksuele toespelingen tussen de jonge meidengroep en de even oude (als de drie samen) Engelse oud-Take That-er, daarin luid toegejuicht door de gastheer.

Maar goed. Als bij de voorbereiding van het programma niemand ooit de opmerking heeft gemaakt "dat dit er misschien wat over is", dan zal ik wel overgevoelig zijn, zeker? En zal deze linkse rakker weer aan het zagen zijn terwijl de kuisvrouw intussen waarschijnlijk onderdak geeft aan acht terroristen. Of zoiets. En mag een beetje bloot ook al niet meer? MOGEN WE NOG IETS HEBBEN MISSCHIENS? Latent racisme en expliciet seksime, eigenlijk is het allemaal maar bedoeld om te lachen, natuurlijk ...

donderdag 23 juni 2016

Zelfs al verliezen we tegen Hongarije of Wales: allez les Diables!

Nee, het was niet al te best tegen de Zweden. En slecht tegen Italië. En maar één helft goed tegen de Ieren. En ja, tegen de Hongaren moet het beter, anders vliegen we er uit. Maar we gaan naar de volgende ronde. Alles is nog mogelijk (zelfs meer dan mathematisch). Dat was ooit anders. En daarom zal ik hen blijven steunen. Zelfs als ze zondag met 3-0 verliezen. Al zal ik dan nog harder vloeken dan anders.

Supporteren voor de Rode Duivels, aanvankelijk was dat niet zo moeilijk. Mijn eerste bewuste herinneringen dateren van 1990, Italië, de Mundiale ("pintje halen, nootje kraken, goaltje maken bij de buren op de buis", zong Rocco Granata). Jan Ceulemans was er nog, Enzo Scifo was er al. We wonnen vlot van Zuid-Korea, van het gerenommeerde Uruguay, maar vlogen er dan uit door de Grootste Onrechtvaardigheid nummer 1, de goal van Platt (foto). Trauma 1.

Gaan we over naar 1994, in de VS. Orlando wordt nu geassocieerd met knallende gekken, maar was toen vooral de snikhete thuisbasis van onze nationale elf. En toneel van het Grootste Sportieve Orgasme ooit, de goal van Philippe Albert tegen Dollanders. Met dank ook aan Preud’homme voor een dozijn wereldsaves en aan Jan Wouters omdat hij om welke reden dan ook voor zijn rechterbeen koos om de bal te ontzetten (bekijk die beelden maar eens).

Maar waar hoogtes zijn, zijn laagtes. Een van die laagtes kwam al daags na de 1-0 tegen Nederland, toen de gerenommeerde balvirtuoos Saeed Al Owairan onze verdediging degradeerde tot een bende strobalen en ervoor zorgde dat we in de 1/8ste finales niet tegen Ierland moesten, maar tegen “den Duits”. Met ambetanteriken als Völler, Klinsmann, Matthaus. Echte Duitsers waren dat toen nog. Uiteraard verloren we, al lag dat achteraf gezien, vonden we allemaal aan die smeerlap (sorry) van een scheids Röthlisberger die als enige op deze planeet en omstreken niet zag dat Joske Weber binnen de elf meter werd pootje gelapt (foto). Grootste Onrechtvaardigheid nummer 2. Een nederlaag afschuiven op de scheids, het zijn die kleine dingen die het voor een voetbalfan draaglijk maken. Zoals ook in 2002, toen ene Peter Prendergast onze huidige gerenommeerde coach Marc Wilmots een geldig doelpunt ontzegde tegen Brazilië.

Wat is mijn punt? Tussen 1994 en 2002, en tussen 2002 en 2016, daartussen zit een hele tijd. Ik heb de Duivels niet alleen zien afgaan tegen Saoudi-Arabië, maar ik zag hen ook krasselen op het WK 1998 en een 0-0 tegen -opnieuw – Dollanders, na 90 minuten anti-voetbal, vieren alsof het WK al binnen was, waarna we gelijkspeelden tegen –opnieuw- Zuid-Korea en Mexico en onze koffers mochten pakken. Ik zag ons verliezen op ons eigen EK in 2000, tegen Italië en Turkije, waardoor we als eerste organiserend land ooit niet naar de tweede ronde gingen. Ik zag ons, na 2002, steeds opnieuw met goede moed aan een nieuwe kwalificatiecampagne beginnen, waarna we toch weer verloren tegen Armenië of Letland, of 0-0 gelijkspeelden tegen Kazachstan. Ik zag ons spelen met de “gouden driehoek” Wesley Sonck-Emile Mpenza-Thomas Buffel, kan je nagaan. We verloren met 1-2 tegen Spanje en hadden geweldig gespeeld. Daarna verloren we er met 5-0 tegen. We waren mathematisch zelden uitgeschakeld, en uiteindelijk toch altijd weer wel.

Dus mag het nu even? Mag ik blij zijn met een negen op negen in de groepsfase van een WK (2014), ook al was het voetbal ook toen niet je dat? En ja, tegen Argentinië hadden we uiteraard meer moeten doen, of Kompany minder, zo u wil. En nee, sindsdien hebben we amper vooruitgang geboekt. En ja, we hebben de meest getalenteerde generatie ooit. We zouden met twee vingers in de neus Europees kampioen moeten worden, of toch de finale halen. En misschien/wellicht gaan we dat niet doen, omdat we ergens onderweg struikelen over Hongarije, Wales of Kroatië. Ik zal dan geweldig vloeken, maar ook de volgende keer zal ik hen steunen, al is het tegen Letland, Azerbeidjan of Kazachstan. Waarom? Daarom. En ik hoop van u hetzelfde.


maandag 6 juni 2016

Over (-) bezorgd zijn

“Waarom zijn we zo overbezorgd geworden om onze kinderen?” luidde de vraag boven een artikel in De Morgen van enkele weken geleden. Ja, waarom eigenlijk, vroeg ik me af, ervan uitgaande dat ik een van die ouders was die het perfecte evenwicht had gevonden tussen loslaten en beschermen en dat het over “die anderen” ging. Toen de eerste regels van het artikel gingen over “Ouders die hun kind nergens naartoe laten gaan zonder gsm, een armband die waarschuwt wanneer het tijd is om je koter in te smeren met een laag sunblock factor 50” en ik reageerde met “Zot, factor 50 of wa?!! Ge moet wel minstens 50+ gebruiken hé!!”, wist ik dat ik officieel tot “die anderen” behoorde.

Even kaderen. Om den brode schreef ik recent een artikel over zonnecrèmes, voor kinderen nog wel. Een van de eerste elementen die ik las in de technische informatie die ik hiervoor kreeg, was dat een kind 80 % meer kans maakt op huidkanker als het vijf keer verbrand geraakt door de zon. Uiteraard wéét je dat er “80 % meer” staat, en dat het risico dus gaat van pakweg 2 % naar meer dan 3 %, maar in je hoofd blijft het “80 %”, zonder de “meer”. En nee, jij wil niet de ouder zijn die z’n kind voor 80 % zekerheid met huidkanker opzadelt.

Dus ik ben als een gek beginnen smeren. Telkens als de zon zich ook maar een beetje liet zien en onze dochter van twee wilde “buiten pejen”, floot ik haar terug voor een grondige smeerbeurt. Beentjes, armpjes, gezichtje … Oren niet vergeten! “Janne zanbak!”. Wacht! Nog - “JANNE ZANBAK!!”- niet klaar! Gelukkig laat ze het uiteindelijk vrij vlot gebeuren, omdat papa telkens ook onder een laag factor 50+ mag worden gestopt. Maar bij deze al op voorhand mijn excuses aan de medevakantiegangers: het is niet om jullie een schuldgevoel te geven, maar ik zal smeren tot mijn armen er af vallen!

U kunt zich de paniek al voorstellen toen bleek dat een fietstochtje van een paar minuten op een zeer zonnige dag, van het zwembad naar huis (en geen zonnecrème bij) genoeg bleek om haar voetjes een al te rode tint te geven. Lap, al 16 % kans op huidkanker en opgezadeld met een “failed parent”- stempel. Een veroordeling voor kinderverwaarlozing was slechts een kwestie van tijd. Dat het kind, telkens als we de pijn een beetje wilden verzachten met zalf, een dramatische “Aw, mijn voetjes!” uitstootte, maakte het schuldgevoel niet bepaald kleiner. Ze kent al veel woordjes, maar het woord “compassie” duidelijk nog niet.

Talrijk zijn ze wellicht, en uiteraard komen ze ook aan bod in het eerder vernoemde artikel: zij die meewarig het hoofd schudden bij zoveel “gepamper” en vervolgens over vroeger beginnen. Toen je als kind ’s morgens vertrok en pas ’s avonds, zo goed als verkoold, met amper nog kleren om het lijf en met hier en daar een gebroken ledemaat,  terug thuis kwam en amper iemand die het opmerkte. De schouders uit de kom werden vakkundig rechtgezet en hup, vooruit met de geit! Je fietste 20 kilometer, zónder fietshelm en ademde intussen de zuivere lucht van pesti- en andere ciden, zwavel en mest à volonté in. Bio? Dat was voor homo’s! Al bestonden die toendertijd nog niet, uiteraard. Tegenwoordig hé, tegenwoordig worden àlle kinderen opgevoed tot slappelingen!

Schone tijden, dat zeker. Maar tijden veranderen. Als ik vandaag voor bio kies, is dat dan gepamper of is dat dan een keuze voor minder troep in dat kleine lijfje? En die fietshelm is inmiddels helaas een must om de kroost te wapenen tegen die honderdvijftig miljoen bedrijfwagens  die de karrenpaden van weleer hebben ingenomen. En ja, we smeren factor 50+. Maar ik pas voorlopig, of ik probeer toch te passen, voor de rol van cirkelende “drone-ouder” die z'n nageslacht, gebruik makend van allerlei trackingtoestanden, smartphones en webcams, volgt op elke centimeter die hij of zij beweegt. Dochterlief mag al eens uit het zicht verdwijnen, zonder paniekaanvallen dat ze op straat zal worden omvergereden. Ooit zal ze alleen over die straat naar school moeten, naar de jeugdbeweging om daar haar kleren vuil te maken en ledematen te breken. Naar een fuif, om later thuis te komen dan afgesproken, zonder te verwittigen. We zullen het laten gebeuren. Maar met een heel klein hartje, uiteraard. Net als al “die anderen”.

vrijdag 8 januari 2016

Met de P van Probleem

Geregeld fiets ik mijn dochter van bijna twee naar haar creche. Onderweg kijkt ze als een bijna-tweejarige naar de wereld en ik kijk mee. Auto! Veel auto’s! Een grote vrachtwagen! Mevrouw op de fiets! Hondje, poesje, vogel, nog vogel. Schaapje! Paardjes! Blikjes langs de weg. Kortom, altijd wat te zien en heel wat (fijn) stof om over te discussiëren.  

Onze route van iets meer dan een kilometer leidt ons ook voorbij twee grote billboards, een tegen de gevel van een huis en eentje vrijstaand langs de waterkant. Allerlei moois passeert er de revue: die bedriegers van Seats & Sofas, Bokrijk, Brabantia, Dag Allemaal… Maar sinds enkele weken worden we twee maal begroet door de nauwelijks in textiel verhulde derrière, naar ons gericht, van een ons onbekende dame. Dit beeld is vergezeld van de tekst “Een keer per maand is genoeg” en blijkt reclame voor het mannenblad-van-vele-oorlogen P-magazine.

Als mijn dochter en ik deze billboards voorbijrijden, is het gesprek al meermaals – zeker in het begin – gestokt. Ik heb haar al verschillende keren naar het beeld zien kijken en was al blij dat ze niet “mama” wees, zoals ze doorgaans doet bij elke dame die ze eender waar ziet, maar vraag me toch af wat er in haar bijna-tweejarige hoofdje omgaat bij het zien van deze foto. Als het kind nog een beetje ouder is en echt begint te praten en vragen te stellen, hoe moet ik haar dan uitleggen dat die dame daar staat om… tja, waarom eigenlijk? Om een blad aan te prijzen dat, na veel zoeken en tasten en pogingen tot reanimatie door onder meer de betreurde Patrick De Witte, die er een “fatsoenlijk” blad van wilde maken, zich toch maar heeft teruggeplooid op de oude waarden van vrouwelijk bloot en schoon, daarom? Maar moet dat vrouwelijk bloot en schoon dan op een poster van 7 op 5 langs de openbare weg hangen?

Opeens vraag je je af hoe ver we dan eigenlijk staan als samenleving, als we zo'n beelden van vrouwen (letterlijk) ophangen. Dit terwijl seksisme, discriminatie van vrouwen of van andersgeaarden, geweld soms, al enkele jaren weer helemaal terug zijn of lijken, vaak ook door sociale media. Femme de la rue, #wijoverdrijvenniet…  De rimpelingen van deze, op het moment zelf vaak kolossale, stenen in de kikkerpoel zijn al lang weer weg, en alles, of toch veel bleef bij het oude. Danira Boukhriss Terkessidis wordt onder het goedkeurend oog van tv-kijkend Vlaanderen geofferd op het altaar van de seksistische mop, moet zich nog bijna verontschuldigen omdat ze te slim was en wordt publiekelijk geschandpaald op twitter en hln.be. Intussen wordt Donald Trump bij elke vrouwonvriendelijke opmerking die hij maakt hoger op het schild geheven door Amerikanen die al lang de weg kwijt zijn en dan maar meteen enkele eeuwen terug in de tijd gingen, en worden vrouwen in Keulen, Hamburg, Frankfurt, maar ook op zoveel andere plaatsen, bepoteld, beschimpt, betast en verkracht.

En neen, nein, no, non, ik zeg nergens dat het onze eigen schuld is dat "onze" vrouwen worden aangerand, omdat er hier langs wegen en waterlopen enkele affiches staan met veel bloot. Je blijft van hen af, punt, zoals intussen al zo vaak gezegd. Zelfs als ze in een P-outfit naast u staan aan de toog van café De Sportvriend, is dat nog steeds geen uitnodiging tot eender wat. De daders van de aanrandingen in Keulen, maar ook van aanrandingen overal elders, blank, zwart, Noord-Afrikaans, Syrisch of niet, verdienen een waardige straf (we bedenken wel iets) en het maatschappelijk debat moet worden gevoerd. Maar kan dat wel écht als we het daarnaast nog steeds oké vinden dat dames in onze maatschappij als fijne vleeswaren worden getoond?

dinsdag 11 augustus 2015

Ode aan Teletekst: waarom pagina 504 (nog even) niet kan worden gemist

Laten we over koetjes, voetbal en de lotto praten. Of toch over voetbal. Sinds enkele weken is de Jupiler Pro League, ook wel bekend als onze vaderlandse voetbalcompetitie, opnieuw op gang gefloten, zoals dat dan heet in voetbaltermen. Week na week verbazen toppers als Jovan Kostovski, Jarno Molenberghs, Rob Schoofs en Goh Bi Cyriac ons wederom met balkunsten die Premier League-sterren enkel op de Playstation durven en kunnen we ons vergapen aan topaffiches als Moeskroen-Waasland-Beveren en STVV-Zulte-Waregem.

Al van kindsbeen af volg ik de voetbalavonturen op de Belgische velden op de voet. Ik was 10, 11 of 12 of zoiets en RWDM, Eendracht Aalst, Harelbeke en Lommel speelden nog (soms) in eerste klasse. Het internet was een verre, boze droom, dus was ik aangewezen op het medium "radio" (zo iets met knoppen en een antenne) voor de uitslagen. Helaas waren de uitslagen van de zaterdagavondmatchen er pas om 22 uur, een tijdstip waarop een (relatief) kleine pagadder als ik destijds al onder zeil moest zijn, en duurde het tot zondagochtend voordat ik kon horen over de doelpunten van Patrick Goots of Remco Torken, de fratsen van Florian Urban en Stijn Vreven en de reddingen van Danny Verlinden. Het nieuws van 8 uur kon ik nog net meepikken voordat we naar de “halfnegenmis” moesten vertrekken. Ontelbare keren heb ik Johan Janssens tot spoed aangezet omdat hij maar bleef doorlullen over oorlogen en schandalen, terwijl hij gewoon over moest gaan tot de belangrijkste bijzaak ter wereld. De meest verlossende woorden die ik op zondag hoorde, waren dan ook, veeleer dan het woord van de Heer, “In de eerste klasse van het voetbal heeft..." .

Later bleek er zoiets te bestaan als Teletekst, een zwart scherm dat achter de televisie zat verborgen en waar heel wat saai nieuws op te lezen stond, maar vooral: waar de voetbalstanden live werden bijgehouden. Opeens moest ik geen nacht meer niet-slapen om te weten wat de Malinwa had gedaan, maar kon ik het scoreverloop gewoon op de voet volgen, op pagina 504, met doelpuntenmakers en al! Joris Van Hout, Joao Elias, Steven Ribus: het dodelijke drietal van de KV! En vrijwel meteen na de match kon je al een wedstrijdverslag lezen, op pagina 507, 508, 509 of nog verder. De stand? 505! Topschutters? 506 uiteraard! Van topwedstrijden of wedstrijden op vrijdagavond kon je zelfs al de opstelling vooraf en de wissels en soms zelfs een verslag minuut-per-minuut lezen. Echt tv-kijken was er al lang niet meer bij, het was wachten op die paar minuten tussen De Kampioenen en het daaropvolgende programma om snel de tussenstanden te checken. Van VTM was er geen sprake thuis, reclameblokken werden node gemist. Toen pagina 599, die ervoor zorgde dat de tussenstanden afwisselend werden getoond in een klein balkje rechtsboven het scherm, werd ontdekt was het helemaal "foutu".

Zelfs toen het internet de boel ging domineren, en je je via honderdvijftigduizend sportsites kon laten bestoken met sms’en telkens er werd gescoord, niet werd gescoord, rood of geel of paars werd gegeven en een blote vent het veld opcrosste, bleef ik zweren bij den TT. Ietsje minder fanatiek misschien, want de zaterdagavonden geraakten ook wel eens gevuld, maar bij thuiskomst was de eerste taak, in zoverre de eventueel benevelde toestand dit toeliet, toch altijd het raadplegen van pagina 504.

Maar dit seizoen was er iets veranderd. Van de openingsmatch waren er geen opstellingen vooraf te lezen, enkel de score en een zuinig verslagje achteraf. De andere matchen kregen zelfs het verslagje niet meer. Ach ja, het is zomer, dacht ik aanvankelijk, de Sporza-mannen liggen nog op de stranden van Lloret de Mar. Maar ook speeldag twee kreeg een minimale hoeveelheid aan Teletekst-aandacht, en ik stuurde ongerust een tweet naar @sporza. Het antwoord was kort (zo gaat dat op den Twitter), maar duidelijk: enkel nog verslagen van topmatchen en de livescores op TT.

Mijn opstandigheidsklier schoot uiteraard meteen in actie! Teletekst, een medium in de fleur van zijn leven, zomaar afbouwen? Het zal wel weer liggen aan de besparingen van onze rechtse regeringen! Hoe moet het nu verder?! Moeten er eerst doden vallen voor deze onrechtvaardige, koude, meedogenloze beslissing zou worden teruggedraaid?! Een sociale media-rel drong zich op! #jesuisTT, #weareTT! We zouden allemaal Teletekst zijn, zoals we al zoveel waren geweest.

Maar vreemd genoeg waren de reacties in mijn omgeving veeleer lauw. Ofwel werd het Belgische voetbal amper gevolgd en kende men er niets van (doorgaans waren dit supporters van Anderlecht), ofwel kon de teloorgang van de teletekst mijn gehoor slechts matig boeien. Pagina 504 deed maar weinig bellen rinkelen. “Teletekst, bestaat dat nog?” was misschien nog de meest gehoorde reactie.

Zou het daadwerkelijk? Is de rol van TT dan toch stilaan uitgespeeld? Hebben de voetbalfans de pagina’s 500 en volgende ingeruild voor de websites en de bijbehorende sms’en? Het lijkt er verdraaid veel op. En het is gebeurd zonder dat ik er erg in had.

The times, they are a changin zeker? Ooit zal ik teletekst moeten loslaten. Mentaal kan het verwerkingsproces al beginnen. Maar tot die tijd zal sporza.be geen extra klant aan mij hebben, op zaterdagavond. Ik blijf trouw aan pagina 504, tot het laatste fluitsignaal.

donderdag 26 februari 2015

Veggie zonder vrees

Arme Alexia Leysen. Hoe vaak zou ze dezer dagen, wanneer ze haar Facebookpagina of haar mailbox opent, niet worden aangesproken met "vegiterroriste" of worden bestempeld als nagel aan de doodskist van onze traditionele, vleesminnende eetcultuur, van op een anoniem profiel of door stoofvlees4ever@hotmail.com? Want de kant is groot dat dat gebeurt. De reden? Alexia is de initiatiefneemster van Dagen zonder vlees.

Wat voorafging: enkele jaren geleden had juffrouw Leysen het idee om een eigentijdse invulling te geven aan de vasten, de veertigdagentijd voor Pasen. Ze wilde een verstervingske doen, zoals dat vroeger heette, en kwam uit bij minder vlees eten. Omwille van de impact die de productie ervajn heeft op ons klimaat. Vanuit een zekere bezorgdheid over de toekomst dus.


Inmiddels zijn we ettelijke jaren verder en is Dagen zonder vlees uitgegroeid tot een echte traditie, een landelijke actie waar BV's en meer dan 40 000 gewone stervelingen zich achter scharen en die een niet aflatende stroom aan vegetarische recepten in onze mailboxen teweegbrengt. Zelfs slagers zijn niet massaal hun vleesmessen wat extra aan het bijslijpen om Alexia IS-gewijs te kielhalen, maar pleiten -althans sommigen- voor minder, maar beter vlees.

Kortom, iedereen tevreden.Toch?

Toch niet.
Blijkbaar is het succes van de actie en de grote media-aandacht die ze krijgt voor sommigen een signaal om zich net af te zetten tegen het hele concept en het tegenovergestelde te doen. Om niet het vlees even en slechts gedeeltelijk achterwege te laten, maar om net extra kilo's spek te laten aanrukken. In die tegenbeweging zijn meerdere groepen te ontwaren. Je hebt enerzijds de klassieke "haters", mannen van 40 en vrouwen tussen de 60 en de 70 die zich verplaatsen in SUV's en dagelijks meerdere kikkers en konijntjes onder hun wielen pletten en gewoon overal "tegen" zijn. Mocht er om de een of andere reden een actie voor een goed doel worden opgezet met een compleet tegenovergestelde opzet, namelijk "dagen met zo veel mogelijk vlees", waarbij de ondergrens ligt op twee sappige koteletten of drie nog van het bloed druipende zwarte pensen per dag, dan zouden zij zich wellicht met graagte veertig dagen tegoed doen aan sla, radijsjes en rammenas. 

Maar daarnaast is er ook een groep die niet per se anti-alles is, maar die zich toch enigszins bedreigd voelt door de actie. Die vindt dat een bepaald soort gedrag wordt opgelegd, dat "geitenwollensokken hen weeral aan het betuttelen zijn" en "dat ze toch zelf wel bepalen wat ze eten of niet zeker". Ze voelen zich geschaad in hun privacy en gaan zich groeperen in Facebook-groepen. Als er een iemand van die "geitenwollensokken" in al zijn enthousiasme misschien een ietsje te ver gaat en ook nog eens Vlaams icoon Jerre Meus op de korrel neemt, is dit natuurlijk koren op hun ... euh, vleesmolen.
En natuurlijk zijn er ook weer degene die het nut van de actie in vraag stellen, en vinden dat de deelnemers aan de actie maar meteen alle klimaat-verantwoordelijkheid op hun frele, tengere want vleesloze schouders moeten dragen. Men begint zich af te vragen waarmee de kranten werden gevuld in jaren-zonder-dagen-zonder-vlees.

Hoeveel eer al die aandacht voor de actie ook is, het is bijzonder jammer dat ook Dagen zonder vlees aanleiding geeft tot polarisering, tot links versus rechts, iets wat vandaag de dag blijkbaar een "must" is. Altijd moet er debat zijn tussen voor en tegen, wat dan uiteindelijk per definitie escaleert in de krochten van Facebook en andere Twitters. 

Het is vooral bijzonder jammer omdat Dagen zonder vlees net helemaal niets oplegt, volledig vrijblijvend is en u dus nog altijd volledig zelf kunt bepalen wat er op uw bord komt. Het gaat om een beetje bewustwording, nadenken over wat we eten, maar zonder verplichting. Wie meedoet en één dag minder vlees eet, prima. Wie meedoet en veertig dagen enkel zeewier eet ... ik zou toch oppassen daarmee. U kunt zelfs lichtjes frauderen, bolletjes groen kleuren als u toch stiekem uw vinger hebt gestoken in het verse gehakt. Niemand zal u erop aanspreken. Zo vrijblijvend is het. Kunnen we dus even alles vergeten en verdergaan onder het motto "eten en laten eten"? En laat het stoofvlees zeker smaken, zondag!

dinsdag 2 december 2014

Solidair, maar met wie eigenlijk?

"Wegens de mogelijke black-out in ons omringende gemeenten, zal onze gemeente dit jaar geen kerstverlichting hangen langs de straten". Deze mededeling, min of meer, stond onlangs te lezen in het infoblad van onze gemeente, die zelf gespaard zal blijven van zwartheid dankzij de aanwezigheid van belangrijke industrie.

Geen kerstverlichting dus, om onze buren een zwarte kerstmis te voorkomen. Schoon toch? Kunnen de begrippen solidariteit en naastenliefde beter worden geïllustreerd, in deze periode, dan op deze manier? En uiteraard ben ik voor het besparen van energie. Sinds jaar en dag doe ik er alles aan om het eigen verbruik te beperken, buren of vrienden die erom vragen hier en daar een tip te geven en -vooral- mensen die er niet om vragen zoveel mogelijk gerust te laten, ook al is de verleiding vaak groot.

Met de campagne OffOn is nu ook de overheid op de kar van de energiebesparing gesprongen. Niet droogtrommelen of strijken tijdens de piekuren, en de eenpansgerechten zijn intussen legendarisch. Toch is het een beetje cynisch dat er blijkbaar enkel moet worden bespaard als het echt niet anders kan. Terwijl een dergelijke campagne al veel langer nodig was, tegen minder tastbare maar veel ingrijpendere gevolgen, op langere termijn.

Bovendien vraag ik me af met wie ik eigenlijk solidair ben, als ik mijn gedrag zou aanpassen en mijn gemeente de kerstverlichting zou doven. Met de buurgemeenten, of toch vooral met de regeringen van de voorbije 15 jaar en de nucleaire lobby? De regeringen, die om ter meest verwarring zaaiden over al dan niet uitstappen uit kernenergie, om zo alle mogelijke investeringen in alternatieve energiebronnen te ontmoedigen. De nucleaire lobby, die haar miljarden euro's winst nooit heeft geïnvesteerd in een verbetering van hun infrastructuur en nu, nu ze niet meer onder herstellingen uit kan, opnieuw komt aankloppen bij de overheid voor nog wat extra subsidie.

Maar worden zij, degene die deze black-out hebben mogelijk gemaakt, verantwoordelijk gesteld? Nee, nu de situatie echt precair wordt en de overheid en de energiesector hebben gefaald, nu worden inspanningen verwacht van ons, de burger met de kook, de was en de plas. Minder verbruiken, kerstverlichting uit. Als het effectief tot een black-out komt, zal het onze schuld en onze verantwoordelijkheid zijn. Maar goed, tegenwoordig ziet niemand er blijkbaar graten in om, bij gebrek aan beleid of enige visie de schuld te schuiven in de kleinste schoenen.

Ik zal geen kerstlamp minder laten branden, en ik hoop van u hetzelde (maar als u energie wilt besparen, houd u vooral niet in).

dinsdag 21 januari 2014

Waan

Jaaroverzichten zijn zelden saai (zelfs niet in uitgesteld relais). Vaak zijn ze zelfs erg leerzaam. Ze leren hoe je omgeving, je land, je wereld in de voorbije 365 dagen is veranderd. Of hoe er net niets is veranderd. Ze leren je wie er hot was en wie not was, wat leuk was en wat minder leuk.

Maar in de eerste plaats leren ze je hoe vluchtig alles is. Hoe het grote nieuws van de ene dag in het volgende etmaal al helemaal naar het achterplan is verwezen. De collectieve angst, verontwaardiging, vreugde of ontroering van de ene dag maken de volgende alweer plaats voor andere angst, verontwaardiging, vreugde of ontroering.
2013 was een vrij bewogen jaar, en stond in het teken van afscheid. Met in de eerste plaats Astrid die John gedag zegde en Jan Becaus die het voor bekeken hield, naast enkele onbelangrijkere machtswissels zoals daar zijn aan het Belgische en Nederlandse koningshuis en in het Vaticaan. Hugo Chavez stapte over naar de eeuwige olievelden en Dora Van der Groen mogelijks ook, al lopen de meningen daarover nog uiteen.
2013 stond helaas ook bol van rampen, schandalen, misdaden tegen de mensheid. In Bangladesh vonden meer dan 1000 mensen de dood toen de kledingfabriek waar ze aan het werk waren, instortte. Vooral doordat, toen het gebouw in al zijn voegen was beginnen kraken, hen de toegang naar buiten was geweigerd door bewakingsdiensten.


De verontwaardiging was groot. Dit nooit meer! Het zouden de laatste slachtoffers zijn die vielen voor onze goedkope kleding! Voortaan zouden we als consument aandacht hebben voor de oorsprong ervan, en de fabrikanten buitelden over elkaar heen om aan te kondigen hoe ze de werkomstandigheden in hun fabrieken zouden verbeteren, of om te vertellen hoe ze hun arbeiders nu al als pasja’s in de watten legden.
Inmiddels zijn het alweer solden, en kopen we terug lustig truien, t-shirts, broeken en sjaaltjes tegen “democratische” prijzen. Gezien het leed dat er elders voor wordt geleden, is er echter weinig democratisch aan.
In Syrië stierven honderden mannen, vrouwen en kinderen bij een gasaanval door het Assad-regime. Ook hier was de conclusie eensluidend. Dit nooit meer! Deze daad van agressie verdiende een passend antwoord, gaf wereldleider na wereldleider aan. Maar toen Rusland en China bleven dwarsliggen en Obama zijn publieke opinie niet meekreeg, kroop iedereen terug achter de eigen landsgrenzen om zich bezig te houden met wat écht belangrijk is… it’s the economy, stupid!
Intussen is er dan wel een team van de VN aan de slag om het gifgasarsenaal van Assad weg te werken, maar toch sterven er nog wekelijks honderden mensen in Syrië.
In eigen land was de verontwaardiging over de dood van Jonathan Jacob onmetelijk. Inmiddels zijn we bijna een jaar verder, en lijkt het onwaarschijnlijk dat er ooit iemand schuldig zal worden bevonden voor deze moord. Noch de "bottinekes" Hollywood of Vegas, noch de mensen die op hoger niveau de beslissingen namen.  De zaak was al lang vergeten, als Tom Lanoye er voor De Standaard geen fantastisch kerstessay over had geschreven. En dan nog. Tom Lanoye is een linkse homo, en De Standaard een kwaliteitskrant. Te negeren, dus.
Bangladesh, Syrië, Jonathan Jacob… we zijn er als de kippen bij om onze afschuw voor de gang van zaken uit te… Hé, een kandidate voor Miss België weet niet wanneer de eerste wereldoorlog begon! Lachen! Yolo!
Steeds weer en steeds sneller wordt de ene “waan van de dag” opgevolgd door de andere. Iets wat vandaag de gemoederen verhit en de debatten beheerst, is morgen een stuk van drie of vier lijntjes.
Laat dat misschien een voornemen zijn voor 2014. Dat we morgen eens terugdenken aan wat ons gisteren kwaad of moedeloos maakte. En dat we niet zomaar meesurfen op onophoudelijk aanrollende golven van emoties, maar dat we van een kalme zee al eens gebruik durven maken om achterom te kijken, en terug te denken aan het stormweer dat intussen is gaan liggen. Om te zien of er nu eigenlijk iets veranderd is, of helemaal niet.

donderdag 19 december 2013

Geachte heer Parys, beste Lorin,

Ik schrijf u naar aanleiding van uw meest recente opiniestuk in de economie-katern van De Standaard, waar u tweewekelijks de kans krijgt om uw bespiegelingen omtrent het economische en financiële reilen en zeilen te delen.

Deze laatste bijdrage heeft me immers enigszins verward achtergelaten. Wat u in deze tekst betoogt, en ik probeer een korte samenvatting te geven zonder uw woorden al te zeer te verdraaien, mijnheer Parys, is dat de financiële en economische crisis, waarmee we intussen al ruim vijf jaar te maken hebben, niet zozeer is veroorzaakt door de banken, maar dat we die crisis enkel en alleen aan onszelf te wijten hebben. Aan onszelf en aan onze financiële ongeletterdheid. Wij, de burgers-spaarders, hadden maar beter moeten begrijpen hoe die mastodonten van de financiële kosmos functioneren, en hadden hen dan tijdig een halt moeten toeroepen! Wij zijn te dom, te goedgelovig en te naief geweest, en vooral te veel op geld belust, terwijl de banken eigenlijk liefdadigheidsinstellingen zijn, die zich door onze drang naar meermeermeer in een richting hebben laten duwen die ze helemaal niet wilden! Minderwaardige kredieten, allerlei schimmige beleggingen, roekeloze investeringen... het was allemaal op onze vraag dat deze werden aangegaan. En tja, toen de hele machinerie in gang was gezet, was ze nog moeilijk te stoppen. En als er iemand stokken in de wielen had moeten steken, dan waren wij het wel. Maar dat hebben we dus nagelaten.
 
Is dat zo ongeveer wat u wilde zeggen, mijnheer Parys?
 
Ik schrok er wel wat van, want ik dacht dat intussen toch algemeen werd aangenomen dat de oorzaak van de crisis lag bij de ongebreidelde goklust van de banken, de ontoelaatbare risico’s die steeds weer werden genomen met geld van kleine spaarders zoals u en ik en van de bedrijven om de hoek, de exuberante drang om een steeds groter luchtkasteel te bouwen op een steeds dunnere luchtbel. Maar blijkbaar hebben we ons daar allemaal in vergist. We zagen wel de splinter in de ogen van de banken, maar keken naast de immense balk in het eigen oog.
Het lijkt dan ook niet minder dan gepast om onze excuses aan te bieden aan de hele financiële sector, en daar wil ik gerust mee beginnen. In de eerste plaats aan Fortis en Dexia, die we met z’n allen om zeep hebben geholpen. Aan alle bedrijven die ik op de fles heb doen gaan. Alle mensen in de VS en daarbuiten die ik uit hun huizen heb gezet. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Het spijt me. Echt.
Toch nog even dit, mijnheer Parys: in uw opiniestuk valt u terug op de resultaten van een online test van De Standaard en Rabobank.be en een onderzoek van Argenta bij jongeren. Met andere woorden, u baseert zich voor uw conclusies op enkele honderden of duizenden mensen die tijd hadden om zich tijdens de werkuren of daarbuiten te vermijen met het invullen van een kwisje op het internet, en dit wellicht niet met de grootste ernst. Daar valt u me toch enigszins tegen, want echt representatief kunnen deze resultaten toch niet zijn? Of ligt dit aan het nieuwe zwartgele politieke plunje dat u sinds kort draagt, en aan het feit dat in deze middens de cijfers niet zonodig moeten kloppen, als de boodschap maar een beetje in hun kraam past? Al schopt u verdacht hard tegen de schenen van de modale Vlaem, in plaats van gewoon met de (grond)stroom mee te drijven. Toch nog wat werk aan de winkel dus. Only dead fish follow the stream, het credo van uw ex-ex-partijgenote Anouk De Ridder (of hoe heet ze ook weer?) mag dan al mooi klinken, toch is enig pragmatisme soms niet slecht, toch? Liever een dode, vette vis, dan een levende, magere, niet?
Maar goed, dit zijn slechts kanttekeningen, en wiskunde is blijkbaar gewoon uw sterkste kant niet. Feit is dat uw boodschap klaar en duidelijk is, en dat we voortaan, zoals u Alice Nahon zo mooi citeert, maar eens eerst in het eigen hert moeten kijken, nog even voor het slapengaan en voordat we allerlei loze beschuldigingen de wereld in sturen. Ik stel ook voor dat we met z'n allen cursussen automechaniek gaan volgen, zodat we, wanneer we een auto hebben gekocht, deze zelf ook eerst aan een grondig nazicht kunnen onderwerpen alvorens ermee op de baan te gaan. Zo voorkomen we dat er ergens een defect opduikt, wat we als gebruiker zelf hadden moeten zien.
Geachte heer Parys, ik kijk uit naar uw volgende columns, en wens u veel succes toe tijdens de moeder aller verkiezingen. U bent er duidelijk klaar voor.
Met vriendelijke groeten

vrijdag 13 december 2013

Over stilstaan en achteruitgaan

In september 2013 stond er in totaal meer dan 8000 kilometer file op de Belgische wegen. Dat is zo’n 2000 kilometer meer dan in dezelfde maand in 2012. Nooit bumperden de Belgen zoveel als dit (bijna voorbije) jaar, nooit stonden ze zo veel zij aan zij op de wegen rond Antwerpen en Brussel. Ook hier in 't dorp werden records verbroken, met op 14 november maar liefst 500 meter file tussen de kerk en het naftstation. Men spreekt er nu nog van.

Dat er ettelijke records sneuvelden, dat zeg overigens niet ik alleen, maar dat zeggen ook allerlei nieuwsberichten. En gevoelsmatig klopt dit ook: mensen die ik van nabij volg, kloegen het voorbije najaar meer dan ooit over files, aanschuiven en ongevallen. De tijd die zij onnuttig besteedden, steeg daardoor drastisch, tijd voor iets anders – als die er al was – slonk zienderogen. Dat er in allerlei media nooit meer aandacht werd geschonken aan de hoe’s, de waarom’s van en de oplossingen voor al deze transportperikelen, toont de precairiariteit (of zoiets) van de situatie nig wat meer aan.

Ikzelf bleef enigszins gespaard van auto- en fileleed. Die auto is inmiddels goed twee jaar de deur uit, en vervangen door fiets-bus-trein-autovaniemandanders. En op zich lukt dat wonderwel, dank u. Al heb ook ik onder de dichtslibbende wegen te lijden: mijn bus is ’s morgens niet altijd op tijd voor mijn trein, en ’s avonds niet altijd op tijd op mij op te pikken. Maar hoort u mij daarover klagen? Nee (zo luid vloek ik dan immers ook weer niet).

Vanuit mijn positie als (moreel superieure, uiteraard) niet-autobezitter kijk ik met grote ogen naar hoe er in ons dichtslibbende België, en vooral Vlaanderen, wordt omgegaan met het transportprobleem. Want die problemen, en de aandacht ervoor, dateren natuurlijk niet van vandaag, en al langer wordt er gezocht naar oplossingen “op lange termijn” zoals dat dan heet.



 
Maar het debat en het beleid op het gebied van mobiliteit tonen in ons immer tegendraadse en surrealistische landje een nooit geziene tegenstrijdigheid. Want hoe meer er door allerlei specia- en journalisten wordt verwezen naar de goede transportvoorbeelden uit allerlei buitenlanden, hoe meer er reportages worden gemaakt over Freiburg, Kopenhagen, Amsterdam, Nantes en noem maar op, hoe meer er gesproken wordt over carpoolen, fietssnelwegen, autodelen, thuiswerken, autovrije en autoluwe stadsdelen en dies meer, hoe meer gehandicapten aanklagen dat ze niet op een bus of een trein geraken, tenzij ze dat veertien dagen op voorhand met een achttienvoudig formulier aanvragen, des te meer lijkt er in dit land te worden geïnvesteerd in verbredingen van autoringen, het aanleggen van spits- en andere stroken, aanpassingen van allerlei rijwegen, des te meer worden stadscentra terug opengesteld voor de vierwieler, met extra parkings erbovenop, des te meer bedrijfswagens komen er in het verkeer en des te minder elektrische wagens, des te meer wordt er bespaard op busvervoer en des te trager rijden de treinen.

En ik weet het wel: er zijn aanpassingen nodig aan het wegennet, en net als u zie ik inderdaad steeds meer auto’s met een deuk in het plafond van die keer dat ze met lange nonkel Jef "in den otto" over onze wegen hotsten en botsten, en ook ik heb al eens op de achtbaansvakken rond Amsterdam gereden, waar het allemaal zo vlot lijkt te gaan.

Maar, om even op Amsterdam in te pikken, de investeringen daarvoor zijn inmiddels al wel enkele jaren geleden gedaan (naast allerlei park & rides rond de stad, met treinverbinding naar het centrum, overigens). Als wij die nu gaan doen (ja, ook jij, belastingbetaler zijnde), en met de verbreding van de ring lijken ze er effectief te komen, lopen of rijden we –letterlijk- nog maar eens twintig jaar achter. En wanneer wordt er een gelijkaardige hoeveelheid geld in bussen, treins, metro’s en trams gepompt? Ha nee, want die rijden leeg rond! Die honderdduizenden auto’s ook, mijnheer, op de bestuurder na. Maar dat is niet te vergelijken zeker?

Allerlei goede bedoelingen, dappere beleidsintenties en dure beloftes ten spijt is de auto nog steeds Keizer, Koning, Admiraal, want dat we hem almaar meer, voor kortere afstanden en op de meest bizarre moment gebruiken, is toch heel normaal? Het is de maatstaf waaraan alles wat met mobiliteit te maken heeft, wordt afgemeten, en als voor de auto alles in orde is, dan zullen we ook eens kijken naar bussen en treinen en zo. Maar het kan wel zijn dat daarvoor dan iets minder geld overschiet natuurlijk, en dat we wat moeten knippen in het aanbod… Ik ben de –tigste die het zegt, maar als het busaanbod verschraalt en nauwelijks aan de behoeften voldoet, zal het wel logisch zijn dat er (zogezegd) niemand gebruik van maakt zeker?

Over tien, twintig jaar, zal men over België spreken als dat ene, kleine landje dat dapper weerstand bood aan de nieuwe mobiliteit, zullen toeristen zich op allerlei bruggen verdringen om de laatste monsterfiles in Europa te aanschouwen en zullen we als één groot asfalten Bokrijk worden beschouwd. Mij om het even, zo lang ik er maar niet met de bus in sta.

woensdag 21 augustus 2013

Geen Belgen meer

“In die nationale ploeg, daar spelen toch bijna geen Belgen meer”, verkondigde iemand onlangs, temidden een groepje waar ik ook deel van uitmaakte. “Sire, il n’y a pas de Belges”. Jules Destrée zei het al, een hele tijd geleden.
 
Maar deze man had het duidelijk mis, want in de nationale ploeg voetballen alleen maar Belgen natuurlijk. Axel Witsel bijvoorbeeld, Belg met roots in Martinique. Mirallas: Belg met Spaans bloed. Chadli en Fellaini: Belgen met wortels in Marokko. Benteke, Lukaku en Kompany: Belgen van Congolese afkomst. Dembele: Belg met roots in Mali. En dan vergeet ik Bakkali, De Camargo en tal van anderen.
 
Allemaal Belgen dus. Hoogstwaarschijnlijk was het ook niet naar Jules Destrée dat de man wilde verwijzen met zijn uitspraak. Wat hij wellicht bedoelde, was dat er –volgens hem- weinig “echte” Belgen meer meespelen. Blanke Belgen, blanc-bleu-Belge, met namen als Vertonghen, Vermaelen, Simons, Mermans, Ceulemans, Vanderlinden en Vandenbergh. Jacky Peeters. De dappersten aller Galliërs, dat soort. Die “anderen”, daar voelde hij zich toch niet helemaal (of helemaal niet) mee verwant. “Den Scifo” vroeger, dat ging nog. Weber en Strupar, die spraken zo grappig! “Geloekkig” en zo, haha! Maar nu “ze” met zo veel zijn, amai, dat komt toch wel wat bedreigend over…
 
Een echte Belg, wat is dat eigenlijk? Is het niet stilaan hopeloos achterhaald om te denken in termen van echte en on-echte Belgen? Als je in wereldsteden als pakweg New York rondloopt, dan bekruipt je alleszins niet de drang om te achterhalen wie de “echte” Amerikaan nu eigenlijk is. Mensen van allerhande afkomst lopen er door elkaar. Niemand heeft de bovenhand, iedereen is Amerikaan. En ja, de VS zijn natuurlijk wel het typevoorbeeld van een mengelmoes van culturen, al zal de redneck op het Texaanse platteland daar misschien wel zijn mening over hebben. Dan toch liever de New Yorkse smeltkroes dan dat platteland.
 
Maar blijkbaar hebben sommige mensen daar nog steeds behoefte aan. Om op zoek te gaan naar “echte” Belgen. Echte Belgen (of is het criterium nog strikter en moet het gaan om Nederlandstalige Belgen?) die ze dan ook vaak iets hoger inschatten dan niet-echte Belgen. Ook al zijn ze in niets meer te onderscheiden van “ons” behalve in hun huidskleur. Dat grappige accent, dat is al lang weg.
 
Maar racisme, nee, dat bestaat niet. Of hoogstens bestaat het “wellicht wel”. En dan nog is het een relatief begrip. En hoe meer we erover praten, hoe meer we het in stand houden!... Gelukkig waren er afgelopen weekend de wijze woorden van mevrouw Liesbeth Homans om alles in een juist perspectief te plaatsen. Als Belgen met een andere afkomst of niet-Belgen racisme ondervinden (ik definieer racisme nog even: haat omwille van louter objectieve kenmerken als huidskleur, waar een mens dus niets aan kan doen), dan moeten ze allereerst niet komen schreien (“er is ook omgekeerd racisme”) of dan komt het omdat hij (steevast een hij) gewoon een crimineel is. En laten we vooral niet overdrijven: “jullie doen alsof het een gruwel is, een misdaad tegen de menselijkheid”. Allez, alsof we nog eens geen mensen meer mogen uitsluiten omdat ze een ander kleurtje hebben?! Waar zijn we dan nog mee bezig!? Mag een mens nog íets hebben in z’n leven misschien?!!
 
Eén miljoen Vlaams Blok-kiezers, die moet je verdienen. Dag in, dag uit.
 
Post scriptum: Is dit N-VA bashing? Moet iets negatiefs over niet-Belgen of Belgen met een vreemd afkomst dan maar onder de mat worden geveegd? Zijn alle Belgen (of beter nog, alle Vlamingen) racisten? Drie keer nee. Ten eerste: de woorden van la Homans staan zwart op wit, en daags na het verschijnen van het artikel verkondigde ze bovendien (trots) dat ze niet op haar uitspraken terugkwam. Ten tweede: problemen met mensen van vreemde afkomst mogen gerust worden aangekaart. Het Maghrebijns joch dat ik in de Mechelse binnenstad eens “hoer!” hoorde roepen tegen een meisje dat volgens hem te kortgerokt rondliep, is een voorbeeld van omgekeerd racisme dat helaas voorvalt in buurten met een grote concentratie van (kansarme) vreemdelingen. Maar de slinger is wel in de verkeerde richting doorgeslagen. Dat problemen met migratie mogen worden aangekaart, is geen vrijbrief om over te schakelen op gratuit racisme, en daarop komt het “aan de kaak stellen van problemen” wel al te vaak neer. En nee, niet elke Vlaming is een racist. Maar het komt wel nog al te vaak voor, meer dan we denken, en dat moet eruit.

woensdag 7 augustus 2013

Boek-delen

De zomer is er weer maar eens in geslaagd om tot over de helft te geraken zonder dat we het in de mot hadden, de vlinderteldag zit erop en de dagen lengen. Kortom, tijd om een tussenstand te maken van alle boeken die u deze zomer al hebt gelezen en wat u eigenlijk had willen lezen.

Want dat is de zomervakantie toch wel altijd, behalve de tijd dat u al instagrammend van terrasje naar terrasje moet hoppen: de tijd om die stapel boeken die u door het jaar heen hebt verzameld, weg te werken. Een goeie Aspe, Vijftig tinten grijs, Mankell of toch maar Saskia De Coster: in juli en augustus moeten ze eraan. Hopelijk toch. Desnoods legt u het werk na honderd pagina's weg onder het motto "Toch niets voor mij" of liever nog "Zijn/haar schrijfstijl staat me niet aan". Zo bent u er natuurlijk snel door.

Nu, een boek is zoals een ex-lief: de problemen beginnen als het uit is. Eenmaal je de laatste pagina hebt omgeslagen en je weet met welk moordwapen de butler het gedaan heeft of welke levenswijsheid het hoofdpersonage aan zijn of haar avontuur moest overhouden, belandt dit steevast ergens in een boekenrek, om er niet snel meer uit te komen. Logisch, waarom zou u er nog naar omkijken als u toch weet "how it all ends"? Maar zo neemt een boek dit niet op: zoals het u in dat rek de rug toekeert, heeft het toch iets triestig. Zij aan zij met, maar ook geperst tussen lotgenoten.

Vandaar, waarom laat u uw boeken niet eens wat vaker uit, haalt u ze niet eens een keer extra van stal? Een boek vraagt er, eenmaal door uzelf uitgelezen, immers om om te worden doorgegeven, liefst met uw eigen mening, uw bedenkingen en de vragen die u er aan overhoudt. Deel ze uit, smijt ze in het rond, maak lijstjes op het internet met uw eigen beoordeling! Zei Multatuli al dat hij gelezen wilde worden (ik ben echt kei-belezen!), dan vragen uw boeken het zeker. Loods uw volgende bezoek (dat kan lezen, welteverstaan) dus niet alleen zomaar voorbij die indrukwekkende boekenwand, maar laat hen ook kiezen uit uw privé-bibliotheek. En vraag op uw beurt ook aan bekenden of u de topexemplaren uit hun collectie eens mag bewonderen. Zoals ik vroeg aan een topcollega, die me vervolgens met een stapel Deunse en Zweudse leutereuteur door de vakantie loodste.

Als we toch steeds meer dingen met mekaar moeten gaan delen, dan kunnen we er maar beter meteen mee beginnen. Boeken lenen zich daar uitstekend toe. Ervaringen met boeken ook. U kunt uw omgeving geweldige momenten bezorgen en ontgoochelingen besparen, door die ene fantastische, euh, Aspe aan te prijzen en dat gedrocht van een werk af te raden. En u hebt achteraf iets om over te praten.

Zelf kan ik u helpen met een verkorte versie van Das Kapital van Marx, Identiteit van Paul Verhaeghe en "Het verdriet van Vlaanderen", maar ook met de Da Vinci Code, "De schaduw van de wind" en "Blinker en de bakfietsbioscoop". En nog vanalles ertussen. Kom gerust zelf eens een kijkje nemen. En laat me achteraf vooral weten wat u ervan vond.

Kapitaal: "My money back, please"

Staat u op het punt te beginnen aan het boek "Kapitaal" van John Lanchester? Misschien bent u hiernaartoe gegoogled om eens te lezen wat anderen ervan denken, voordat u er zelf in stort? Een wijze raad: doe het niet. Tenzij u alle andere boeken op aarde al hebt gelezen. Want het leven is te kort om slechte boeken te lezen. En dit. Is. Een. Slecht. Boek. Volgens mij althans. Maar daarover later meer.

De achterflap van het boek belooft nochtans veel goeds. Opdat u zich een beetje kunt inleven, schrijf ik hem deels over: "Wat van jou is, wordt van ons" - die onheilspellende mededeling ploft opeens op de deurmat van de huizen van de Zuid-Londense Pepys Road "..."Er verschijnen mysterieuze graffiti, auto's worden bekrast, op een website verschijnen dreigende filmpkes. Zullen de huizenprijzen eronder lijden? Zitten de moslims erachter, of de makelaars? Er ontstaat paniek, de bewoners komen in opstand en de autoriteiten staan voor een raadsel. Kapitaal is het briljante verhaal van een straat aan de vooravond van de crisis..." Etcetera. Hoera, een roman over gewone mensen, maar dan in het kader van de financiële crisis! Ik verheug me op een genadeloze analyse van het hele kapitalistische systeem, van het roekeloze gesjacher in de City, geillustreerd met schrijnende verhalen over hoe mensen in de armoede worden geduwd door hongerige geldwolven! Want u weet intussen, als u diegene bent die mijn blog leest: als het gaat om een kritische kijk op het kapitalisme, count me in!

Maar eerst gaan we nog even naar Pepys Road, zoals aangekondigd, waar we kennismaken met de oude Petunia, met winkelier Ahmed, met bankier Roger en zijn vrouw Arabella, met Poolse bouwvakker Zbigniew, parkeerwachter Quentina en met voetbalmakelaar Mike en zijn pupil Freddy. Die leven allemaal een vrij alledaags, Londens leventje, maar voor Lanchester is dit toch voldoende om hen en dat leven uitvoerig te beschrijven. Petunia die ziek wordt. Roger die naar zijn werk gaat. Zbigniew die krijgt af te rekenen met het fenomeen "de vrouw", Ahmed die problemen heeft met zijn broers en zijn moeder op bezoek krijgt uit het verre Pakistan, Quentina die verliefd wordt, voetballer Freddy die scoort... Alle verhalen spelen zich voor je ogen af, los van elkaar, maar telkens als je weer één van de korte passages hebt gelezen, denk je vooral: "Euh, ja... En??"

En dat hele "wat van jou is, wordt van ons"-gedoe, vraagt u zich intussen al een regel of ettelijk af? Goh ja, er belanden kaartjes in de bussen van de bewoners waarop ze, onder die onheilspellende slogan, een foto van hun eigen huis zien. En honderd pagina's later wordt er graffiti aangebracht op een huis. En nog eens honderd pagina's later worden er dode vogels in briefomslagen bezorgd... Alsof Lanchester zich bij het schrijven van tijd tot tijd voor het hoofd sloeg en dacht: "Juist, dàt was de rode draad in mijn verhaal!", om er vervolgens enkele regels aan te wijden.

Maar een algehele mobilisatie van de straat, mensen in paniek en diepgravende onderzoeken over deze pesterijen, daar moet ik hebben overheen gelezen. Tenzij de mensen in Zuid-Londen hun paniek vertolken door een kaartje op te nemen, te denken "hé, wat is dit?" en het vervolgens terug te leggen, dat kan natuurlijk ook. Ik ben nog nooit in Zuid-Londen geweest.

Inmiddels kabbelt het leven van de personages die u intussen allemaal zo goed kent verder. En ergens blijf je wachten tot alle verhaallijnen “Love actually”-gewijs (oei, is het “not done” om deze film als referentie te gebruiken?) naar elkaar toelopen en in elkaar overgaan, maar als de overlappingen na 400 pagina’s beperkt blijven tot Zbigniew die bij de Younts en in het huis van de inmiddels overleden Petunia (verklap ik nu te veel? Sorry!) werkt en Roger die toevallig onder de paraplu van moeder Kamal terechtkomt, dan weet je: dit wordt niks. Maar stoppen doe je dan natuurlijk ook niet meer.

En dan opeens is daar, als een bliksemflits bij een heldere Zuid-Londense hemel: De Plot, De Ontknoping. Geniaal! Onverwacht! Verrassend! Zeker omdat je tweehonderd pagina's moet terugbladeren om te weten te komen welke rol de dader nu ook alweer speelde in het hele verhaal. Een minuscule rol, zo blijkt. Geen grote protestbeweging tegen het kapitalisme. Geen moslimterrorisme. Niets.

"Kapitaal” is zijn geld niet waard. Had ik het niet cadeau gekregen (net daarom voelde ik me verplicht om het volledig uit te lezen) zou ik de veel te laat van ons ontnomen Margaret Thatcher (om binnen het kapitalisme te blijven) parafraseren met haar “I want my money back”. Al ligt het wellicht ook aan de erbarmelijke vertaling naar het Nederlands die de twee vertalers hebben afgeleverd. Dat het in het Hollands-Nederlands is, tot daaraan toe, maar kan je “not amused” niet net iets vlotter vertalen dan “niet geamuseerd”, en is "well, good luck with that” in het Nederlands echt “Wel, veel geluk daarmee”? En hebben ze daar boven de Moerdijk nu echt geen ander woord om iets negatiefs aan te duiden dan “beroerd”? Hij voelde zich beroerd. Zij zag er beroerd uit. Het resultaat was beroerd. Het weer was beroerd… Je werd er zelf na een tijdje… onpasselijk van. Nu ja, geen beter woord om de vertaling te beschrijven, dat is zeker.

Maar goed, wellicht ben ik gewoon te dom om alle ingenieuze verbanden te zien die Lanchester doorheen zijn verhaal weeft, om te zien hoe hij toch tussen de lijnen door een vlijmscherpe analyse van het hele systeem maakt en kritiek geeft, om zijn levenslessen te begrijpen. Het moet wel, waarom zou iemand anders dit boek anders omschrijven als een "grootse contemporaine roman", "magistraal" of "dé Engelse roman over deze tijd". Al is niet iedereen even enthousiast.

Nu, als u het boek alsnog in het Nederlands wil lezen, geef dan zeker een sein. U krijgt het gratis en voor niets, samen met een dode vogel en een postkaartje met de gevel van uw huis erop, toegestuurd!

maandag 22 juli 2013

Wat is het meest illegaal: protest, of de repressie ervan?

Soms komen dingen onverwacht samen. Een discussie op vakantie bleek min of meer hetzelfde onderwerp aan te snijden als een opiniestuk (nee, twee) van Herman Loos, zij het vanuit een ander perspectief. Herman stelt eerst vast dat we met z'n allen laf geworden zijn, en vraagt zich vervolgens af hoe er überhaupt sprake kan zijn van protest, als dat protest enkel mag gebeuren binnen de lijnen die worden uitgezet door de heersende orde (waartegen soms misschien geprotesteerd wordt).

Pleidooi voor zelfmoordterrorisme?


De discussie op vakantie, die ging over de film "V for Vendetta" (ja hoor, daar heb ik het al eens over gehad).
In eerste instantie of het een goede film was, met drie voors en één tegen, waarbij de tegen zich vooral afvroeg of de film eigenlijk geen pleidooi was voor (zelfmoord)terrorisme. Moet je jezelf in een metrostel afgeladen vol met dynamiet leggen, om daarmee vervolgens het parlement te gaan opblazen? Waarbij de tegenvraag werd gesteld of dit niet gerechtvaardigd was om een autoritair, dictatoriaal, overduidelijk op het nazisme geïnspireerde regime omver te werpen. Misschien wel? Want nazi's zijn volgens mij slecht. Al is dat een zeer persoonlijke mening. Een mening die u hopelijk deelt, anders hoort u ergens achter gesloten deuren (oei, tast ik nu uw recht op vrijheid van mening aan?).
Kortom: heiligt het doel de middelen altijd? En, om op de hierboven vernoemde opiniestukken terug te komen, mogen die middelen dus wel eens buiten de lijntjes kleuren?

Clicktivism


Protesteren, dan doen wij in onze sociale welvaartstaat af en toe, maar toch vooral online. We redden het Amazonewoud en de Noordpool met een klik en stoppen zo ook nog eens bijenkiller Monsanto af! En via Facebook zijn we virtueel aanwezig op tal van manifestaties en protesten! "Clicktivism": een seconde, en u hebt de wereld weer een beetje gered.

Maar echt protest? Waarbij mensen op straat komen om hun ongenoegen te uiten? Daarvoor is toch meer nodig. Occupy Wall Street (die van die 99 %) was een stap in de goede richting (voor geïnteresseerden: Capitalism, a love story van Michael Moore is trouwens een aanrader over dit thema), maar de spinoffs gingen (zoals dat meestal gaat) alle richtingen uit en de boodschap ging een beetje verloren.
In Brazilië komt men op straat, in Turkije, in Spanje... De redenen zijn telkens vrij gelijklopend en wat mij betreft volstrekt legitiem: de wettelijke of feitelijke (in het geval van de Wall Street-kapitalisten) bewindvoerders nemen beslissingen die lijnrecht ingaan tegen het algemene belang ("shorten" met belastings- of spaargeld, met soms rampzalige gevolgen voor bedrijven/werkgevers, investeren in voetbalstadia, liever dan in gezondsheidszorg en onderwijs, een park (het Gezi-park naast het Taksimplein) laten verdwijnen voor vastgoed...). Aanzien, maar vooral geld is steeds de drijfveer. En geld, dat weet u, belandt vooral bij wie het al heeft.

GAS of pepperspray?


Bij ons wordt er iets omzichtiger met belastingsgeld omgesprongen, als we de miljarden hulp (soms al deels terugbetaald, u zegt het) aan failliete banken en de notionele interestaftrek even buiten beschouwing laten. Er zijn nog te weinig mensen zonder job en met honger om een menigte op de been te brengen, en onze voorzieningen doorstaan de tand des tijds nog. Veel om tegen te protesteren is er dus niet. De Shame-betoging van inmiddels al tweeëneenhalf jaar geleden was met 40000 deelnemers de laatste grote uiting van verontwaardiging. Meer recent brachten de GAS-boetes 300 jongeren op de been, maar hey, het ging slechts om een willekeurig repressief middel dat gemeentes vrij laat om alles als "overlast" te beschouwen en zo geld te innen, daar is toch niet zo heel veel mis mee?! En er was de betoging tegen de eerder geciteerde Monsanto, waarbij er-jawel- GAS-boetes werden uitgedeeld aan enkelingen die van het uitgezette parcours afweken. Tiens, en duizenden voetbalsupporters die in diezelfde metropool amok maakten en meer regels overtraden dan respecteerden, die werden ontzien? We zullen het maar niet toeschrijven aan het nieuwe beleid aldaar, zeker?

Om even terug te komen op de vraag of protest illegaal mag zijn, even een wedervraag: mag de repressie van protest illegaal zijn? Want dat twee of drie langharige werkschuwe tuigen afwijken van de route van een betoging, rechtvaardigt dat echt een geldboete? Zijn we niet vrij om de wandelen waar we willen, in de publieke ruimte?
En ik kan me niet van de indruk ontdoen dat ook elders de repressiemiddelen volstrekt niet in verhouding staan tot het uitgebrachte protest en dat dit steeds toeneemt. Pepperspray wordt overvloedig over geweldloze betogers gespoten, stiekeme stokslagen zijn legio bij gewelddadige ontruimingen, rubberkogels fluiten in het rond... Het levert iconische, maar daarom niet minder wraakroepende beelden op.

Killing Nazis

Kortom, als de ordehandhavers zich niet aan de regels houden, waarom wij dan wel? En zelfs als ze zich aan de regels zouden houden, dan nog moet protest wel degelijk buiten de lijnen durven kleuren, wat is er anders "protestig" aan? Waarom moeten bijvoorbeeld krakers (hardhandig) uit gebouwen worden gezet die vervolgens weer even leeg staan als voorheen? Omdat het langharig, links werkschuw tuig is en omdat ze geen supporter zijn van Royal Antwerp FC?

En of het doel de middelen heiligt? Tja, om erger te voorkomen, zou je al eens iemand pijn mogen doen (denken we even terug aan de sympathieke Aldo "We're going to do one thing, and one thing only, killing Nazis" Raine in "Inglorious bastards"), maar dan is er de rechtsstaat om daar de gevolgen aan te geven. Waarom die gevolgen er dan niet zijn voor het (veel grotere) onrecht dat de 99 % wordt aangedaan? Omdat iedereen voor de rechtsstaat gelijk is, maar sommigen al wat gelijker dan anderen, zeker?

dinsdag 4 juni 2013

Mijn gedacht

Stel, je hebt een geniaal idee. Bijvoorbeeld een particuliere windmolen die negentig graden kan worden gedraaid en zo ook kan worden aangedreven door felle regen, een machine die asbestplaten omzet in moelleux au chocolat met vanilleijs (hit me, goegel!), een tv die automatisch zapt telkens wanneer Siegfried Bracke in beeld komt of een taks op het gebruik van het woord "kids". Tot voor kort kon je hiermee enkel terecht aan de toog van je stamcafé, of bij vrienden en familie, maar wel pas als de gesprekken echt helemaal waren doodgebloed.
De laatste tijd staat men echter in de rij om jouw gouden idee te horen. De G1000, "Eén idee per dag", "Het gat in de markt" van de KBC, "Topstarter"... De acties die ons aansporen tot creativi- en originaliteit, zijn nog maar nauwelijks op één hand te tellen. En ook elke zichzelf respecterende partij is druk aan het consulteren van de achterban geslagen, op zoek naar vernieuwende en out-of-the-box (ook een taks op het gebruik hiervan zou geen slecht idee zijn)-gaande gedachtegangen, liefst goed aansluitend bij de Vlaamsche grondstroom (nog een taks!). En zelfs werkgevers starten allerlei fora op waar hun werknemers eindelijk eens iets nuttigs kunnen doen, iets dat het bedrijf echt vooruithelpt.

Never waste a good crisis, zeggen ze wel eens, en wellicht is dat één van de redenen waarom we nu massaal worden aangespoord om ons van onze creatiefste zijde te laten zien. Leuk toch? Maar nu komt er uiteraard een "maar", en ja, warempel, daar is ze al: "Maar", ergens toont deze vraag naar "input" van het "gewone volk" ook wel aan dat de gevestigde instanties, zij die normaalgezien die ideeën moeten aanleveren en ze vervolgens tot uitvoering brengen of dat moeten laten doen, enigszins gefaald hebben. Verkiezen wij onze politici niet om ideeën te hebben waar onze samenleving beter, netter, toffer, verdraagzamer (allez jong, zevert nie...) en zo van wordt? Hebben politieke partijen geen "denktanken" en studiediensten achter zich staan? En bedrijven, hebben die niet standaard een bende bollebozen in dienst die ervoor worden betaald om dat bedrijf op een positieve manier naar buiten te brengen en klaar te maken voor de toekomst?

Naast deze lichte vorm van scepsis, is er natuurlijk ook het feit dat tussen droom en daad nog steeds de nodige praktische bezwaren liggen.
Hoe sympathiek en überdemocratisch al deze grote bevragingen ook zijn, toch is het steeds maar de vraag in hoeverre er met "uw gedacht" van aan den toog uiteindelijk ook iets concreets wordt gedaan, en of het niet ergens via de lange baan in een koelkast belandt. Want er is altijd wel ergens een hoge pief die zijn zuurverdiende postje bedreigd ziet! Of "ze" staan alweer te zwaaien met een bezwaarschrift, als het "hun" niet meteen uitkomt!

Maar heel vaak wordt een idee, geniaal of gek, niet afgevoerd door belemmeringen "van hogerhand" of door allerlei bezwaarschriften. Nee, vaak wordt er gesproken van "onvoldoende draagvlak" (taks!). Met andere woorden, doordat wij, opnieuw die "gewone mensen" al die vernieuwing opeens toch niet meer zo dringend vinden. Zeker niet als het voor onszelf een verandering met zich mee zou brengen. Menig politicus heeft al aangegeven dat hij of zij wel een oplossing weet voor bepaalde problemen waarvan de oplossing al lang het stadium van hoogdringendheid is gepasseerd, maar dat hij of zij daarna "nooit zou worden herverkozen". Einde verhaal natuurlijk.
Daar stoot ons democratisch model, toch gezien als een voorbeeld voor de hele wereld, dus op haar grenzen. We plaatsen ons eigenbelang nog al te vaak boven het gemeenschappelijke, en denken liever op korte dan op lange termijn, waardoor het vaak blijft bij, zoals dat dan heet, "gerommel in de marge".

Het is dan ook niet echt verwonderlijk dat er hier en daar zachtjes wordt gepleit om onze democratie, die ook te lijden heeft onder de volatiliteit van de kiezer die altijd maar op zoek is naar iets nieuws, of "verandering", te kruiden met een klein beetje verlicht despotisme, zoals ik onlangs ergens las. Om ervoor te zorgen dat de maatregelen die noodzakelijk zijn om onze toekomst veilig te stellen, wel degelijk worden genomen. Al mag dit geen pleidooi worden om de Poetins en Orbans van deze wereld als grote voorbeeld naar voor te schuiven. Daarvoor is hun despotisme toch net niet verlicht genoeg...

Desalniettemin, heb je een idee, doe er dan iets mee. Maar vooral, laat het niet verdorren in een wedstrijd of denktank of weet ik niet waar, waar er uiteindelijk niet veel van zal komen. Volg het op, spreek aan, dring aan. Creër een eigen draagvlak. Of ga desnoods in de politiek, al was het maar voor één termijn...

dinsdag 26 februari 2013

Undercover: naar het Repair Café

Nooit van een Repair Café gehoord? Geen paniek! Het fenomeen is redelijk recent en is zo simpel als één en één twee is, namelijk een openbare gelegenheid (café) waar u uw defecte toestellen kunt (laten) herstellen (repair, dat is Engels). Herstellen, dat is zo jaren zeventig, hoor ik u denken. Dat was het ook, maar crisissen en het besef dat alles eindig is, niet in het minst ons geld, doen vaak op het eerste zicht waanzinnige ideëen ontstaan. En die wegwerpmaatschappij, dat is het toch ook niet helemaal, toch?

Hoe werkt dat nu, een Repair Café? In het kort: u neemt uw defecte lamp, kapotte verlengkabel of verstoorde deurbel onder de arm en gaat op café, alwaar u oog in oog komt te staan met een legioen(tje) handige Harry's die hun knowhow aanwenden om het ding te herstellen of hun gereedschap en bijhorend advies ter beschikking stellen opdat u zelf aan de slag kunt.

Maar wie nu denkt snel even die slecht synchroniserende smartphone binnen te gooien, om hem vijf minuten later terug te krijgen, aan lichtsnelheid werkend én met dat krasje ook nog eens uit het scherm gehaald? Die zullen we moeten teleurstellen. Om dit te bekomen, stuurt u het best een voorgefrankeerde gele briefkaart naar de betreffende producent met daarin de vraag of ze a.u.b. (wees beleefd!) hun toestellen niet zo willen bouwen dat ze na twee jaar automatisch het loodje moeten leggen. Maar voor echt herstelbare herstellingen? Ja hoor, naar het herstelcafé!

De Repair Cafés zijn overal ter wereld, en zelfs in Vlaanderen, aan een opmars bezig, vooral in steden dan. Antwerpen, Brussel, Leuven ... Het is op die laatste locatie dat dit verhaal zich afspeelt. Een broodrooster werd vakkundig onklaar gemaakt, of was het misschien al, en wij van "Asi es la vida" naar het Stuk (kan de naam van een locatie toepasselijker zijn?) om eens te ontdekken hoe dat nu eigenlijk feitelijk marcheert, zo'n café. En om te zien of dat stiekem geen dekmantel is voor communistische, antikapitalistische denkoefeningen.

Quod non. Het Stuk is een café, en die koude donderdag werd een groot deel van de gelegenheid ingenomen door studenten die bij het woord "communisme" toch vooral aan hun plechtige communie terugdachten, en die hoogstens even verbaasd keken naar de tafels waar de Harry's al hun herstelgereedschap hadden uitgestald, alvorens zich weer over hun (nog) niet defecte MacBook te buigen.

Onze broodrooster kreeg het volgnummer 119 opgeplakt, en dan was het wachten op een vrije Harry om het defecte toestel terug onder de levenden te krijgen. Maar "onze wachtrijen waren langer dan normaal", en de afdeling elektrische toestellen overbevraagd, en het was wachten totdat iemand van de afdeling "lijmen en plakken", die al enige tijd niets meer te lijmen, laat staan te plakken had, zich bereid toonde om eens naar onze patiënt te kijken. Onze Harry droeg de naam Franky en boog zich met een voluntarisme waar Guy Verhofstadt nog een puntje aan kon zuigen over onze bruudruuster. Toen hij het gezelschap kreeg van een tweede Harry, genaamd Pieter, leek het slechts een kwestie van tijd vooraleer de geroosterde sneetjes brood weer uit ons toestel zouden schieten als vrouwonvriendelijke taal uit een doorsnee Silvio Berlusconi.

Even leek een slinkse poging van de fabrikant om indringers uit het toestel te houden (schroeven met een "driehoekskop") roet in het eten te gooien (een driehoeksschroevendraaier behoort blijkbaar niet tot de standaard uitrusting van een hersteller, zelfs niet die van een gevorderde), maar wat goede wil, doorzetting en een platte schroevendraaier brachten redding. De dissectie van het toestel voltrok zich voor onze ogen, en al snel bleef van het collectors item enkel een metalen karkas over.

De hoop werd groter naarmate de tijd vorderde en er van het toestel minder overbleef. Misschien daarom dat de finale diagnose toch bijzonder hard aankwam: "een doorgebrande verwarmingsspiraal". Zonder verwarmingsspiraal geen geblakerde boterhammen, dat beseften we. Klaar voor de schroothoop, dit collectors item. Of toch niet? "Zet er wat bloemen in", luidde het advies van een aanwezige die onze lotgevallen van nabij had gadegeslagen. "Bloemen?! Gij vangt ze zeker? Wat is dat hier, Woodstock?", was het eerste dat bij ons opkwam, maar in de plaats daarvan knikten we en zeiden we "Ah ja, misschien moeten we dat maar doen". Belandt het ding uiteindelijk in de allesvernietiger of op de vensterbank? U leest het hier...

woensdag 30 januari 2013

Ten oorloch!

"Wdj?" "Kga is na sgool, strax trug". Zie hier een willekeurige digitale conversatie, zoals die dagelijks kan plaatsvinden. Niet in Zuid-Afrika of een ander schiereiland in de Stille Oceaan, maar in ons eigen Vlaanderenlandje. Waar men nauwelijks Nederlands praat, Raymond van het Groenewoud wist het al. Dat het over "sgool" gaat, duidt erop dat hier jongeren aan het woord zijn, maar ook volwassenen laten zich in hun geschreven gesprekken al lang niet meer hinderen door een gebrek aan elementaire grammaticakennis, en gebruiken bijvoorbeeld de maanden "mei" en "juli" net zo goed vrolijk als voornaamwoorden.

Sociale media en mail hebben, we kunnen er niet onderuit, ervoor gezorgd dat onze taal de laatste jaren een evolutie is ondergaan. Weet-ik-veel-welke chatapp is vaak in de plaats gekomen van de mondelinge conversatie, maar om niet aan snelheid te moeten inboeten, is dat enigszins ten koste van de correctheid gegaan. En als er op school al nauwelijks nog aandacht wordt besteed aan de dt-regels, waarom zouden we dat dan in onze vrije tijd doen? Schrijven wordt fonetisch, onder het motto "Als we mekander maar verstaan". En aangezien er tot op heden nog geen grote betogingen tegen dit fenomeen zijn gehouden, lijken we daar wel vrede mee te nemen.

Maar hoe slaat die ogenschijnlijke onverschilligheid om in een collectieve kramp als er van buitenaf invloed wordt uitgeoefend op onze taal? Als er dreigt een sprankeltje Frans, Engels, of wat mij betreft Swahili binnen te sluipen? Of als onze taal niet zou worden gerespecteerd? Dan staan we opeens op de barricaden. Is onze premier niet vlot tweetalig, terwijl we zelf niet verder komen dan "Fanfreluche est une poupée"? Kaakslag! Pek en veren voor de man! Staan er "vreemde" woorden op een bus? "Ten oorlog!" Een Engelse term die in een tekst of presentatie is gesukkeld bij gebrek aan alternatief? "Waarom moet dat altijd in tengels? Wijlle hemme dao toch ok e woord veur?"(Niet dat ik hier een pleidooi tegen het dialect wil voeren, verre van ... Iemand al een Nederlandse term voor "hashtag" bedacht trouwens?) Een verdwaald "Hommes" of "Femmes" op het watercloset in een Vlaamse zeep? Dan is er gelukkig een (sinds kort niet-racistische) politieke stroming die zich middels een parlementaire vraag (!) uitdrukkelijk verzet tegen deze vreemde overheersing. Het was ooit anders.

Zeker op het internet wordt onze moedertaal duchtig verdedigd. Trieste getuige daarvan de online bende rabauwen die vonden dat ze een meisje dat één (1) jaar in België was en zich niet in het Nederlands kon voorstellen bij "The voice van Vlaanderen" allerlei liefs mochten toefluisteren via Twitter (lekker anoniem, hehe). We vragen dat mensen van vreemde origine (of een ander woord daarvoor, maar dat verschijnt pas als u dit stuk na 22u leest) binnen de kortste keren de taal onder de knie krijgen die wijzelf al lang niet meer spreken, laat staan schrijven. Want ja, we ventileren ons ongenoegen, we bedrijven onze vrijheid van meningsuiting meestal in een taal die minder lijkt op echt Nederlands dan het vergeten dialect van een stam uit Papoea-Nieuw Guinea. Maar dat is detailkritiek: het doel heiligt de middelen, wie zei dat ook weer, Astrid Bryan? Een leuk spelletje trouwens: op een willekeurige nieuwswebsite uit de reeks digitaal uitgebraakte letters en (als we geluk hebben) bestaande woorden de eigenlijke boodschap van de "schrijver" afleiden. Uren spelplezier gegarandeerd, zeker hier!

We besteden steeds minder aandacht aan hoe we de taal gebruiken en zien er geen graten in dat hij verschraalt. Maar als iemand van buitenaf zich ermee gaat moeien, is het opeens "onze taal". We verwaarlozen het huis compleet, maar iemand anders die er een likje verf aan wil geven, schieten we van ons erf. We denken dat we het allemaal wel beter weten en kunnen. Vanuit een soort superioriteitsgevoel, en dat (hier komt ie!!) is toch écht wel zó jaren dertig.